ACHTERGRONDEN
Erik Hazelhoff Roelfzema

Erik Hazelhoff RoelfzemaErik Hazelhoff Roelfzema werd op 3 april 1917 als zoon van een planter geboren op Soerabaja. In de jaren 30 van de vorige eeuw verhuisde het gezin naar verzuilde Nederland. Na een aantal jaar begon de jonge Erik aan zijn studie rechten in Leiden. Toen in mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen, koos hij meteen de kant van het verzet. Zijn ongenoegen over de Duitse bemoeienissen zet hij op papier in het zogeheten 'Leids Manifest', dat hij in 1941, nog steeds als student, geschreven heeft. Op 15 februari van dat jaar werd het in heel Leiden aangeplakt. Hazelhoff Roelfzema schreef namens de Leidse studenten tegen de zogenaamde numerus clausus die de Duitsers wilden invoeren. Daarmee wilden ze joodse studenten van de universiteiten weren. Deze actie had vergaande gevolgen. De Duitsers sloten de universiteit tijdelijk, en Hazelhoff Roelfzema werd gevangen genomen en zat een week lang in het 'Oranjehotel' in Scheveningen. Toen hij vrijkwam dook hij onder in Amsterdam en na zijn afstuderen in juni 1941 vertrok vanuit Schiedam aan boord van het Zwitserse vrachtschip 'St-Cergue' als Engelandvaarder naar Engeland.

Hij raakte, samen met zijn twee Leidse vrienden Peter Tazelaar en Chris Krediet, al snel betrokken bij 'Contact Holland'. Deze verzetsgroep wilde radiocontact tussen het verzet in Groot-Brittannië en het verzet in Nederland opzetten, en ondergedoken mensen uit Nederland die gewenst waren in Groot-Brittannië een veilige overtocht geven. Toen de leiding over deze organisatie echter overging naar de incapabele kolonel De Bruyne, kreeg hij er algauw genoeg van en hij ging een opleiding volgen bij de Britse Royal Air Force. Hiervoor moest hij wel de ogentest vervalsen. Vanaf 1944 vloog hij als piloot 72 zogenaamde Pathfinder-missions, met als taak om doelwitten voor de bommenwerpers in Duitsland te markeren. In april 1945 werd hij benoemd tot adjudant van koningin Wilhelmina, en in die hoedanigheid begeleidde hij haar terug naar Nederland.

Toen de oorlog voorbij was bood Koningin Wilhelmina bood hem een vaste aanstelling aan als haar adjudant, maar dit weigerde hij. Hij vertrok naar de Verenigde Staten en probeerde carrière te maken in Hollywood. Deze kwam echter niet echt van de grond, en Hazelhoff Roelfzema richtte zich daarna op een iets andere tak van de moderne media. In 1951 trad hij in dienst bij NBC Television en werd in 1955 directeur van Radio Free Europe. Deze Amerikaanse nieuwszender gaf het communistische Europa ongecensureerd nieuws. Hij verhuisde naar Hawaï en bleef daar tot zijn dood wonen.

En ook in Azië streed hij voor de vrijheid van onderdrukte volken. Hij was na de oorlog betrokken bij een missie voor de vechters voor de vrije Republiek der Zuid Molukken. De missie mislukte echter en kreeg veel publiciteit, die hij vervolgens handig gebruikte om de zaak te bepleiten in Nederland.

In 1968 begon hij met het schrijven van zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. In 1970 verscheen het boek onder de titel 'Het hol van de ratelslang'. Het boek deed niet veel in de boekwinkels. Een jaar later werd de titel gewijzigd in 'Soldaat van Oranje 1940-1945', waarna het boek wel een succes werd.

 

Hazelhoff Roelfzema kreeg een vele onderscheidingen voor zijn daden. Reeds in 1941 werd hij Ridder der vierde klasse in de Militaire Willems-Orde. In de jaren daarna kreeg hij nog meer Nederlandse en Britse militaire onderscheidingen, waarvan veel speciaal voor Tweede Wereldoorlogveteranen zijn.

