Frank Wedekind![]() Frank Wedekind werd op 24 juli 1864 in Hanover geboren. Vanwege onvrede over politieke situatie in Duitsland verhuisde het gezin in 1872 naar Zwitserland. In zijn schoolperiode waren er twee type scholen, technische scholen en gymnasia. Het regieme op de scholen was strak, waarbij leraren totale gehoorzaamheid en respect eisten. Het schoolsysteem was zeer competatief en kende een zeer strike discipline waarbij lijfstraffen niet werden geschuwd. Tegen het eind van de negentiende eeuw nam het aantal zelfmoorden onder scholieren toe. Ook twee klasgenoten van Wedekind pleegden zelfmoord. Wedekind zelf kende geen succesvolle schoolcarriere en kreeg uiteindelijk priveles.
Nadat hij in eerste instantie Duitse en Franse literatuur studeerde in Lausanne, ging hij onder druk van zijn vader tegen zijn zin in rechten studeren in Munchen. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij echter door in hte theater en het circus. Daarnaast schreef hij veel gedichten, verhalen, liederen, sketches en toneelstukken. Hij had heftige ruzies met zijn vader, die hem financieel onderhield, over zijn toekomst. Tijdens één van de ruzies liepen de gemoederen zo hoog op dat Wedekind naar zijn vader uithaalde, iets waarvan Wedekind altijd spijt heeft gehad. De relatie met zijn vader werd verbroken en zijn financiele steun werd stopgezet. Na zijn afgebroken studie werkte hij als journalist en als marketingmanager voor de Maggi soepfabriek. Nadat de breuk met zijn vader was gelijmd pakte hij zijn rechtenstudie weer op, echter zonder veel succes. Na het overlijden van zijn vader in 1888 gaf de erfenis hem de financiele vrijheid om zijn eigen weg te gaan. Hij reside naar onder andere Berlijn, Londen en Parijs waar hij veel mensen leerde kennen en met volle teugen genoot van het leven en de vrouwen. Hier deed hij de inspiratie op voor het karakter Lulu over wie hij later twee toneelstukken zou schijven, Erdrgeist en Die Büchse der Pandora. Uiteindelijk keerde hij terug naar Munchen.
Terug in Munchen richtte hij in 1896 Albert Langen en Thomas Theodor Heine het satirsche tijdschrift Simplicissimus op. Hierin publiceerde onder pseudoniem politieke gedichten waarin hij de Duitse keizer bekritiseerde. De gedichten werden voorzien van tekeningen door Heine. Nadat hij had gehoord dat hij hiervoor zou worden gearresteerd vluchtte hij in 1898 het land uit naar Zwitserland. Nadat hij had gehoord dat Heine wel was gearresteerd keerde hij terug naar Duitsland en gaf zich over aan de autoriteiten. Tijdens zijn gevangenschap van negen maanden schreef hij een boek, Mine-Haha. Na zijn vrijlating ging hij in 1901 bij het cabaretgeschelschap de elf scherprechters als acteur en zanger aan de slag.
De strijd om zijn eigen werk gepubliceerd en gespeeld te krijgen was lang en vermoeiend. Door de sexueel explicitie inhoud van zijn stukken en het aansnijden van onderwerpen als homosexualiteit kreeg hij te maken met grote weerstand van de maatschappij en de autoriteiten. De uitgave van het toneelstuk Die Büchse der Pandora door de uitgeverij van Bruno Cassirer werd wegens onkuisheid in beslag genomen. Later werden Wedekind en zijn uitgever vrijgesproken, maar de oplage was reeds vernietigd. In 1905 kreeg hij eindelijk de kans een aantal van zijn toneelstukken te spelen in Nuremberg. Ook speelde hij zijn stuk Die Büchse der Pandora in Wenen, waar hij zelf de rol van Jack the Ripper op zich nam. Hier leerde hij actrice Tille Newes kennen met hie hij in 1906 trouwde en twee kinderen kreeg. In 1913-1914 organiseerde regisseur Reinhardt in Berlijn een theatercyclus waarin de stukken van Wedekind werden gespeeld. Op 9 maart 1918 overleed Wedekind in Munchen.
De voornaamste thema's die in zijn werken terugkeerden zijn morele hypocrisie en sexuele vrijheid. Hij zag een groot conflit tussen de menselijke sexualiteit en de druk en de eisen van de maatschappij. In zijn latere werk kwamen ook thema's als lijden, religie en ethische dilemma's aan bos.
Het werk van Wedekind inspireerde anderen. De stukken Erdgeist en Die
Büchse der Pandora waren de basis voor de stomme film Pandora's Box van G.W.
