ACHTERGRONDEN

Al in 1785 werd in 'The Annual Register of London' een vermelding gemaakt van een barbier die woonde bij Hyde Park Corner. De barbier was al jaren jaloers op zijn echtgenote. Op een dag kwam een jongeman de kapperszaak binnen voor een scheerbeurt. Hij vertelde de barbier over een vrouw met wie hij de afgelopen nacht had doorgebracht. Toen hij de vrouw beschreef concludeerde de barbier dat het zijn echtegenote moet zijn geweest. In een vlaag van woede sneed hij de nek door van de nietsvermoedende klant. In 1801 werd Sweeney Todd opgehangen na te zijn veroordeeld voor moord. Hoeveel mensen hij had vermoord is onduidelijk. De hoogste schattingen lopen zelfs op tot 160 slachtoffers.

Het was het begin van de legende van Sweeney Todd, de bloedbarbier van Fleetstreet. Heeft Sweeney Todd echt bestaan, of is het een fictief persoon? Generaties lang hebben mensen over deze vraag gediscussieerd. In 1846 verwerkte Thomas Peckett Prest het verhaal in een serie horrorverhalen genaamd de 'Penny Dreadfulls ' in 'The People 's Periodical '. De serie waarin Sweeney Todd een rol had, was het verhaal 'The String of Pearls: A Romance ', een 18-delige serie. Het verhaal gaat over een parelketting die met de persoon die de ketting bij zich had verdwijnt in de buurt van Fleetstreet 186. Miss Joanna Oakley, voor wie de parelketting bedoeld was, schakelt politie in. Na vele afleveringen komen ze erachter dat de kapper aldaar, Sweeney Todd, al jarenlang zijn klant vermoord voor hun geld. Om van de lijken af te komen brengt hij ze via een ondergronds gangenstelsel naar de bakkerij van Mrs. Lovett die ze gebruikt om de vulling voor haar pasteien te maken. Hun gruwelijk spel komt tot een eind als Sweeney Todd op heterdaad worden betrapt door de politie. Mrs. Lovett sterft door het gif dat Sweeney Todd voor haar heeft achtergelaten. Joanna ontvangt eindelijk haar parelketting en haar verdwenen verloofde die in de kelder van Mrs. Lovett gevangen zat waar hij werd gedwongen de pasteien te maken.

 

George Dibdin Pitt

Het verhaal werd opgepikt door een in die tijd bekende toneelschrijver, George Dibdin Pitt. Zijn toneelstuk speelde zich af in de tijd van koning George II (late 18e eeuw). De première vond plaats op 1 maart 1847 in het Hoxton Theatre in Londen. Dit theater was gespecialiseerd in sensationele melodrama 's. De show werd aangekondigd als 'gebaseerd op feiten '. Sindsdien wordt gespeculeerd of Sweeney Todd wel of niet heeft bestaan. Hoewel er geen hard bewijs is voor het bestaan van een Todd of een kapperszaak op of nabij Fleetstreet, zijn er zeker aanwijzingen voor zijn bestaan. De Penny Dreadfulls waren vaak gebaseerd op waargebeurde verhalen en van Thomas Prest is bekend dat hij vaak door kranten snuffelde om ideeën op te doen voor zijn verhalen. Ook zijn in de kranten uit die tijd veel berichten te vinden met gruwelijke misdaden. In het toneelstuk van Pitt werd de ingenieuze kapperstoel geintroduceerd waarmee Sweeney Todd zich van zijn slachtoffers ontdeed.