Engelandvaarders

Engelandvaarder is de benaming voor de ruim 1.600 nederlandse mannen en minstens 48 Nederlandse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog uitweken naar Engeland om actief deel te nemen aan de oorlog. Het exacte aantal engelandvaarders is door gebrek aan registratie niet bekend. De redenen om naar Engeland uit te wijken waren legio:

  • actief deelnemen aan het verzet tegen de Duitse bezetter;
  • vluchten voor de Duitse autoriteiten;
  • Joodse Nederlanders wilden hun deportatie niet afwachten;
  • militairen voelden zich, ondanks de capitulatie, verplicht de strijd voort te zetten;
  • studenten zochten het avontuur;
  • de regering in ballingschap vond mensen onmisbaar en haalde ze naar Engeland.

In de meest uiteenlopende bootjes is geprobeerd de overtocht naar Engeland te maken. Voor zover bekend zijn ongeveer 95 pogingen ondernomen om de oversteek te maken vanuit ongeveer 40 vertrekpunten. Er zijn 31 overtochten geslaagd waarbij 179 personen betrokken waren, inclusief 7 buitenlanders, d.w.z. drie neergeschoten piloten en vier Georgiërs, die de Opstand van de Georgiërs op Texel ontvlucht waren. De eerste pogingen werden in te grote boten ondernomen, waardoor ze op zandplaten vastliepen of door de Duitsers gezien werden. De latere scheepjes waren kleiner en werden voorzien van een motor. Dat betekende dat er brandstof gestolen moest worden. Er moest ook sterke mankracht aan boord zijn om door de branding te roeien. Ook zeeziekte was een groot probleem.

Veel Engelandvaarders waren militairen die na aankomst in Engeland zo spoedig mogelijk bij hun wapen werden ingedeeld. Voor de anderen waren er meer mogelijkheden. Degenen met de dienstplichtige leeftijd moesten dienst nemen in de Prinses Irene Brigade, die tevens werd ingezet bij de bevrijding van Nederland. Anderen werden opgenomen in het KNIL of werden anderszins ingezet voor de Nederlandse oorlogsvoering. Anderen werden ingelijfd bij het Bureau Inlichtingen. Niet alle Engelandvaarders kwamen hier overigens voor in aanmerking. Er waren er velen die niet in aanmerking kwamen voor militaire dienst of actief inlichtingenwerk: zij werden afgekeurd vanwege hun leeftijd of om andere reden. Voor hen was er werk in de Engelse oorlogsindustrie of bij de Nederlandse regering in ballingschap, wat ook hen onmisbaar maakte voor de oorlogvoering.

Naast de kortste route over de Noordzee waren er ook uitwijkroutes via Zuid-Europa en via Zweden. De zuidelijke route ging via België en Frankrijk naar Spanje. Vanuit Spanje werd vervolgens een vlucht naar Engeland genomen. Voordeel van deze route was dat het veiliger zou zijn. Nadeel was dat het veel langer duurde om Engeland te bereiken. Gemiddeld deden mensen er via deze route ruim een jaar over om Engeland te bereiken.


Engelandvaarders op bezoek bij koningin WilhelminaEen andere manier om in Engeland te komen was om via Zweden te reizen. De mensen die dit deden gingen met een schip naar Zweden. In het begin van de oorlog was het vaak nog wel mogelijk om een plekje op een schip te bemachtigen. Dit was de veiligste route, maar ook deze route nam behoorlijk wat tijd in beslag. Het was niet mogelijk om vanuit Zweden rechtstreeks naar Engeland te vliegen en er moest dus een omweg worden gemaakt, soms zelfs via Kaapstad of Canada.

 

Eenmaal aangekomen in Engeland werden de meeste Engelandvaarders niet direct met open armen ontvangen. De Engelsen wilden er heel erg zeker van zijn dat er geen spionnen het land in kwamen. Dus werd iedereen langdurig verhoord door de Britse geheime dienst, de MI5. Als MI5 na zeven dagen klaar was volgde nog verhoren door de Nederlandse regering. De Engelandvaarders hadden groot respect bij koningin Wilhelmina. Ze werden bij haar op bezoek uitgenodigd. In het begin ieder apart maar later werden ze in groepen toegelaten. Koningin Wilhelmina schonk zelf de thee in en boog voor de Engelandvaarders. Door de dienstplicht die in augustus 1940 was ingesteld voor alle Nederlandse mannen tussen de 19 en 36 jaar (later tussen 18 en 42) in niet bezette gebieden vielen de meeste Engelandvaarders bij aankomst in Engeland direct onder deze dienstplicht. De vrouwen mochten niet in dienst en werkten na aankomst in Engeland veelal als administratieve kracht of in de verzorging. 