Pabst en de films Lulu on the Bridge (1998) en Something Wild (1986). Het
boek Mine-Haha was de inspiratie voor de films Innocence uit 2004 en The
fine art of love uit 2005. Ook werd over de hoofdpersoon uit de stukken
Erdgeist en Die Büchse der Pandora, Lulu, een (onvoltooide) opera gemaakt. Frühlings Erwachen
De censoren hadden ingrijpende wijzigingen geeist voor het stuk op de planken mocht komen. Ook werd het gebruik van kindacteurs verboden, waardoor volwassen vrouwen hun borsten strak moesten aftapen om jonger te lijken dan ze feitelijk waren en de mannen moesten jongens met de baard in de keel nadoen. Desondanks werd het stuk met 600 voorstellingen een succes.
In 1912 werd het stuk voor het eerst in Amerika gespeeld. Omdat het nog niet was vertaald was het groot succes. In 1917 werd de eerste engelstalige uitvoering op de planken gebracht. Door censoren werd het, naar hun mening pornografische, stuk bijna verboden, maar Wedekind was ze te snel af. Het publiek was echter niet naar het theater te krijgen en na één voorstelling viel het doek.
De eerste volledige versie van het stuk werd in 2000 in een workshopserie van drie weken gespeeld in Robert Redford's Sundance Theater Lab. In 2001 volgde twee workshops in het Roundabout Theatre. Van deze workshops werd een castalbum opgenomen. Door de terroristische aanslagen op 11 september 2001 werd het project uitgesteld. In 2005 kwam eindelijk een vervolg met een concert in Lincoln Centre. Het concert was volledig uitverkocht en leidde tot de eerste volledige productie van Spring Awakening in juni 2006 in het The Atlantic Theater Company. Na twee succesvolle verlengingen van de speelperiode verhuisde de musical naar Broadway waar het op 10 december 2006 in première ging. Ook hier was de pers lovend over deze frisse wind op Broadway en de musical werd een groot succes.
Tot de Broadway-première werd aan de show gewerkt. Een aantal wijzigingen in het laatste jaar werden waren dat het nummer There Once Was a Pirate werd vervangen door The Guilty Ones en A Comet On It's Way werd vervangen door The Bitch of Living. Totally F***ed werd van een puur ensemblenummer een nummer voor Melchior, waarbij het ensemble later invalt.
Na 888 voorstellingen sloot de musical op 18 janauri 2009 de deuren op Broadway. Enkele dagen later ging in Londen de eerste Europese productie in première. Aan de première was een jaar van casting en workshops voorafgegaan. De cast bestond voor een groot deel uit jonge mensen tussen 16 en 24 jaar die hun professionele debuut maakten in deze productie. De productie verhuisde na een succesvolle periode in het Lyric Hammersmith Theatre in maart naar het Novello Theatre waar het tot 31 oktober zou spelen. Door tegenvallende kaartverkoop werd besloten dat de speelperiode drastisch in te korten tot 30 mei 2009.
De musical speelt zich, net als het origineel, af in de Duitsland van 1891. Dit wordt verbeeld door met name de kostuums en de gesproken teksten. Contrasterend zijn de moderne muziek, de kapsels en de liedteksten.
Van de originele Broadway cast was Lea Michele (Wendla) de enige die vanaf de eerste workshop bij het project was betrokken. Als veertienjarige wist ze in 2000 de rol van Wendla te bemachtigen voor de workshops in Robert Redford's Sundance Theater Lab. Ze had daarvoor al musicalervaring opgedaan in de kinderrollen in diverse musicals als Les Miserable en Anatevka. Andere acteurs zoals Jonathan Groff (Melchior) en John Gallagher (Moritz) waren bij het project betrokken sinds het concert in februari 2005.
In 2011 werd in het M-lab een Nederlandse versie van de musical opgevoerd. Voor de rollen van de jongeren werden voornamelijk mensen gecast die nog bezig waren met hun opleiding, of net waren afgestudeerd. In plaats van een kopie van de Broadway-versie zorgde regisseur Paul Eenens voor een eigen interpretatie van het materiaal. Het contrast tussen de tijd waarin het stuk zich afspeelt en de pop/rockmuziek van de nummers werd verlaten. Daarmee was ook het gebruik van de handheld microfoons die zo kenmerkend waren voor de producties op de Broadway en West End overbodig. In de interpretatie van Eenens waren de nummers meer deel van de musical. De kleding (ontworpen door Joost van Wijmen) had een symbolische functie in de musical. Het symboliseede het verschil tussen de jongeren (witte/lichte kleding) en de ouderen (donkere kleding). De dwanbuisachtig kleding stond ook symbool voor het strakke keurslijf waarin de jongeren moeten opgroeien. Op de momenten dat ze in opstand komen ontdoen ze zich ook van die kleding. Het decor bestond uit enkele blokken die multifunctioneel werden ingezet. Wel in lijn met de Broadway en West End productie was dat de acteurs (bijna) de gehele voorstelling aanwezig bleven. Als zij geen scène speelden waren zij met hun eigen kleine spel bezig op de stoelen die aan beide zijde van het toneel stonden. De recensies waren lovend en de reeks voorstellingen zo goed als uitverkocht.
