|
Erik Hazelhoff Roelfzema
Hij raakte, samen met zijn twee Leidse vrienden Peter Tazelaar en Chris
Krediet, al snel betrokken bij 'Contact Holland'. Deze verzetsgroep wilde
radiocontact tussen het verzet in Groot-Brittannië en het verzet in
Nederland opzetten, en ondergedoken mensen uit Nederland die gewenst waren
in Groot-Brittannië een veilige overtocht geven. Toen de leiding over deze
organisatie echter overging naar de incapabele kolonel De Bruyne, kreeg hij
er algauw genoeg van en hij ging een opleiding volgen bij de Britse Royal
Air Force. Hiervoor moest hij wel de ogentest vervalsen. Vanaf 1944 vloog hij
als piloot 72 zogenaamde Pathfinder-missions, met als taak om doelwitten
voor de bommenwerpers in Duitsland te markeren. In april 1945 werd hij
benoemd tot adjudant van koningin Wilhelmina, en in die hoedanigheid
begeleidde hij haar terug naar Nederland. In 1968 begon hij met het schrijven van zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. In 1970 verscheen het boek onder de titel 'Het hol van de ratelslang'. Het boek deed niet veel in de boekwinkels. Een jaar later werd de titel gewijzigd in 'Soldaat van Oranje 1940-1945', waarna het boek wel een succes werd.
Hazelhoff Roelfzema kreeg een vele onderscheidingen voor zijn daden.
Reeds in 1941 werd hij Ridder der vierde klasse in de Militaire
Willems-Orde. In de jaren daarna kreeg hij nog meer Nederlandse en Britse
militaire onderscheidingen, waarvan veel speciaal voor Tweede
Wereldoorlogveteranen zijn. Engelandvaarders Engelandvaarder is de benaming voor de ruim 1.600 nederlandse mannen en minstens 48 Nederlandse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog uitweken naar Engeland om actief deel te nemen aan de oorlog. Het exacte aantal engelandvaarders is door gebrek aan registratie niet bekend. De redenen om naar Engeland uit te wijken waren legio:
In de meest uiteenlopende bootjes is geprobeerd de overtocht naar Engeland
te maken. Voor zover bekend zijn ongeveer 95 pogingen ondernomen om de
oversteek te maken vanuit ongeveer 40 vertrekpunten. Er zijn 31 overtochten
geslaagd waarbij 179 personen betrokken waren, inclusief 7 buitenlanders,
d.w.z. drie neergeschoten piloten en vier Georgiërs, die de Opstand van de
Georgiërs op Texel ontvlucht waren.
De eerste pogingen werden in te grote boten ondernomen, waardoor ze op
zandplaten vastliepen of door de Duitsers gezien werden. De latere scheepjes
waren kleiner en werden voorzien van een motor. Dat betekende dat er
brandstof gestolen moest worden. Er moest ook sterke mankracht aan boord
zijn om door de branding te roeien. Ook zeeziekte was een groot probleem. Veel Engelandvaarders waren militairen die na aankomst in Engeland zo
spoedig mogelijk bij hun wapen werden ingedeeld. Voor de anderen waren er
meer mogelijkheden. Degenen met de dienstplichtige leeftijd moesten dienst
nemen in de Prinses Irene Brigade, die tevens werd ingezet bij de bevrijding
van Nederland. Anderen werden opgenomen in het KNIL of werden anderszins
ingezet voor de Nederlandse oorlogsvoering. Anderen werden ingelijfd bij het
Bureau Inlichtingen. Niet alle Engelandvaarders kwamen hier overigens voor
in aanmerking. Er waren er velen die niet in aanmerking kwamen voor
militaire dienst of actief inlichtingenwerk: zij werden afgekeurd vanwege
hun leeftijd of om andere reden. Voor hen was er werk in de Engelse
oorlogsindustrie of bij de Nederlandse regering in ballingschap, wat ook hen
onmisbaar maakte voor de oorlogvoering. Naast de kortste route over de Noordzee waren er ook uitwijkroutes via Zuid-Europa en via Zweden. De zuidelijke route ging via België en Frankrijk naar Spanje. Vanuit Spanje werd vervolgens een vlucht naar Engeland genomen. Voordeel van deze route was dat het veiliger zou zijn. Nadeel was dat het veel langer duurde om Engeland te bereiken. Gemiddeld deden mensen er via deze route ruim een jaar over om Engeland te bereiken.