 

Contact Holland

Bob van der Stok, Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema'Contact Holland' was een operatie in de Tweede Wereldoorlog. Het plan was bedacht door Bob van der Stok. Contact Holland had tot doel een communicatienetwerk in Nederland op te zetten. Hiervoor zouden mensen en apparatuur vanuit Engeland naar de Nederlandse kust worden gebracht en zouden mensen uit bezet gebied naar Engeland worden gebracht. Van der Stok’s plan was uitgewerkt door Erik Hazelhoff Roelfzema, Peter Tazelaar en Chris Krediet. In opdracht van, én met steun van Wilhelmina en MI6 en met goedkeuring van premier Gerbrandy kon 'Landing Operations Contact Holland' onder supervisie van Generaal Van 't Sant worden uitgevoerd. Bij de eerste missie moest 'Contact Holland' er voor zorgen dat Peter Tazelaar zonder opgemerkt te worden door de Duitsers, naar Nederland zou worden gebracht. Met een snelle motorboot en vervolgens een roeiboot zouden ze proberen te landen op het strand van Scheveningen, pal voor het Kurhaus. In het hol van de leeuw dus, want juist daar feestte de Duitse marine. De mannen gokten erop dat niemand op die plek een actie zou verwachten. De overtocht mislukte een aantal keer, maar in de nacht van 22 op 23 november 1941 hadden ze succes. Met een klein bootje varen ze richting het strand. Het laatste stukje waden Hazelhoff Roelfzema en Tazelaar naar het strand van Scheveningen. In de koude novembernacht is er weinig maanlicht, zodat ze zonder gezien te worden aan land kan komen. Onder een waterdicht rubber pak draagt Tazelaar avondkleding. Hazelhoff Roelfzema helpt hem op het strand uit dit pak, besprenkelt hem met wat cognac en Peter Tazelaar kan zich nu onopvallend mengen met feestende Duitsers (deze actie was later de inspiratie voor de openingsscène van de James Bondfilm Goldfinger). Hazelhoff Roelfzema keerde daarna direct terug naar Engeland.  De toen 21-jarige Tazelaar moest een betrouwbaar radiocontact tot stand te brengen tussen de Nederlandse regering in ballingschap in Londen en het verzet in bezet Nederland. Ook moest hij twee mensen ophalen en naar Engeland brengen.

 

Na Tazelaar werden door 'Contact Holland' nog meer missies uitgevoerd om mensen en apparatuur over te brengen. Ook op ander manieren worden mensen naar Nederland gebracht (zoals via de lucht). Het is de bedoeling om het verzet in Nederland te organiseren en coördineren en zo de Duitsers van binnenuit te verzwakken, het Englandspiel. Het uitwisselen van informatie gaat via geheime zenders die boven Nederland zijn gedropt en via Contact Holland het land zijn binnengesmokkeld. Maar bijna alle Nederlandse agenten vallen in Duitse handen en de meesten overleven het niet. Alle agenten waren bekend met het systeem van de 'securityy check': dit hield in dat zij op van tevoren afgesproken plaatsen (bijvoorbeeld de 18de en 42ste letter) in hun telegram een fout moesten maken. Lieten zij deze security check weg, dan wisten de ontvangers in Engeland dat iemand anders het bericht had verzonden. Hoewel de gevangen genomen agenten diverse keren de security check weg lieten, ten teken dat zij zich in gevangenschap bevonden, werd deze afgesproken 'veiligheidscode' meer dan een jaar lang genegeerd. Van dit Englandspiel zijn 54 agenten en honderden verzetsmensen in Nederland het slachtoffer geworden.

 

Voor Tazelaar liep de missie ook verre van vlekkeloos. Hij had twee marconisten maar deze twee konden niet beschikken over een werkende zender. Om die reden werd Aart Alblas in de loop van december 1941 door Tazelaar via een Parool-medewerker verzocht berichten te verzenden. De terugtocht eindigde in een drama. In de nacht van 17 op 18 januari 1942 wachtten Tazelaar en en de twee mensen die hij mee terug moest nemen naar Engeland op het strand in Scheveningen tevergeefs op de boot die hen zou komen ophalen. Ze werden overvallen door de Sicherheitspolizei. Tazelaar wist met een van de twee mannen te ontkomen. Op 29 januari vertrok hij met deze man om via België, Frankrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal op 13 april 1942 Engeland te bereiken.

