ACHTERGRONDEN
Het was het begin van de legende van Sweeney Todd, de bloedbarbier van Fleetstreet. Heeft Sweeney Todd echt bestaan, of is het een fictief persoon? Generaties lang hebben mensen over deze vraag gediscussieerd. In 1846 verwerkte Thomas Peckett Prest het verhaal in een serie horrorverhalen genaamd de 'Penny Dreadfulls ' in 'The People 's Periodical '. De serie waarin Sweeney Todd een rol had, was het verhaal 'The String of Pearls: A Romance ', een 18-delige serie. Het verhaal gaat over een parelketting die met de persoon die de ketting bij zich had verdwijnt in de buurt van Fleetstreet 186. Miss Joanna Oakley, voor wie de parelketting bedoeld was, schakelt politie in. Na vele afleveringen komen ze erachter dat de kapper aldaar, Sweeney Todd, al jarenlang zijn klant vermoord voor hun geld. Om van de lijken af te komen brengt hij ze via een ondergronds gangenstelsel naar de bakkerij van Mrs. Lovett die ze gebruikt om de vulling voor haar pasteien te maken. Hun gruwelijk spel komt tot een eind als Sweeney Todd op heterdaad worden betrapt door de politie. Mrs. Lovett sterft door het gif dat Sweeney Todd voor haar heeft achtergelaten. Joanna ontvangt eindelijk haar parelketting en haar verdwenen verloofde die in de kelder van Mrs. Lovett gevangen zat waar hij werd gedwongen de pasteien te maken.
Het verhaal werd opgepikt door een in die tijd bekende toneelschrijver, George Dibdin Pitt. Zijn toneelstuk speelde zich af in de tijd van koning George II (late 18e eeuw). De première vond plaats op 1 maart 1847 in het Hoxton Theatre in Londen. Dit theater was gespecialiseerd in sensationele melodrama 's. De show werd aangekondigd als 'gebaseerd op feiten '. Sindsdien wordt gespeculeerd of Sweeney Todd wel of niet heeft bestaan. Hoewel er geen hard bewijs is voor het bestaan van een Todd of een kapperszaak op of nabij Fleetstreet, zijn er zeker aanwijzingen voor zijn bestaan. De Penny Dreadfulls waren vaak gebaseerd op waargebeurde verhalen en van Thomas Prest is bekend dat hij vaak door kranten snuffelde om ideeën op te doen voor zijn verhalen. Ook zijn in de kranten uit die tijd veel berichten te vinden met gruwelijke misdaden. In het toneelstuk van Pitt werd de ingenieuze kapperstoel geintroduceerd waarmee Sweeney Todd zich van zijn slachtoffers ontdeed.
Christopher Bond uit Liverpool schreef in 1973 een zeer succesvolle toneelversie voor het Victoria Theatre in Stoke on Trent. Waar in het toneelstuk van Pitt Sweeney Todd nog een gewetenloze moordenaar was die uit pure zelfzucht aan het moorden was geslagen was in het toneelstuk van Bond sprake van een motief. Bond voegde de verhaallijn toe waarin Sweeney Todd het slachtoffer is van een onrechtvaardige veroordeling door een corrupte rechter. Hierbij kwamen ook de vermeende zelfmoord van zijn vrouw en zijn dochter die haar vader nooit heeft gekend voor het eerst voor. Deze versie werd later in verschillende theaters opgevoerd, waaronder het Londense Joan Littlewood' s theater. In dit theater zag Stephen Sondheim het toneelstuk voor het eerst. Hij was zo enthousiast over het verhaal dat hij besloot een musical te schrijven over de moordlustige kapper, Sweeney Todd.
Hij ontdekte dat op dat moment de producenten Richard Barr en Charles Woodward bezig waren om de rechten voor het toneelstuk in Amerika binnen te halen. Hij b
Hugh Wheeler schreef het script dat was gebasseerd op de toneelversie van Christopher Bond. Hij had de moeilijke taak om het complexe verhaal met de vele verhaallijnen tot een geheel te vormen. Op basis van het script schreef Sondheim de muziek en de liedteksten. Met bijna 80% muziek en slechts 20% gesproken tekst weken Sondheim en Wheeler af van de in die tijd gebruikelijke musicalopzet en sloten meer aan bij de opera. Sondheim en Harold Prince (de regisseur) sloten voor Sweeney Todd aan bij de Grand Guignol traditie. In deze theatervorm worden gruwelijke onderwerpen behaneld en wordt gekenmerkt is door 'over-the-top ' gewelddadigheid. Prince pakte groots uit. Harold Prince zag de productie van Sweeney Todd in eerste instantie niet zitten, maar Sondheim wist hem over te halen om het stuk te regiseren. Gaandeweg raakte Prince overtuigd van de kracht van Sweeney Todd. Waar hij in eerdere producties die hij had geregisseerd nog uit was gegaan van het adagium 'less is more' benaderde hij Sweeney Todd van een hele ander kant, 'less is boring, more is more'. Zo liet hij bijvoorbeeld een oude 19-eeuwse metaalfabriek van Rhode Island komen en zette die op het toneel in elkaar om dienst te doen als de kapperszaak van Todd. De productie beleefde op 1 maart 1979 zijn wereldpremière beleefde in het Uris Theatre in New York. In de hoofdrollen Len Cariou (Sweeney Todd) en Angela Lansburry (Mrs. Lovett). Ruim een jaar later, op 2 juli 1980, ging de musical ook in Londen in première.