Eenmaal aangekomen in Engeland werden de meeste Engelandvaarders niet direct met open armen ontvangen. De Engelsen wilden er heel erg zeker van zijn dat er geen spionnen het land in kwamen. Dus werd iedereen langdurig verhoord door de Britse geheime dienst, de MI5. Als MI5 na zeven dagen klaar was volgde nog verhoren door de Nederlandse regering. De Engelandvaarders hadden groot respect bij koningin Wilhelmina. Ze werden bij haar op bezoek uitgenodigd. In het begin ieder apart maar later werden ze in groepen toegelaten. Koningin Wilhelmina schonk zelf de thee in en boog voor de Engelandvaarders. Door de dienstplicht die in augustus 1940 was ingesteld voor alle Nederlandse mannen tussen de 19 en 36 jaar (later tussen 18 en 42) in niet bezette gebieden vielen de meeste Engelandvaarders bij aankomst in Engeland direct onder deze dienstplicht. De vrouwen mochten niet in dienst en werkten na aankomst in Engeland veelal als administratieve kracht of in de verzorging.
Contact Holland
Na Tazelaar werden door 'Contact Holland' nog meer missies uitgevoerd om mensen en apparatuur over te brengen. Ook op ander manieren worden mensen naar Nederland gebracht (zoals via de lucht). Het is de bedoeling om het verzet in Nederland te organiseren en coördineren en zo de Duitsers van binnenuit te verzwakken, het Englandspiel. Het uitwisselen van informatie gaat via geheime zenders die boven Nederland zijn gedropt en via Contact Holland het land zijn binnengesmokkeld. Maar bijna alle Nederlandse agenten vallen in Duitse handen en de meesten overleven het niet. Alle agenten waren bekend met het systeem van de 'securityy check': dit hield in dat zij op van tevoren afgesproken plaatsen (bijvoorbeeld de 18de en 42ste letter) in hun telegram een fout moesten maken. Lieten zij deze security check weg, dan wisten de ontvangers in Engeland dat iemand anders het bericht had verzonden. Hoewel de gevangen genomen agenten diverse keren de security check weg lieten, ten teken dat zij zich in gevangenschap bevonden, werd deze afgesproken 'veiligheidscode' meer dan een jaar lang genegeerd. Van dit Englandspiel zijn 54 agenten en honderden verzetsmensen in Nederland het slachtoffer geworden.
Voor Tazelaar liep de missie ook verre van vlekkeloos. Hij had twee marconisten maar deze twee konden niet beschikken over een werkende zender. Om die reden werd Aart Alblas in de loop van december 1941 door Tazelaar via een Parool-medewerker verzocht berichten te verzenden. De terugtocht eindigde in een drama. In de nacht van 17 op 18 januari 1942 wachtten Tazelaar en en de twee mensen die hij mee terug moest nemen naar Engeland op het strand in Scheveningen tevergeefs op de boot die hen zou komen ophalen. Ze werden overvallen door de Sicherheitspolizei. Tazelaar wist met een van de twee mannen te ontkomen. Op 29 januari vertrok hij met deze man om via België, Frankrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal op 13 april 1942 Engeland te bereiken.
Aan 'Contact Holland' kwam in in juni 1942 een einde toen Kolonel de Bruyne de positie van Generaal van 't Sant overnam als hoofd van de inlichtingendienst (CID).
De Film Al twee jaar na het uitkomen van het boek van Erik Hazelhoff Roelfzema hadden Paul Verhoeven en Rob Houwer het plan opgevat het boek te verfilmen. In 1975 maakten ze er echt werk van en werd begonnen met het bewerken van het boek tot een filmscript. Verhoeve werkte hiervoor samen met Gerard Soeteman en Kees Holierhoek. Ze zagen zich gesteld voor de grote uitdaging om het complexe verhaal met vele personages zo te bewerken dat het in een film tot zijn recht zou komen. Hiervoor moest in ieder geval het aantal personages drastisch worden teruggebracht. Om dit te doen werden een aantal personages 'samengevoegd'.
Andere rollen werden gespeeld door: Jeroen Krabbé: Guus LeJeune (samenvoeging van Ernst de Jonge en Peter
Tazelaar)
De perspresentatie in 1976 vond plaats op vliegveld Valkenburg.