 

Aan 'Contact Holland' kwam in in juni 1942 een einde toen Kolonel de Bruyne de positie van Generaal van 't Sant overnam als hoofd van de inlichtingendienst (CID).

 

De Film

Al twee jaar na het uitkomen van het boek van Erik Hazelhoff Roelfzema hadden Paul Verhoeven en Rob Houwer het plan opgevat het boek te verfilmen. In 1975 maakten ze er echt werk van en werd begonnen met het bewerken van het boek tot een filmscript.

Verhoeve werkte hiervoor samen met Gerard Soeteman en Kees Holierhoek. Ze zagen zich gesteld voor de grote uitdaging om het complexe verhaal met vele personages zo te bewerken dat het in een film tot zijn recht zou komen. Hiervoor moest in ieder geval het aantal personages drastisch worden teruggebracht. Om dit te doen werden een aantal personages 'samengevoegd'.

 

scene uit Soldaat van Oranje met Rutger Hauer en Derek de LintEen tweede uitdaging voor de bewerkers was het feit dat ze wilden voorkomen dat de karakters zwart-wit werden neergezet. De helden zijn niet alleen maar goed en de verraders niet puur slecht. Zo blijkt de vriendschap tussen Alex en Erik sterker dan de oorlog waarbij ze beide aan de ander kant vechten. 

Uiteindelijk werd een 620 pagina's dik script afgeleverd.

De hoofdrol (in de film Erik Lanshof genaamd) ging uiteindelijk naar Rutger Hauer, maar die was niet als eerste in beeld voor de rol. Hauer had al in twee voorgaande films (Turks Fruit en Keetje Tippel) van Verhoeven de hoofdrol gespeeld. Verhoeven was echter niet van plan weer een film met Hauer in de hoofdrol te maken. In eerste instantie werd gedacht aan Derek de Lint voor deze rol, maar gedurende de ontwikkeling van het project werd het de makers duidelijk dat De Lint niet de meest geschikte persoon was voor deze rol.

 

Andere rollen werden gespeeld door:

Jeroen Krabbé: Guus LeJeune (samenvoeging van Ernst de Jonge en Peter Tazelaar)
Huib Rooymans: Jan Weinberg
Lex van Delden: Nico
Derek de Lint: Lex (Alex)
Dolf de Vries: Jaques ten Brinck
Belinda Meuldijk: Esther (Jodin) Heeft in het echt niet bestaan en komt ook in het boek niet voor.
Eddy Habbema: Robbie Froost marconist, wordt na arrestatie de verrader
Peter Faber: Willem Dostgaarde
Rijk de Gooyer: SD-agent Breitner
Paul Brandenburg: SS Lt. Thelen
Andrea Domburg: Koningin Wilhelmina
Guus Hermus: Van der Zanden (François van 't Sant)

 

De perspresentatie in 1976 vond plaats op vliegveld Valkenburg.

filmtrailer Soldaat van Oranje

 

De film vertelt het verhaal van Erik Lanshof en zijn studievrienden. In 1938 komen de drie studenten Erik, Guus, Alex, Nico, Jan, Rob en Jacques met elkaar in contact op de universiteit in Leiden. Als de oorlog uitbreekt, komen Guus, Erik, Nico, Jan en Rob al dan niet bij toeval in het verzet terecht. Alex raakt, via zijn Duitse moeder, in het Duitse leger verzeild. Erik en Rob houden van hetzelfde meisje, de Joodse Edith. Om zichzelf en haar in leven te houden, wordt Rob een verrader. Jan is ook van Joodse afkomst en hij wordt na een mislukte uitwijkpoging naar Engeland gepakt, gefolterd en gefusilleerd. Erik en Guus weten Engeland wel te bereiken, alwaar zij op hetzelfde meisje verliefd worden. Vanuit Engeland ondernemen zij in opdracht van koningin Wilhelmina een commando-actie in bezet Nederland, die echter door verraad van Rob eindigt met de dood van onder andere Nico. Guus wordt later gegrepen, gemarteld en geëxecuteerd, maar dan heeft hij Rob reeds eigenhandig geliquideerd. Erik ontkomt. In Engeland wordt hij piloot en uiteindelijk Wilhelmina's persoonlijke adjudant. Ergens in Rusland wordt Alex, terwijl hij op de plee zit, de lucht in geblazen. Als Erik in bevrijd Nederland arriveert, treft hij Esther met afgeknipt haar, maar levend. Jacques is de oorlog doorgekomen met de jacht op tentamenbriefjes.

