ACHTERGRONDEN

De Titanic

De Titanic werd in opdracht van de White Star Line gebouwd op de scheepswerf van Harland en Wolff in Belfast . De White Star Line wilde met het schip concurreren met Cunard Line, Lustania en Mauretania. De Titanic en haar zusterschepen, de Olympic en de Britannic moesten de grootste en meest luxueuze passagiersschepen worden die de wereld tot dan toe had gezien. De bouw van de Titanic begon op 31 maart 1909. De romp van het schip werd in 1911 te water gelaten, en een jaar later was het schip klaar voor zijn eerste reis.

Het tijdschrift Ship Builders schreef in 1912 dat de Titanic praktisch onzinkbaar moest zijn. De scheepsromp was opgedeeld in zestien compartimenten, die vanaf de brug gesloten konden worden. Wanneer er vier compartimenten vol met water zouden lopen, bleef het schip nog drijven.

De Titanic bood haar passagiers (de welgestelden) een ongekende luxe aan boord. Er waren:

  • een zwembad

  • een sporthal

  • een Turks stoombad

  • een bibliotheek

  • een squashveld

De hutten van de eersteklas passagiers waren gedecoreerd met dure houten panelen en luxueuze meubels.

 
De cijfers
Afmetingen  269 meter lang en 28 meter breed
Gewicht66.000 ton
Aandrijving2 vier-cilinder stoommachines, 1 stoomturbine
Kolenovens  159
Topsnelheid44 kilometer per uur
Schoorstenen  4 (3 functioneel en 1 om het schip nog indrukwekkender te maken)
Capaciteit  3.500 personen
Liften3 (voor eerste klas passagiers)
Reddingsboten  20 (totale capaciteit 1178 personen)

 

Maiden voyage

Op 10 april 1912 verliet de Titanic de haven van Southampton (Engeland) met als bestemming New York City. Door de enorme aanzuigingskracht die de Titanic veroorzaakte werd het nabij gelegen stoomschip New York richting de Titanic werd gezogen. Een botsing werd afgewend, maar het vertrek werd een uur vertraagd. De eerste stop voor de Titanic was Cherbourg (Frankrijk). Daarna voer men naar Cobh (Ierland), om uiteindelijk met 2.228 opvarenden richting New York koers te zetten met Edward Smith als kapitein.

De passagiers waren opgedeeld in de drie klassen:

De derde klas
Waarop de onderste dekken
Soortkleine hutten
Wieveelal immigranten, die in de Verenigde Staten een nieuw leven wilden opbouwen

 

De tweede klas
Waarrichting de achtersteven
Soortluxe hutten (vergelijkbaar met eerste klas hutten op ander schepen uit die tijd)
Wiepassagiers die afkomstig waren uit de middenklasse

 

De eerste klas
Waarbovenste dekken
Soortzeer luxueus
Wieschatrijke en zeer prominente mensen


Onder de eersteklas passagiers waren:

  • de miljonair John Jacob Aster en zijn vrouw

  • de industrieel Benjamin Guggenheim

  • de Amerikaanse presidentsadviseur Archibald Butt

  • de directeur van de White Star Line, J. Bruce Ismay

  • de ontwerper van de Titanic, Thomas Andrews

De ramp *
14 april Kapitein Smith had de koers van het schip naar het zuiden bijgesteld vanwege een aantal waarschuwingen voor ijsbergen in het gebied
14 april, middag Het stoomschip America seint de Titanic dat zich grote ijsbergen in haar koers bevonden. Dit bericht heeft de brug nooit bereikt.
14 april avond   De Mesaba seint de Titanic dat zich grote ijsbergen in haar koers bevonden. Op dit bericht wordt geen actie ondernomen
14 april 23.40 uur Twee matrozen in het kraaiennest namen een grote ijsberg waar, die zich recht voor de boeg bevond. Eerste stuurman William Murdoch beval het schip een scherpe bocht naar links te maken, en liet de stoommachines stoppen en vervolgens in de tegengestelde richting werken. De ijsberg schraapte langs de rechterzijde, waarbij meer dan een kwart van de romp werd opengereten en vijf van de waterdichte compartimenten vol begonnen te lopen. Het gewicht van het water in die vijf compartimenten zorgde ervoor dat de Titanic begon te hellen, waardoor het water over de waterdichte schotten in de andere compartimenten kon stromen. Kapitein Smith beval het schip te stoppen. Na een inspectie van de schade was het duidelijk dat het schip zou zinken.
15 april 00.00 uur De eerste reddingsboten werden gereed gemaakt
15 april 00.40 uur De eerste reddingsboot (boot 7) ging te water. Aan boord 28 passagiers van de 65 die de boot kan plaatsen
15 april 02.00 uur 18 reddingsboten waren te water gelaten, de boeg was bijna geheel verdwenen
15 april 02.10 uur De Titanic helde zover voorover dat de schroef zichtbaar werd. De laatste twee reddingsboten schoven van het dek en dreven weg. De voorste schoorsteen brak af en verpletterde de mensen die al in het water lagen.
15 april 02.15 uur de elektriciteit viel uit. De Titanic brak tussen de twee achterste schoorstenen.
15 april 02.20 uur Eerst zonk de boeg, daarna de achtersteven.
15 april 04.10 uur De Carpathia arriveerde op de rampplek en nam de 706 overlevenden aan boord.
15 april 08.50 uur De Carpathia zette koers naar New York
18 april 09.00 uur Aankomst van de Carpathia in New York

 

* De tijden zijn een indicatie. In verschillende bronnen worden verschillende tijden aangegeven (scheelt soms enkele minuten)

 

Het noodsignaal

Direct nadat duidelijk werd dat de Titanic niet meer te redden was werd het noodsignaal CQD uitgezonden. Een aantal schepen reageerden hierop, waaronder de Mount Temple, de Frankfurt, Titanic' s zusterschip de Olympic, en de Carpathia van de Cunard Line. Het dichtstbijzijnde schip, de SS Californian, reageerde niet op het noodsignaal. De marconist van dit schip was al naar bed. Kapitein Smith stelde voor het nieuwe noodsignaal SOS te gebruiken.

 

De reddingsboten

Op de reddingsboten was plaats voor 1178 mensen (circa 1/3 van de capaciteit van de Titanic). Het aantal plaatsen op de reddingsboten voldeed aan de reglementen uit die tijd. Het aantal beschikbare plaatsen werd bepaald aan de hand van het gewicht van het schip in plaats van het aantal passagiers. Gezien de tijd tussen de aanvaring met de ijsberg en het zinken van de Titanic hadden meer reddingsboten niet betekend dat er minder slachtoffers waren gevallen. Op het moment van het zinken van de Titanic waren 18 van de 20 reddingsboten te water gelaten.

De passagiers uit de eerste en tweede klassen konden zich makkelijk naar het dek met de reddingsboten begeven, omdat hun hutten vrij hoog in het schip zaten. De derdeklas passagiers moesten een heel gangenstelsel door om boven te komen. De stewards hadden de poorten naar de hogere dekken gesloten totdat er toestemming kwam van hogerhand om de mensen uit de derde klas naar boven te laten.

 

In eerste instantie waren de meeste passagiers niet van plan de in hun ogen veilige Titanic te verlaten. Als gevolg hiervan werden de meeste reddingsboten halfvol te water gelaten. De officieren lieten voornamelijk vrouwen en kinderen van boord gaan. Naar mate het schip verder zonk, begaven meer passagiers zich naar de reddingsboten. Twee van de reddingsboten (4 en 14) gingen terug om overlevenden in het water te zoeken. Ze redden zes mensen uit het ijskoude water. In de andere boten besloot men niet terug te keren, bang om alsnog te zinken of om te slaan door het enorme aantal mensen dat zou proberen aan te klampen of door de zuiging van de zinkende Titanic naar beneden gezogen te worden. In totaal werden 706 plaatsen van de beschikbare 1178 plaatsen in de reddingsboten gebruikt.

 

De musical

Maury Yeston

Het idee voor een musical gebaseerd op het drama van de Titanic ontstond toen in 1985 de eerste wrakstukken van de Titanic werden gevonden. Zowel Maury Yeston als Peter Stone speelden onafhankelijk van elkaar met het idee. Later, als ze samen aan 'Grand Hotel ' werken ontdekten ze elkaars gedeelde interesse voor het onderwerp.