verschillen tussen het toneelstuk en de musical De musical volgt voor een groot deel het verhaal van het toneelstuk. Toch zijn enkele grote wijzigingen doorgevoerd. In het toneelstuk wordt Wendla door Melchior verkracht. In eerste instantie was het niet de bedoeling dit te wijzigen, maar gedurende de ontwikkeling van de musical werd de verkrachting vervangen door seks waarbij beiden mee instemmen, alhoewel Wendla waarschijnlijk niet doorheeft waarmee ze instemt. De tweede grote wijziging is het einde van het verhaal. In het toneelstuk dringt Moritz er bij Melchior op aan zelfmoord te plegen zodat hij niet meer eenzaam is in het dodenrijk. Het is de man met het masker die Melchior weet te overtuigen om voor het leven te kiezen. In de musical komt de gemaskerde man niet voor en wordt Melchior door de overleden Moritz en Wendla overtuigd geen zelfmoord te plegen. In de eerste workshopversie was nog wel een rol weggelegd voor de gemaskerde man, als de verteller. |
| Prijzen | |||
| award | jaar | categorie | genomineerd/winnaar |
| Tony Award | 2007 | musical | winnaar |
| Tony Award | 2007 | script (Steven Sater) | winnaar |
| Tony Award | 2007 | Originele score (Duncan Sheik / Steven Sater) | winnaar |
| Tony Award | 2007 | mannelijke hoofdrol (Jonathan Groff) | genomineerd |
| Tony Award | 2007 | mannelijke bijrol (John Gallagher jr.) | winnaar |
| Tony Award | 2007 | regie (Michael Mayer) | winnaar |
| Tony Award | 2007 | choreografie (Bill T. Jones) | winnaar |
| Tony Award | 2007 | orkestraties (Duncan Sheik) | winnaar |
| Tony Award | 2007 | decorontwerp (Christine Jones) | genomineerd |
| Tony Award | 2007 | kostuumontwerp (Susan Hilferty) | genomineerd |
| Tony Award | 2007 | lichtontwerp (Kevin Adams) | winnaar |
| Drama Desk Award | 2007 | musical | winnaar |
| Drama Desk Award | 2007 | mannelijke rol (Jonathan Groff) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2007 | mannelijke rol (John Gallagher jr.) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2007 | vrouwelijke rol (Lea Michele) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2007 | regie (Michael Mayer) | winnaar |
| Drama Desk Award | 2007 | choreografie (Bill T. Jones) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2007 | muziek (Duncan Sheik) | winnaar |
| Drama Desk Award | 2007 | liedteksten (Steven Sater) | winnaar |
| Drama Desk Award | 2007 | script (Steven Sater) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 2007 | orkestraties (Duncan Sheik) | genomineerd |
| Drama League Award | 2007 | musical | winnaar |
| Drama League Award | 2007 | acteur (John Gallagher jr.) | genomineerd |
| Drama League Award | 2007 | acteur (Jonathan Groff) | genomineerd |
| Outer Critics Circle Award | 2007 | Broadway musical | winnaar |
| Outer Critics Circle Award | 2007 | score (Duncan Sheik / Steven Sater) | winnaar |
| Outer Critics Circle Award | 2007 | regie (Michael Mayer) | winnaar |
| New York Critics Circle Award | 2007 | musical | winnaar |
| Critics' Choice Awards | 2010 | musical | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 2010 | musical | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 2010 | vrouwelijke hoofdrol (Charlotte Wakefield) | genomineerd |
| Laurence Olivier Award | 2010 | mannelijke hoofdrol (Aneurin Barnard) | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 2010 | bijrol (Iwan Rheon) | winnaar |
| Laurence Olivier Award | 2010 | choreografie (Bill T Jones) | genomineerd |
| Laurence Olivier Award | 2010 | lichtontwerp (Kevin Adams) | genomineerd |
| Laurence Olivier Award | 2010 | geluidontwerp (Brian Ronan) | winnaar |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | kleine musical | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | vrouwelijke bijrol (Henriëtte Tol) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | mannelijke bijrol (Ad Knippels) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | aanstormend talent (Ton Sieben) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | aanstormend talent (Jasper Stokman) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | aanstormend talent (Michelle van de Ven) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | regie (Paul Eenens) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | choreografie/musical staging (Daan Wijnands) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | script (Steven Sater) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | vertaling/bewerking (Daniël Cohen) | genomineerd |
| CD / DVD | ||||
| Castalbums | ||||
![]() | Roundabout Workshop Cast | 1 CD | Engels | 2001 |
![]() |
Broadway Cast | 1 CD | Engels | 2006 |
![]() |
Frankurt Cast | 1 CD | Engels | 2010 |