In 2007 verscheen Sweeney Todd op het grote scherm in een film van Tim Burton, met Johnny Depp in de hoofdrol van Benjamin Barker / Sweeney Todd. |
| Prijzen | |||
| award | jaar | categorie | genomineerd/winnaar |
| Tony Award | 1979 | musical | winnaar |
| Tony Award | 1979 | script (Hugh Wheeler) | winnaar |
| Tony Award | 1979 | score (Stephen Sondheim) | winnaar |
| Tony Award | 1979 | mannelijk hoofdrol (Len Cariou) | winnaar |
| Tony Award | 1979 | vrouwelijke hoofdrol (Angela Lansbury) | winnares |
| Tony Award | 1979 | decorontwerp (Eugene Lee) | winnaar |
| Tony Award | 1979 | kostuumontwerp (Franne Lee) | winnares |
| Tony Award | 1979 | lichtontwerp (Ken Billington) | genomineerd |
| Tony Award | 1979 | regie (Harold Prince) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | musical | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | script (Hugh Wheeler) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | muziek (Stephen Sondheim) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | liedteksten (Stephen Sondheim) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | mannelijk hoofdrol (Len Cariou) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | vrouwelijke hoofdrol (Angela Lansbury) | winnares |
| Drama Desk Award | 1979 | mannelijke bijrol (Ken Jennings) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | vrouwelijke bijrol (Merle Louise) | winnares |
| Drama Desk Award | 1979 | decorontwerp (Eugene Lee) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1979 | kostuumontwerp (Franne Lee) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1979 | lichtontwerp (Ken Billington) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1979 | regie (Harold Prince) | winnaar |
| Drama Desk Award | 1979 | choreografie (Larry Fuller) | genomineerd |
| Theatre World Award | 1979 | Ken Jennings | winnaar |
| Theatre World Award | 1979 | Sarah Rice | winnares |
| Laurence Olivier Award | 1980 | musical | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 1980 | mannelijke hoofdrol (Dennis Quilly) | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 1980 | vrouwelijke hoofdrol (Sheila Hancock) | genomineerd |
| Tony Award | 1990 | mannelijke hoofdrol (Bob Gunton) | genomineerd |
| Tony Award | 1990 | vrouwelijke hoofdrol (Beth Fowler) | genomineerd |
| Tony Award | 1990 | regie (Susan H. Schulman) | genomineerd |
| Tony Award | 1990 | revival musical | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1989 | mannelijke hoofdrol (Bob Gunton) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1989 | vrouwelijke hoofdrol (Beth Fowler) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1989 | lichtontwerp (Mary Jo Dondlinger) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1989 | decorontwerp (James Morgan) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1989 | revival musical | genomineerd |
| Laurence Olivier Award | 1994 | revival musical | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 1994 | vrouwelijke hoofdrol (Julia McKenzie) | winnares |
| Laurence Olivier Award | 1994 | mannelijke hoofdrol (Alun Armstrong) | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 1994 | bijrol (Barry James) | genomineerd |
| Laurence Olivier Award | 1994 | bijrol (Adrian Lester) | genomineerd |
| Laurence Olivier Award | 1994 | regie (Declan Donnellan) | winnaar |
| Tony Award | 2006 | revival musical | genomineerd |
| Tony Award | 2006 | mannelijk hoofdrol (Michael Cerveris) | genomineerd |
| Tony Award | 2006 | vrouwelijke hoofdrol (Patti LuPone) | genomineerd |
| Tony Award | 2006 | mannelijke bijrol (Manoel Felciano) | genomineerd |
| Tony Award | 2006 | regie (John Doyle) | winnaar |
| Tony Award | 2006 | orkestraties (Sarah Travis) | winnares |
| Drama Desk Award | 2006 | revival musical | winnaar |
| Drama Desk Award | 2006 | mannelijk hoofdrol (Michael Cerveris) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2006 | vrouwelijke hoofdrol (Patti LuPone) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2006 | mannelijke bijrol (Alexander Gemignani) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2006 | regie (John Doyle) | winnaar |
| Drama Desk Award | 2006 | orkestraties (Sarah Travis) | winnares |
| Drama Desk Award | 2006 | decorontwerp (John Doyle) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2006 | lichtontwerp (Richard G. Jones) | winnaar |
| Drama Desk Award | 2006 | geluid ontwerp (Dan Moses Schreier) | genomineerd |
| New York Critics Circle Award | 2006 | regie (John Doyle) | winnaar |
| New York Critics Circle Award | 2006 | orkestraties (Sarah Travis) | winnaar |
| CD | ||||
| Castalbums | ||||
![]() | Originele Broadway cast | 2CD | Engels | 1979 |
![]() | Revival Broadway cast | 2CD | Engels | 2005 |
| Special Editions | ||||
![]() | Live in concert New York Philharmonic
| 2CD | Engels | 2000 |