ACHTERGRONDEN
TsjechovAnton Pavlovitsj Tsjechov werd geboren op 17 januari 1860 in Taganrog (zuid Rusland) als zoon van een kruidenier. Toen Tsjechov 16 was ging de kruidenierszaak failliet en verhuisde de familie naar Moskou. Tsjechov bleef achter om zijn opleiding aan het gymnasium af te maken. Hij verdiende de kost door het geven van bijlessen. In 1879 gaat hij in Moskou medicijnen studeren. Om zijn studie te betalen en zijn familie te onderhouden publiceerde hij korte, humoristische verhalen in tijdschriften.
Zijn eerste publicatie 'Brief aan een geleerde buurman ' verscheen in 1880 in de Petersburgse 'Libelle ', en van dat moment af zou hij onder vele pseudoniemen regelmatig bijdragen leveren. Er speelden altijd ideeën voor grappige verhalen door zijn hoofd, en nu hij in de grote stad woonde, namen de onderwerpen alleen nog maar in aantal toe. Gaandeweg werd het satirische, maatschappijkritische element in zijn verhaaltjes groter. Een aantal van zijn stukken werd niet goedgekeurd door de censuur. Zo was er veel te doen om zijn verhaal ' Een Jongeman' waarin nogal onverbloemd sprake was van het kelderen van de roebel en de corruptie van hooggeplaatste ambtenaren. Na zijn studie wordt hij arts in Moskou. Al snel daarna krijgt hij de eerste symptomen van tuberculose. In 1885 bezoekt Tsjechov voor het eerst Sint-Petersburg. Hij is verwonderd over zijn faam als schrijver die hij daar ondervindt en begon zich te realiseren dat hij toch een echte schrijver kan worden. Hij sloot zijn huisartsenpraktijk om zich helemaal op het schrijven te kunnen richten. In 1887 ging zijn eerste toneelstuk, Ivanov, in première. Dit werd geen succes en Tsjechov legde zich daarna weer toe op het schrijven van verhalen. In 1888 werd voor het eerst een verhaal van Tsjechov in een serieus blad gepubliceerd, 'De steppe '. Zijn schrijfstijl ontwikkelde zich van rappe en humoristische opgeschreven stukjes tot serieuze, melancholische en complexe verhalen.
Voor zijn tweede verhalenbundel, 'In de schemering ' ontvangt hij in 1888 de Poesjkinprijs. Desondanks sloeg bij Tsjechov de twijfel over zijn kwaliteiten als schrijven toe. Hij raakte in die tijd geboeid door de filosofie van Tolstoj. Volgens Tolstoj betekende het ware leven afstand doen van alle genietingen des levens, hard werken, deemoedig, duldzaam en barmhartig zijn. Ook predikte hij geweldloosheid. In 1889 maakte Tsjechov een reis naar een strafkamp voor dwangarbeiders in Siberië, Sachalin, waar hij de hygiënische en sanitaire omstandigheden van de gevangenen wilde onderzoeken. Zijn bevindingen waren verschrikkelijk.
Tsjechov zette zich in ook daarna regelmatig in voor goede doelen. Ten tijde van de cholera-epidemie meldde zich aan als arts en hij zamelde geld in voor hongerigen tijdens de hongernood in 1891, hielp een kolonie opzetten voor alcoholisten en hield jarenlang dagelijks een gratis spreekuur voor arme boeren. Financieel ging het goed en in 1892 kocht Tsjechov een landgoed met Melikovo. Hier schrijft hij het toneelstuk 'De meeuw '. De première was weer geen succes en Tsjechov legde zich wederom toe op het schrijven van verhalen. Hij zwoer nooit meer een toneelstuk te zullen schrijven. Het was in deze periode dat Tsjechov de op dat moment beginnend schrijver Maxim Gorki leerde kennen. Gorki zou snel uitgroeien tot een bekend schrijver. Ondanks het grote verschil in levensvisie en schrijfstijl wisten Tsjechov en Gorki een bijzondere vriendschap op te bouwen.
Tijdens een diner met Soevorin in maart 1897 kreeg hij een longbloeding. Hij kreeg rust voorgeschreven en moest stoppen met zijn artsenpraktijk. Na zich eerst op zijn landgoed terug te hebben getrokken kreeg hij later van zijn artsen het advies om zich in een warmere streek te vestigen. Tsjechov vertrok naar de badplaats Jalta waar hij een nieuw huis liet bouwen.
Het lichaam van Tsjechov wordt naar Moskou overgebracht in een terreinwagen met het opschrift 'vervoer van oesters'.