De film vertelt het verhaal van Erik Lanshof en zijn studievrienden. In 1938 komen de drie studenten Erik, Guus, Alex, Nico, Jan, Rob en Jacques met elkaar in contact op de universiteit in Leiden. Als de oorlog uitbreekt, komen Guus, Erik, Nico, Jan en Rob al dan niet bij toeval in het verzet terecht. Alex raakt, via zijn Duitse moeder, in het Duitse leger verzeild. Erik en Rob houden van hetzelfde meisje, de Joodse Edith. Om zichzelf en haar in leven te houden, wordt Rob een verrader. Jan is ook van Joodse afkomst en hij wordt na een mislukte uitwijkpoging naar Engeland gepakt, gefolterd en gefusilleerd. Erik en Guus weten Engeland wel te bereiken, alwaar zij op hetzelfde meisje verliefd worden. Vanuit Engeland ondernemen zij in opdracht van koningin Wilhelmina een commando-actie in bezet Nederland, die echter door verraad van Rob eindigt met de dood van onder andere Nico. Guus wordt later gegrepen, gemarteld en geëxecuteerd, maar dan heeft hij Rob reeds eigenhandig geliquideerd. Erik ontkomt. In Engeland wordt hij piloot en uiteindelijk Wilhelmina's persoonlijke adjudant. Ergens in Rusland wordt Alex, terwijl hij op de plee zit, de lucht in geblazen. Als Erik in bevrijd Nederland arriveert, treft hij Esther met afgeknipt haar, maar levend. Jacques is de oorlog doorgekomen met de jacht op tentamenbriefjes.
De film is in twee periodes opgenomen. Er werden opnames gemaakt in Den Haag, Scheveningen, Noordwijk, Leiden, Delft, Amersfoort, Wassenaar, Dordrecht, Cambrigdgeshire, Londen, de Betuwe en in Friesland op het Tjeukemeer. De eerste periode duurde van 25 september tot en met 15 november 1976 en de tweede van 17 april 1977 tot en met 29 mei 1977. De eerste scènes uit de film werden als laatste opgenomen omdat de hoofdrolspelers met kale hoofden gefilmd moesten worden.
De opnameperiodes waren zwaar met dagen waarin het hele team soms 16 uur in touw was. Het leide tot spanningen tussen Verhoeven (regisseur) en Houwer (producent). Na de eerste draaiperiode was het budget van 3,5 miljoen gulden (ongeveer 1,6 miljoen euro) op waardoor Houwer op zoek moest naar extra geld voor de start van de tweede opnameperiode. Uiteindelijk zou de film ongeveer 6 miljoen gulden (ongeveer 2,7 miljoen euro) hebben gekost.
De film ging op 22 september 1977 in koninklijk gezelschap in het Amsterdamse Tuschinski in première. Rutger Hauer en Jeroen Krabbé arriveerden geheel in stijl met de film gekleed in rok-kostuum op motor.Natuurlijk ontbrak ook Hazelfhoff Roelfzema niet op de première.
Door slechts drie kranten werd de film als slecht beoordeeld: 'Het Parool', 'De Waarheid' en 'Trouw'; de drie kranten die ooit uit het verzet afkomstig waren. De film werd met ruim 1,5 miljoen bezoekers de best bezochte film van 1977. De film werd in Amerika uitgebracht onder de titel 'Survival Run' en werd genomineerd voor een Golden Globe Award.
In 2006 werd de film uitgeroepen tot de beste nederlandse film allertijden.
De Musical
Het idee voor een musical ontstond echter al veel eerder, namelijk in 1993 met een fanatsie van Fred Boot als hij bij een bezoek aan Broadway zich voorstelt dat tussen al die billboards van musicals Soldier of Orange heel mooi zou staan. Pas in 2003 wordt vervolg gegeven aan het idee door een toevallige ontmoeting van de broer van Fred Boot met Erik Hazelhoff Roelfzema. In 2004 vond de eerste ontmoeting plaats tussen Fred Boot en Erik Hazelhoff Roelfzema en ruim een jaar later verkreeg Boot de rechten om het boek te bewerken tot musical.