 

De film is in twee periodes opgenomen. Er werden opnames gemaakt in Den Haag, Scheveningen, Noordwijk, Leiden, Delft, Amersfoort, Wassenaar, Dordrecht, Cambrigdgeshire, Londen, de Betuwe en in Friesland op het Tjeukemeer. De eerste periode duurde van 25 september tot en met 15 november 1976 en de tweede van 17 april 1977 tot en met 29 mei 1977. De eerste scènes uit de film werden als laatste opgenomen omdat de hoofdrolspelers met kale hoofden gefilmd moesten worden.

 

De opnameperiodes waren zwaar met dagen waarin het hele team soms 16 uur in touw was. Het leide tot spanningen tussen Verhoeven (regisseur) en Houwer (producent). Na de eerste draaiperiode was het budget van 3,5 miljoen gulden (ongeveer 1,6 miljoen euro) op waardoor Houwer op zoek moest naar extra geld voor de start van de tweede opnameperiode. Uiteindelijk zou de film ongeveer 6 miljoen gulden (ongeveer 2,7 miljoen euro) hebben gekost.

 

 

LP hoes filmmuziek Soldaat van OranjeDe muziek bij Soldaat van Oranje werd gecomponeerd door Rogier van Otterloo. De gebeurtenissen en emoties in de film moesten worden ondersteund door de muziek. Van Otterloo had na afloop van de eerste draaiperiode (rond de kerst van 1976) de eerste stukken van de film gezien en kon zo inspiratie op doen. De uiteindelijke muziek is pas 9 augustus 1977 in Londen met een groot orkest opgenomen. In relatief korte tijd tot de première van 22 september is de muziek geïntegreerd in de film. Met name de openingstune van de film is erg bekend geworden en wordt nog vaak gebruikt.

 

De film ging op 22 september 1977 in koninklijk gezelschap in het Amsterdamse Tuschinski in première. Rutger Hauer en Jeroen Krabbé arriveerden geheel in stijl met de film gekleed in rok-kostuum op motor.Natuurlijk ontbrak ook Hazelfhoff Roelfzema niet op de première.

 

Door slechts drie kranten werd de film als slecht beoordeeld: 'Het Parool', 'De Waarheid' en 'Trouw'; de drie kranten die ooit uit het verzet afkomstig waren. De film werd met ruim 1,5 miljoen bezoekers de best bezochte film van 1977.

De film werd in Amerika uitgebracht onder de titel 'Survival Run' en werd genomineerd voor een Golden Globe Award.

 

In 2006 werd de film uitgeroepen tot de beste nederlandse film allertijden.

 

De Musical

In april 2009 werd bekend gemaakt dat Soldaat van Oranje tot een musical zou worden bewerkt. De musical zou worden geproduceert door het Amsterdamse theaterbureau Montecatini en de in Amerika actieve musicalproducent Robin de Levita. De productie zou niet gaan touren, maar werd opgezet als een open-eind productie. 

 

Het idee voor een musical ontstond echter al veel eerder, namelijk in 1993 met een fanatsie van Fred Boot als hij bij een bezoek aan Broadway zich voorstelt dat tussen al die billboards van musicals Soldier of Orange heel mooi zou staan. Pas in 2003 wordt vervolg gegeven aan het idee door een toevallige ontmoeting van de broer van Fred Boot met Erik Hazelhoff Roelfzema. In 2004 vond de eerste ontmoeting plaats tussen Fred Boot en Erik Hazelhoff Roelfzema en ruim een jaar later verkreeg Boot de rechten om het boek te bewerken tot musical. 

 

Kort daarna werd Edwin de Vries aangetrokken voor het script en werd het Amerikaanse duo Tom Harriman (muziek) en Pamela Phillips Oland (teksten) benaderd om hun medewerking te verlenen.

Hoewel met erfgenamen van Rogier van Otterloo goede afspraken waren gemaakt over het gebruik van de zo bekende muziek van de film werd besloten om, met uitzondering van de eerste acht maten van begintune, hiervan geen gebruik te maken. De makers wilden met de muziek aanlsuiten bij het populaire poprock. De filmmuziek was hiervoor te klassiek.  

 

Met een mogelijke productie in het buitenland in gedachten werd voor de muziek gezocht naar een buitenlandse componist en tekstschrijver. De producenten kwamen uit bij de Amerikanen Tom Harriman (muziek) en Pamela Philips Oland (liedteksten)

De teksten werden vevolgens weer naar het Nederlands vertaald door Frans van Deursen.