 

Christopher Bond uit Liverpool schreef in 1973 een zeer succesvolle toneelversie voor het Victoria Theatre in Stoke on Trent. Waar in het toneelstuk van Pitt Sweeney Todd nog een gewetenloze moordenaar was die uit pure zelfzucht aan het moorden was geslagen was in het toneelstuk van Bond sprake van een motief. Bond voegde de verhaallijn toe waarin Sweeney Todd het slachtoffer is van een onrechtvaardige veroordeling door een corrupte rechter. Hierbij kwamen ook de vermeende zelfmoord van zijn vrouw en zijn dochter die haar vader nooit heeft gekend voor het eerst voor. Deze versie werd later in verschillende theaters opgevoerd, waaronder het Londense Joan Littlewood' s theater. In dit theater zag Stephen Sondheim het toneelstuk voor het eerst. Hij was zo enthousiast over het verhaal dat hij besloot een musical te schrijven over de moordlustige kapper, Sweeney Todd.

 

Hij ontdekte dat op dat moment de producenten Richard Barr en Charles Woodward bezig waren om de rechten voor het toneelstuk in Amerika binnen te halen. Hij baffiche West-End productieenaderde hen met het idee om van het verhaal een musical te maken. Sondheim was op dat moment echter druk bezig met het schrijven van 'Pacific Overtures'. De prodecenten zegden toe te wachten tot Sondheim tijd zou hebben. Dat duurde uiteindelijk vijf jaar. In de zomer van 1977 begon Sondheim te werken aan de musical Sweeney Todd.

 

Hugh Wheeler schreef het script dat was gebasseerd op de toneelversie van Christopher Bond. Hij had de moeilijke taak om het complexe verhaal met de vele verhaallijnen tot een geheel te vormen. Op basis van het script schreef Sondheim de muziek en de liedteksten. Met bijna 80% muziek en slechts 20% gesproken tekst weken Sondheim en Wheeler af van de in die tijd gebruikelijke musicalopzet en sloten meer aan bij de opera.

Sondheim en Harold Prince (de regisseur) sloten voor Sweeney Todd aan bij de Grand Guignol traditie. In deze theatervorm worden gruwelijke onderwerpen behaneld en wordt gekenmerkt is door 'over-the-top ' gewelddadigheid. Prince pakte groots uit. Harold Prince zag de productie van Sweeney Todd in eerste instantie niet zitten, maar Sondheim wist hem over te halen om het stuk te regiseren. Gaandeweg raakte Prince overtuigd van de kracht van Sweeney Todd. Waar hij in eerdere producties die hij had geregisseerd nog uit was gegaan van het adagium 'less is more' benaderde hij Sweeney Todd van een hele ander kant, 'less is boring, more is more'. Zo liet hij bijvoorbeeld een oude 19-eeuwse metaalfabriek van Rhode Island komen en zette die op het toneel in elkaar om dienst te doen als de kapperszaak van Todd.

 

De productie beleefde op 1 maart 1979 zijn wereldpremière beleefde in het Uris Theatre in New York. In de hoofdrollen Len Cariou (Sweeney Todd) en Angela Lansburry (Mrs. Lovett). Ruim een jaar later, op 2 juli 1980, ging de musical ook in Londen in première.

 

In 2007 verscheen Sweeney Todd op het grote scherm in een film van Tim Burton, met Johnny Depp in de hoofdrol van Benjamin Barker / Sweeney Todd.

 