Kort daarna werd Edwin de Vries aangetrokken voor het script en werd het
Amerikaanse duo Tom Harriman (muziek) en Pamela Phillips Oland (teksten)
benaderd om hun medewerking te verlenen. Hoewel met erfgenamen van Rogier van Otterloo goede afspraken waren gemaakt over het gebruik van de zo bekende muziek van de film werd besloten om, met uitzondering van de eerste acht maten van begintune, hiervan geen gebruik te maken. De makers wilden met de muziek aanlsuiten bij het populaire poprock. De filmmuziek was hiervoor te klassiek.
Met een mogelijke productie in het buitenland in gedachten werd voor de muziek gezocht naar een buitenlandse componist en tekstschrijver. De producenten kwamen uit bij de Amerikanen Tom Harriman (muziek) en Pamela Philips Oland (liedteksten) De teksten werden vevolgens weer naar het Nederlands vertaald door Frans van Deursen.
In 2008 werd regisseur Theu Boermans bij het project betrokken, maar het duurde tot 2009 tot het project in een stroomversnelling kwam met de definitieve keuze voor de locatie waar de productie zou gaan spelen. Op dat moment raakte ook Robin de Levita bij het project betrokken. De producenten zochten, en vonden een unieke locatie voor deze productie, vliegveld Valkenburg.
Een van de decorstukken bleek twee maanden voor de première voor
onverwachte problemen te zorgen. De prodcenten hadden bij het
openluchtmuseum Bevrijdende Vleugels in Best een oude Dakota vliegtuig
geregeld. Bij het transport naar de theaterlocatie, strandde het vliegtuig
op een viaduct op de snelweg A44. Ondanks dat het vliegtuig al was ontdaan
van een groot deel van de velugels bleek het vliegtuig te breed en kwam vast
te zitten tussen twee muren van een brug ter hoogte van Kaag. Het vliegtuig
raakte zo zwaar beschadigd dat het niet meer bruikbaar was voor de musical.
Gelukkig was de Aviodrome in Lelystad bereid een van haar Dakota's ter
beschikking te stellen. Naast het theater was in de hangaar ook een tenstoonstelling ingericht, 'Morgen is vandaag'. Deze tentoonstelling gaf achtergrondinformatie over de Tweede Wereldoorlog, Engelandvaarders en het leven in bezet Nederland.
In juni 2009 werd gestart met de casting. In vijftien dagen hebben meer dan 1.000 mensen auditie gedaan. Voor de rol van Erik en zijn studievrienden werd vooral gezocht naar acteurs van een jaar of 22 omdat Hazelhoff Roelfzema en zijn studievrienden destijds ook zou oud warebn. Vooral het invullen van de rol van Erik bleek een lastige opgave tot op de laatste dag van de audities Matteo van der Grijn zich aandiende. Opvallend was dat veel van de gecaste acteurs niet direct uit de musicalwereld afkomstig waren.
Daar waar een aantal acteurs in de voorbereiding van hun rol konden putten uit het boek en biografieën en beelmateriaal van de personages die ze moesten spelen, moest Loes Haverkort voor de rol van Charlotte haar inspiratie ergens anders vandaan halen. De rol van Charlotte is samengesteld uit meerdere bestaande personages. Deze komen echter nauwelijks voor in het boek maar zijn door Erik Hazelhoff Roelfzema later aan de producent en schrijvers verteld.
Op 10 oktober 2010 startte de try-outs. De eerste try-out duurde, inclusief pauze, bijna drieeneenhalf uur. Zelfs voor musicalbegrippen erg lang. Er moest dus e.e.a geschrapt worden en op 30 oktober 2010 ging de musical in aanwezigheid van veel leden van de koninklijke familie (waaronder koningin Beatrix) in première. De rescensies waren overwegend positief en ook het publiek wist de musical te vinden. |
| Prijzen | |||
| Award | Jaar | Categorie | Genomineerd/Winnaar |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | grote musical | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | mannelijke hoofdrol (Matteo van der Grijn) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | mannelijke bijrol (Tijn Docter) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | regie (Theu Boermans) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | decorontwerp (Bernhard Hammer) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | geluidsontwerp (Jeroen ten Brinke) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | lichtontwerp (Gerhard Fisher) | genomineerd |
| John Kraaykamp Musical Award | 2011 | script (Edwin de Vries) | genomineerd |
| Media | ||||
| Cast CD's | ||||
![]() | Originele Nederlandse Cast | 1 CD + DVD | Nederlands | 2011 |