 

In 2008 werd regisseur Theu Boermans bij het project betrokken, maar het duurde tot 2009 tot het project in een stroomversnelling kwam met de definitieve keuze voor de locatie waar de productie zou gaan spelen. Op dat moment raakte ook Robin de Levita bij het project betrokken. De producenten zochten, en vonden een unieke locatie voor deze productie, vliegveld Valkenburg.

 

In de vliegtuighangaar werd De TheaterHangaar gerealiseerd. Hiervoor werd een uniek concept ontwikkeld. Was de draaischijf op het toneel al een bekend fenomeen, voor deze locatie werd een draaischijf voor het publiek bedacht. De tribune waarop het publiek zat, draaide van decor naar decor, begeleid door enorme projecties. Alle scènes hadden zo hun eigen set: de studentensociëteit Minerva, het Kurhaus, Paleis Noordeinde en zelfs een levensechte zee, waar de Engelandvaarders via het strand ontsnappen en waar ze hun beroemde landingen maken. Zelfs de landingsbaan van het vliegveld werd onderdeel van het decor.

 

 

Een van de decorstukken bleek twee maanden voor de première voor onverwachte problemen te zorgen. De prodcenten hadden bij het openluchtmuseum Bevrijdende Vleugels in Best een oude Dakota vliegtuig geregeld. Bij het transport naar de theaterlocatie, strandde het vliegtuig op een viaduct op de snelweg A44. Ondanks dat het vliegtuig al was ontdaan van een groot deel van de velugels bleek het vliegtuig te breed en kwam vast te zitten tussen twee muren van een brug ter hoogte van Kaag. Het vliegtuig raakte zo zwaar beschadigd dat het niet meer bruikbaar was voor de musical. Gelukkig was de Aviodrome in Lelystad bereid een van haar Dakota's ter beschikking te stellen.

Naast het theater was in de hangaar ook een tenstoonstelling ingericht, 'Morgen is vandaag'. Deze tentoonstelling gaf achtergrondinformatie over de Tweede Wereldoorlog, Engelandvaarders en het leven in bezet Nederland.

 

In juni 2009 werd gestart met de casting. In vijftien dagen hebben meer dan 1.000 mensen auditie gedaan. Voor de rol van Erik en zijn studievrienden werd vooral gezocht naar acteurs van een jaar of 22 omdat Hazelhoff Roelfzema en zijn studievrienden destijds ook zou oud warebn. Vooral het invullen van de rol van Erik bleek een lastige opgave tot op de laatste dag van de audities Matteo van der Grijn zich aandiende. Opvallend was dat veel van de gecaste acteurs niet direct uit de musicalwereld afkomstig waren.

 

Daar waar een aantal acteurs in de voorbereiding van hun rol konden putten uit het boek en biografieën en beelmateriaal van de personages die ze moesten spelen, moest Loes Haverkort voor de rol van Charlotte haar inspiratie ergens anders vandaan halen. De rol van Charlotte is samengesteld uit meerdere bestaande personages. Deze komen echter nauwelijks voor in het boek maar zijn door Erik Hazelhoff Roelfzema later aan de producent en schrijvers verteld.

 

Op 10 oktober 2010 startte de try-outs. De eerste try-out duurde, inclusief pauze, bijna drieeneenhalf uur. Zelfs voor musicalbegrippen erg lang. Er moest dus e.e.a geschrapt worden en op 30 oktober 2010 ging de musical in aanwezigheid van veel leden van de koninklijke familie (waaronder koningin Beatrix) in première. De rescensies waren overwegend positief en ook het publiek wist de musical te vinden.

 
Prijzen      
Award Jaar Categorie Genomineerd/Winnaar
John Kraaykamp Musical Award 2011 grote musical genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 mannelijke hoofdrol (Matteo van der Grijn) genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 mannelijke bijrol (Tijn Docter) genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 regie (Theu Boermans) genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 decorontwerp (Bernhard Hammer) genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 geluidsontwerp (Jeroen ten Brinke) genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 lichtontwerp (Gerhard Fisher) genomineerd
John Kraaykamp Musical Award 2011 script (Edwin de Vries) genomineerd

 

Media    
Cast CD's    
Originele Nederlandse Cast1 CD + DVDNederlands2011