Prijzen      
award jaar categorie genomineerd/winnaar
Tony Award 1979 musical winnaar
Tony Award 1979 script (Hugh Wheeler) winnaar
Tony Award 1979 score (Stephen Sondheim) winnaar
Tony Award 1979 mannelijk hoofdrol (Len Cariou) winnaar
Tony Award 1979 vrouwelijke hoofdrol (Angela Lansbury) winnares
Tony Award 1979 decorontwerp (Eugene Lee) winnaar
Tony Award 1979 kostuumontwerp (Franne Lee) winnares
Tony Award 1979 lichtontwerp (Ken Billington) genomineerd
Tony Award 1979 regie (Harold Prince) winnaar
Drama Desk Award 1979 musical winnaar
Drama Desk Award 1979 script (Hugh Wheeler) winnaar
Drama Desk Award 1979 muziek (Stephen Sondheim) winnaar
Drama Desk Award 1979 liedteksten (Stephen Sondheim) winnaar
Drama Desk Award 1979 mannelijk hoofdrol (Len Cariou) winnaar
Drama Desk Award 1979 vrouwelijke hoofdrol (Angela Lansbury) winnares
Drama Desk Award 1979 mannelijke bijrol (Ken Jennings) winnaar
Drama Desk Award 1979 vrouwelijke bijrol (Merle Louise) winnares
Drama Desk Award 1979 decorontwerp (Eugene Lee) genomineerd
Drama Desk Award 1979 kostuumontwerp (Franne Lee) genomineerd
Drama Desk Award 1979 lichtontwerp (Ken Billington) genomineerd
Drama Desk Award 1979 regie (Harold Prince) winnaar
Drama Desk Award 1979 choreografie (Larry Fuller) genomineerd
Theatre World Award 1979 Ken Jennings winnaar
Theatre World Award 1979 Sarah Rice winnares
Laurence Olivier Award 1980 musical winnaar
Laurence Olivier Award 1980 mannelijke hoofdrol (Dennis Quilly) winnaar
Laurence Olivier Award 1980 vrouwelijke hoofdrol (Sheila Hancock) genomineerd
Tony Award 1990 mannelijke hoofdrol (Bob Gunton) genomineerd
Tony Award 1990 vrouwelijke hoofdrol (Beth Fowler) genomineerd
Tony Award 1990 regie (Susan H. Schulman) genomineerd
Tony Award 1990 revival musical genomineerd
Drama Desk Award 1989 mannelijke hoofdrol (Bob Gunton) genomineerd
Drama Desk Award 1989 vrouwelijke hoofdrol (Beth Fowler) genomineerd
Drama Desk Award 1989 lichtontwerp (Mary Jo Dondlinger) genomineerd
Drama Desk Award 1989 decorontwerp (James Morgan) genomineerd
Drama Desk Award 1989 revival musical genomineerd
Laurence Olivier Award 1994 revival musical winnaar
Laurence Olivier Award 1994 vrouwelijke hoofdrol (Julia McKenzie) winnares
Laurence Olivier Award 1994 mannelijke hoofdrol (Alun Armstrong) winnaar
Laurence Olivier Award 1994 bijrol (Barry James) genomineerd
Laurence Olivier Award 1994 bijrol (Adrian Lester) genomineerd
Laurence Olivier Award 1994 regie (Declan Donnellan) winnaar
Tony Award 2006 revival musical genomineerd
Tony Award 2006 mannelijk hoofdrol (Michael Cerveris) genomineerd
Tony Award 2006 vrouwelijke hoofdrol (Patti LuPone) genomineerd
Tony Award 2006 mannelijke bijrol (Manoel Felciano) genomineerd
Tony Award 2006 regie (John Doyle) winnaar
Tony Award 2006 orkestraties (Sarah Travis) winnares
Drama Desk Award 2006 revival musical winnaar
Drama Desk Award 2006 mannelijk hoofdrol (Michael Cerveris) genomineerd
Drama Desk Award 2006 vrouwelijke hoofdrol (Patti LuPone) genomineerd
Drama Desk Award 2006 mannelijke bijrol (Alexander Gemignani) genomineerd
Drama Desk Award 2006 regie (John Doyle) winnaar
Drama Desk Award 2006 orkestraties (Sarah Travis) winnares
Drama Desk Award 2006 decorontwerp (John Doyle) genomineerd
Drama Desk Award 2006 lichtontwerp (Richard G. Jones) winnaar
Drama Desk Award 2006 geluid ontwerp (Dan Moses Schreier) genomineerd
New York Critics Circle Award 2006 regie (John Doyle) winnaar
New York Critics Circle Award 2006 orkestraties (Sarah Travis) winnaar

 

CD    
Castalbums    
Originele Broadway cast2CDEngels1979
Revival Broadway cast2CDEngels2005
Special Editions    
Live in concert

New York Philharmonic

 

2CDEngels2000