ACHTERGRONDEN

Luxembourg JardinIn 1995 was Greg Kotis als lid van de theatergroep Neo-Futurists mee naar een theaterfestival in Europa. Na het festival besloot hij nog een paar weken in Europa te blijven. De financiën waren echter zeer beperkt. Om geld uit te sparen sliep hij op stations en bracht veel tijd door in parken. In Parijs struinde Kotis door Luxembourg Jardin met zichzelf in discussie of hij gebruik zou maken van een van openbare toiletten waar hij voor moet betalen of dat hij het zou moeten ophouden tot hij ergens kon gaan eten om deze twee noodzaken in het leven te combineren. Het was hier dat Kotis zich ging afvragen hoe het zou zijn om in een stad te wonen waar iedereen zou moeten betalen om van het toilet gebruik te mogen maken. En hoe het zou zijn als een malafide bedrijf de controle over de toiletten zou hebben. Dit zou natuurlijk leiden tot corruptie, onderdrukking, klassenjustitie en een verslechtering van het milieu. Dit zijn allemaal uitdagende onderwerpen om een show van te maken, maar kon hij een show schrijven die draait om de noodzaak om te plassen. Hoe langer hij erover nadacht, hoe meer hij ervan overtuigd raakte dat het idee gek genoeg was om te werken.  

 

Spencer Kayden, Jay Rhoderick en Victor Khodadad als Little Sally en de officers Lockstock en Barrel (Fringe Festival 1999)

Terug in New York was Kotis vastbesloten om een echte musical te maken van het idee dat hij in Parijs kreeg. Kotis peilde Mark Holman van de Chicago fringe-theatre alum en die zag het plan wel zitten. Hij had ook vrijwel direct een lied klaar, 'It's a privalige to Pee'. Hoewel ze beide het gevoel hadden dat deze musical waarschijnlijk nooit opgevoerd zou worden besloten ze toch om de musical samen te gaan ontwikkelen. Naast hun gewone werk (Kotis was locatiescout voor de TV-serie Law & Order en Hollman was een wordprocessor bij UBS Pain Webber) begonnen ze serieus te werken aan de musical. Ze kwamen ieder zondag samen in de Christ Lutheran Church op East 19th street in New York om aan de show te werken. Kotis schreef de verhaallijnen uit als een toneelstuk en gaf het daarna over aan Hollman om het op muziek te zetten. Nadat de eerste versie klaar was begon de moeilijke taak om de show aan de man te brengen. Dit leek het eindpunt te worden voor Urinetown, want er was geen producent of theaterdirecteur te vinden die iets in de show zag. In een laatste poging diende Kotis het script in bij het New York International Fringe Festival. Gelukkig was de directeur van het festival op zoek naar musicals voor de programmering van 1999, ongeacht het onderwerp.

 

In de zomer van 1999 waren Kotis en Holman druk bezig om een cast samen te stellen en te repeteren, nog steeds in de kelder van de Christ Lutheran Church waar Hollman de kerkdiensten begeleidde. In augustus 1999 was de allereerste voorstelling van Urinetown, the musical een feit. De show werd drie weken lang opgevoerd in een meer dan uitverkocht theater. Urinetown werd de hit van het festival en trok de aandacht van het productieteam van de Araca Group.

 

Met de steun van de Araca Group werd het creatieve team uitgebreid met regisseur John Rando en musical director Edward Strauss. In januari 2000 volgde een doorlezing van show voor publiek en weer trok de show de aandacht. Naast de Araca Group kwamen ook Dodger Theatricals, Lauren Mitchell en Theater Dreams Inc. aan boord om de musical als een full-stage productie op te kunnen zetten. Het creatieve team werd nog verder uitgebreid met o.a John Carrafa (choreograaf), Scott Pask (decorontwerper), Gregory Gale en John Bixby (kostuumontwerpers), Jeff Curtis (geluidsontwerper) en Bruce Coughlin (arrangeur).

 

affiche Broadwayproductie UrinetownDe originele cast werd door John Rando bijna geheel vervangen door meer ervaren acteurs. Alleen Spencer Kayden (Little Sally) ging mee naar de nieuwe productie. En dat terwijl zij in eerste instantie helemaal geen auditie wilde doen voor de eerste productie omdat dansen en zingen niet haar ding was. John Cullum (Caldwell B. Caldwell) dacht dat zijn manager hem voor de gek hield toen hij script aan hem had opgestuurd. Zijn vrouw vond de teksten echter leuk en nadat Cullum ontdekte dat John Rando, jeff McCarthy en Nancy Ople bij de productie waren betrokken ging hij overstag.

 

Op 6 mei 2001 was de première van Urinetown in het American Theatre of Actors in New York. De show was direct een grote off-broadway hit en de nominaties en awards stroomden binnen. Het succes werd nog groter nadat een original cast recording was opgenomen. In september 2001 verhuisde de show naar Broadway waar het een thuis vond in het Henry Miller Theatre waar op 13 september de première plaats had moeten vinden. Door de tragische gebeurtenissen van 11 september werden echter alle voorstellingen op Broadway afgelast. De media voorspelde het einde van ironie en vroegen zich af of er ooit nog gelachen kon worden. Urinetown stond bol van de ironie en daar kwam nog bij dat een belangrijk item in de show was dat mensen van een gebouw worden gegooid. Toen op 20 september dan toch de broadwaypremière plaats vond werd er gelukkig toch weer gelachen.

 

De musical won Tony Awards voor beste script, beste muziek en beste regisseur. Voor velen was het onbegrijpelijk dat dit niet ook resulteerde in een Tony Award voor beste musical.  