 

Door andere opdrachten konden ze niet meteen met het idee aan de slag. Tegen de tijd dat ze met de musical over de Titanic aan de slag gingen wisten ze dat er ook een film over hetzelfde onderwerp in de maak was. Ze hadden echter ook gehoord dat de film vertraging opliep en het budget ver was overschreden. Hierdoor konden zij de musical eerder op de planken brengen dan dat de film in de bioscoop was te zien.

 

A night to rememberBehalve het feitelijke verhaal van de ondergang van de Titanic wilde de heren de tijdgeest en de maatschappij van die tijd aan de orde brengen. In de musical werd aandacht besteed aan het klassensysteem dat in die tijd nog duidelijk in de maatschappij aanwezig was (de passagiers van de derde klasse werd de mogelijkheid op redding ontnomen door de toegangswegen van hun hutten naar het dek te sluiten), de American Dream (aan boord waren veel immigranten die droomden van een beter leven), het vaak misplaatste vertrouwen in de technologie (de titanic zou onzinkbaar zijn), de onervarenheid met nieuwe technologieën zoals de radiografie (Het dichtstbijzijnde schip had de ontvanger niet aan staan) en aan de strijd en race om het passagiersvervoer over de Atlantische oceaan (De Titanic voer gevaarlijk hard om het record te breken).

 

De personages die in de musical werden opgevoerd hebben daadwerkelijk meegevaren op de eerste reis van de Titanic. Yeston heeft hierbij veel gebruik gemaakt van het boek 'A night to remember ' van Walter Lord voor de achtergronden. De schrijvers hadden zich echter wel enige vrijheden gepermitteerd. Bijvoorbeeld als het gaat om wie de ramp wel en niet overleefden.  

 

Rosie O'
Donnell

De weg naar Broadway kende zijn tegenslagen. Al van het moment dat de plannen voor de musical bekend werden gemaakt waren er bedenkingen over het in een musical omzetten van zo 'n somber verhaal en hoe laat je een schip zinken in het theater. Het complexe, technische decor zorgde voor veel problemen die dagelijks in de pers breed werden uitgemeten. In de try-out perioden waren de recensies dan ook niet juichend.

Maar door mond-op-mond reclame en de inzet van talkshow host Rosie O 'Donnell werd de show een groot succes. Een week na de première op 23 april 1997 in het Lunt Fontanne Theatre op Broadway ontving de show vijf nominaties voor een Tony Award. 1 juni 1997 verzilverde Titanic alle vijf de nominaties. Titanic won Tony Awards voor Best Musical, Best Book, Best Score, Best Orchestrations (Jonathan Tunnick) en Outstanding scenic design (Stewart Laing). Daarnaast won Titanic ook een Drama Desk Award en twee Outer Critics Circle Award. De komst van de hitfilm Titanic, met Leonardo DiCaprio en Kate Winslet, gaf de musical nog extra zet in de goede richting.

 

De lobby van het Lunt Fontanne Theatre was voor Titanic verbouwd. Op de muren was de volledige passagierslijst geschilderd, daarbij aangevend wie de ramp had overleefd en wie niet.

 

De Nederlandse productie ging op 23 september 2001 in première in Koninklijk Theater Carré te Amsterdam. De vertaling was van Daniël Cohen.

 

 

Prijzen      
award jaar categorie genomineerd/winnaar
Tony Award 1997 musical winnaar
Tony Award 1997 script (Peter Stone) winnaar
Tony Award 1997 score (Maury Yeston) winnaar
Tony Award 1997 decorontwerp (Stewart Laing) winnaar
Tony Award 1997 orkestraties (Jonathan Tunick) winnaar
Drama Desk Award 1997 orkestraties (Jonathan Tunick) winnaar
ANWB-publieksprijs 2002 musical genomineerd
John Kraaijkamp Musical Award 2002 mannelijke hoofdrol (Danny de Munk) genomineerd
John Kraaijkamp Musical Award 2002 mannelijke bijrol (Dick Cohen) genomineerd
John Kraaijkamp Musical Award 2002 vertaling (Daniel Cohen) genomineerd

 

CD    
Castalbums    
Originele Broadway cast1CDEngels1997
Originele Nederlandse cats1CDNederlands2001
Originele Hamburgse cast1CDDuits2002