Rusland ten tijde van Tsjechov In het Rusland van Tsjechov was sprake van steeds groter wordende onvrede over de autocratische heerschappij van de tsaren. In april 1866 werd de eerste aanslag gepleegd op het leven van de tsaar en er zouden er nog veel volgen. Aanvankelijk waren het incidentele acties, maar gaandeweg kwam het tot het oprichten van terroristische verzetsgroepen. In 1881 werd door de revolutionaire vereniging 'Volkswil ' tsaar Alexander II vermoord. Dit had een averechts effect. De nieuwe tsaar Alexander III draaide alle versoepelingen in het beleid van Alexander II terug. De politie kreeg weer volmachten, de censuur werd verscherpt en zowel universiteiten als rechtbanken kwamen onder een uiterst streng staatstoezicht. De centrale overheid vergrootte de greep op het lokale bestuur en de traditionele rol van de adel werd herstel. Veel opstandelingen werden naar strafkampen in Siberië gestuurd. Het terrorisme werd zo de kop in gedrukt.
Aan het eind van de 19e eeuw maakte Rusland een industriële revolutie door. Ondanks de economische groei bleven de financiële problemen voor de overheid bestaan wat resulteerde in hoge belastingen voor boeren en een hoog opgevoerde export van graan. Dit leidde 1891 tot een hongersnood onder arme russen. Desondanks bleef de overheid doorgaan op de ingeslagen
In 1905 volgde een revolutie. De Tsaar werd niet ten val gebracht, maar er werd wel een parlement (met beperkte bevoegdheden) ingesteld, de Doema. De Russische deelname aan de eerste wereldoorlog en het dramatische verloop daarvan voor de Russen leidde in 1917 tot rellen. Er werd een parlementaire republiek ingesteld onder leiding van Krenski. Hij zette de deelname aan de oorlog voort tegen de zin van zowel de monarchisten als de communisten. In oktober 1917 pleegden de communisten onder leiding van Lenin een coup. Onderhandelingen met de Duitsers over het beëindigen van de oorlog leverden aanvankelijk niets op en na nog meer desastreuze verliezen van Rusland zagen de communisten zich gedwongen een kostbaar vredesverdag te tekenen met de Duitsers. Ze moesten land, kapitaal en inwoners aan Duitsland afstaan en werden verplicht tot leveranties van grondstoffen aan Duitsland. Dit resulteerde in de volgende opstand in Rusland en mondde uit in een burgeroorlog die in 1922 uiteindelijk in het voordeel van de communisten werd beslist. De musical De schrijver, theater-, televisie- en filmmaker Dimitri Frenkel Frank had altijd al een passie voor het leven en het werk van Anton Tsjehov. Zijn goede vriend Robert Long daarentegen was niet weg van het werk van Tsjechov. Toch wist Frenkel Frank zijn vriend enthousiast te krijgen om een musical te maken over het leven van Tsjechov. Het werk sprak Long dan wel niet aan, de persoon Tsjechov wel en de uitdaging om iets te doen wat hij nog niet eerder had gedaan, het maken van een musical, maakte de uitdaging onweerstaanbaar. De samenwerking was op grote afstand van elkaar. Frenkel Frank schreef script en libretto. Scène na scène stuurde hij deze naar Long. Deze maakte vervolgens de liedteksten en de muziek, die daarna weer naar Frenkel Frank werden gestuurd. Beiden voorzagen het werk en de vorderingen van de ander van uitgebreid commentaar. Af en toe ontmoetten ze elkaar voor overleg.
Na het gereedkomen van de tekst en muziek werd in 1988 een conceptalbum gemaakt met een aantal grootheden uit de Nederlandse muziek en kleinkunst. Robert Long zelf vertolkte de rol van Tsjechov en Dimitri Frenkel Frank die van Stanislavski. De andere rollen werden vertolkt door:
Gorki: Rob de Nijs Lika: Simone Kleinsma Olga: Jasperina de Jong Tolstoi: Andre van de Heuvel Masja: Martine Bijl Dienstmeisje: Corrie Konings Potapenko: Robert Paul Soevorin: Gerard Cox Censor: Johan Ooms
Binnen drie maanden werd het album met goud bekroond en werd de single Vanmorgen vloog ze nog een groot succes. De wereldpremière van Tsjechov vond plaats op 27 april 1989 in Konstanz, tijdens het Baden-Württembergische Theatertage en werd gespeeld door Theater Der Stadt te Heilbronn. Dimitri Frenkel Frank maakte deze première niet meer mee. Hij overleed op 18 oktober 1988 na een hartaanval.
De Nederlandse première was op 27 september 1991 in de Stadsschouwburg in Amsterdam. De tweede Nederlandse productie ging op 19 februari 2000 in de Goudse Schouwburg te Gouda in première. Beide malen werd de rol van Tsjechov gespeeld door Boudewijn de Groot.
|
| Prijzen | |||
| award | jaar | categorie | genomineerd/winnaar |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2000 | mannelijke bijrol (Dick Cohen) | winnaar |
| CD | ||||
| Castalbums | ||||
![]() | Originele Nederlandse cast | 1CD | Nederlands | 1991 |
![]() | Concept album | 1CD | Nederlands | 1988 |