 

In 2009 was Urinetown de openingsproductie van het M-Lab Theater in Amsterdam. M-Lab is sinds 2007 gevestigd in Amsterda-Noord in een opslagloods van een voormalige tegelhandel. Het doel van M-Lab is zorgen voor nieuw muziektheaterrepertoire. Inhoudelijke en artistieke producties, als aanvulling op het bestaande repertoire. Dat kunnen weinig in Nederland gespeelde bestaande musicals zijn in een nieuwe enscènering, maar ook nieuw geschreven Nederlandse en in M-Lab ontwikkelde muziektheaterproducties. In beide gevallen gaat

 het om voorstellingen die de commerciële producenten laten liggen.

Trailer Urinetown productie 2009

 

M-Lab had in het korte bestaan reeds een goede reputatie opgebouwd ten aanzien van de geprogrammeerde musicalproducties. De verwachtingen waren dan ook hoog en werden waargemaakt. De speelperiode was in korte tijd al volledig uitverkocht, waarna de speelperiode werd verlengd.

 

De vertaling en de regie van de musical waren in handen van Jurrian van Dongen. Urinetown werd Zeikstad met inwoners als agent Knuppel (Rene van Kooten), kleine Eefje (Suzan Seegers) en Bobbie Goud (Jamai Loman). Na een korte repetitieperiode en één try-out ging op 10 september 2009 de Nederlandse versie van Urinetown in première. De recensie waren unaniem lovend. De laatste voorstelling werd op 4 oktober 2009 gespeeld. Hoewel de productie vanwege de korte speelduur eigenlijk niet in aanmerking kwam voor de musicalawards maakte de jury gebruik van haar recht om bij uitzonderlijke prestaties hiervan af te wijken. Zij bekroonde de productie met acht nominaties, waarvan er uieindelijk vier werden verzilverd.

 

Trailer Urinetown productie 2010

 

Het succes bleef niet onopgemerkt bij Nederlandse musicalproducenten. Joop van den Ende Theaterproducties en Opus One sloegen de handen ineen om deze musical in een tournee langs de Nederlandse theaters te laten gaan. Met (bijna) hetzelfde creatieve team, en dezelfde hoofdrolspelers werd de M-Lab versie verder bewerkt voor het theater. De uitdaging voor het creatieve team was de show zo te bewerken dat de intimiteit en de sfeer van het M-lab overeind zou blijven in de grotere theaterzalen.

 

Voor de tour-productie werd door Coen van der Hoeven een (nieuw) eenvoudig, maar zeer functioneel decor ontworpen. Ook werd de kleding aangepast en beter afgestemd op het decor. De choreagrafie/staging en belichting werden aangepast aan het grotere toneel en de teksten werden hier en daar nog wat geactualiseerd. 

 

Na vijf weken repeteren ging de musical op 28 oktober 2010 in het Oude Luxor Theater in Rotterdam in première. De recensies waren wederom unaniem lovend.

 

Prijzen      
award jaar categorie genomineerd/winnaar
Drama Desk Award 2001 musical genomineerd
Drama Desk Award 2001 vrouwelijke bijrol (Spencer Kayden) genomineerd
Drama Desk Award 2001 script (Greg Kotis) genomineerd
Drama Desk Award 2001 liedteksten (Mark Hollmann / Greg Kotis) genomineerd
Drama Desk Award 2001 muziek (Mark Hollmann) genomineerd
Drama Desk Award 2001 regie (John Rando) genomineerd
Drama Desk Award 2001 choreografie (John Carrafa) genomineerd
Drama Desk Award 2001 orkestraties (Bruce Coughlin) genomineerd
Drama League Award

 

2002 musical winnaar
Tony Award 2002 musical genomineerd
Tony Award 2002 mannelijke hoofdrol (John Cullum) genomineerd
Tony Award 2002 vrouwelijke hoofdrol (Nancy Opel) genomineerd
Tony Award 2002 vrouwelijke hoofdrol (Jennifer Laura Thompson) genomineerd
Tony Award 2002 vrouwelijke bijrol (Spencer Kayden) genomineerd
Tony Award 2002 script (Greg Kotis) winnaar
Tony Award 2002 score (Mark Hollmann / Greg Kotis) winnaar
Tony Award 2002 regie (John Rando) winnaar
Tony Award 2002 choreografie (John Carrafa) genomineerd
Tony Award 2002 orkestraties (Bruce Coughlin) genomineerd
Theater World Award 2002 Spencer Kayden winnares
John Kraaykamp Musical Awards 2010 vrouwelijk hoofdrol (Suzan Seegers) winnares
John Kraaykamp Musical Awards 2010 mannelijke hoofdrol (Rene van Kooten) genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2010 mannelijke hoofdrol (Jamai Loman) genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2010 mannelijke bijrol (Zjon Smaal) genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2010 mannelijke bijrol (Han Oldigs) genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2010 aanstormend talent (Noortje Herlaar) winnares
John Kraaykamp Musical Awards 2010 choreografie (Daan Wijnands) winnaar
John Kraaykamp Musical Awards 2010 vertaling/bewerking (Jurrian van Dongen) winnaar
John Kraaykamp Musical Awards 2011 kleine musical genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2011 mannelijke hoofdrol (René van Kooten) genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2011 mannelijke bijrol (Rop Verheijen) genomineerd
John Kraaykamp Musical Awards 2011 vrouwelijke bijrol (Ellis van Laarhoven) genomineerd

 

CD    
Castalbum    
Originele Broadway cast1CDEngels2001