Rembrandt van Rijn Op 15 juli 1606 werd Rembrandt van Rijn in Leiden geboren, de zoon van een molenaar en een bakkersdochter. In 1622 ging Rembrandt in de leer bij de Leidse historieschilder Jacob van Swanenburgh. Hij bracht Rembrandt vooral de kunst van het etsenbij. Drie jaar later volgde een leerperiode van een half jaar bij de schilder Pieter Lastman. Hij bracht Rembrandt een goed gevoel voor compositie bij. Ook deed hij Rembrandt inzien hoe hij de bijbel en geschiedenis als inspiratiebronnen voor zijn werk kon gebruiken. Kort daarna opende hij met Jan Lievens zijn eigen atelier in Leiden. Zijn schilderijen waren tamelijk klein, maar rijk in detail. Religieuze en allegorische thema' s overheersten.
|
| De roem van Rembrandt groeide snel. Hij kreeg als snel enkele opdrachten uit Amsterdam en besloot in 1634 dan ook naar deze stad te verhuizen. Hij trok in bij de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh waar hij ook Hendricks nichtje Saskia ontmoette. De twee werden verliefd en trouwden op 22 juni 1634 in de woonplaats van Saskia, Sint Anna Parochie.
|
| Een van zijn eerste opdrachten voor een groepsportret kreeg Rembrandt in 1632 van het Chirugijnsgilde van professor Tulp. Het resulteerde in het schilderij 'De anatomische les '. Het ging Rembrandt hierna financieel voor de wind. Hij kreeg veel portretopdrachten van de Amsterdamse elite. Hij maakte grote doeken en gebruikte felle kleuren. Naast de portretten schilderde hij voornamelijk bijbelse en mythologische taferelen. Saskia was hierbij vaak model.
|
| In 1639 verhuisden Rembrandt en Saskia van hun huis aan de Binnen Amstel naar een voornaam huis aan de St. Anthoniesbreestraat aan de rand van de joodse wijk (de huidige Jodenbreestraat). In het privé-leven ging het minder goed. In de periode 1635-1640 overleden drie kinderen, Rombout, Cornelia en Cornelia, kort na hun geboorte. In 1638 werd Rembrandt door de familie van Saskia aangeklaagd wegens 'pronken en pralen ' waardoor hij de erfenis van Saskia zou verspillen. In deze periode schilderde Rembrandt veel landschappen en maakte hij veel etsen over de natuur. Zijn landschappen kenmerkte zich door dreigende wolkenluchten en bomen die door de storm geknakt waren.
|
In 1640 kreeg Rembrandt opdracht voor het schilderen van een schuttersstuk, De compagnie van Kapitein Frans Banning Cocq en Luitenant Willem van Ruytenburgh. Rembrandt nam afstand van de conventie, die voorschreef dat dergelijke groepsportretten stijf en formeel moesten zijn. Hij gooide alle remmen los om een sfeer vol opwinding te creëren, door rijke contrasten tussen licht en donker, tussen glanzende en doffe kleuren, door grote variatie in hoofden, gebaren en gelaatsuitdrukkingen in tegengestelde bewegingen dwars over het beeldvlak en uit het beeldvlak weg, door een complexe ruimtelijke opzet die de blik zigzaggend naar voren en naar achteren leidt.Rembrandt was zo opgegaan in zijn werk dat hij geen oog meer had voor Saskia. In 1641 schonk Saskia het leven aan een gezonde zoon, Titus. De gezondheid van Saskia liet na de geboorte echter veel te wensen over en ging steeds verder achteruit. Acht maanden na de geboorte van haar zoon overleed ze op 14 juni 1642 aan de gevolgen van TBC.
In 1642 leverde hij ook het schuttersstuk af bij de Kloveniersdoelen waar het in de nieuwe zaal kwam te hangen. Rembrandts nieuwe aanpak veroorzaakte een rel. Vooral de schutters die achter in het tafereel waren geplaatst en nauwelijks zichtbaar waren tekenden bezwaar aan. Enkele schutters schortten de betaling enige tijd op (er werd per afgebeelde schutter betaald, een lager tarief voor de achtersten, het hoogst voor de kapitein en luitenant). Uiteindelijk zou Rembrandt het in die tijd hoge bedrag van1.600 gulden betaald krijgen voor het schilderij. Het schuttersstuk zou in de 18e eeuw de bijnaam 'De nachtwacht ' krijgen.
Door de tragedies in zijn privéleven werd het werk van Rembrandt soberder. Zijn bijbelse taferelen waren nu gebaseerd op het nieuwe testament in plaats van het oude testament zoals voorheen. Ook ging hij weer kleinere schilderijen maken. Ook legde hij zich meer toe op tekeningen en etsen. Vooral landschappen werden vaker geëtst dan geschilderd. En de woeste natuur werd vervangen door plattelandstaferelen.
Rembrandt had intussen Geertje Dircx in dienst als huishoudster en verzorgster voor Titus. Al snel ontstond een affaire tussen Rembrandt en Geertje. Rembrandt schonk haar een aantal ringen van zijn overleden echtgenote. In 1646 werd Hendrickje Stoffels aangenomen als huishoudster bij Rembrandt en Geertje. Tot woede van Geertje werden Rembrandt en Hendrickje verliefd op elkaar. In 1649 gingen Geertje en Rembrandt dan ook met ruzie uit elkaar. Geertje daagde Rembrandt voor de rechter wegens verbroken huwelijksbelofte en verpande o.a een van de ringen die Rembrandt haar had gegeven. De rechter bepaalde dat Rembrandt jaarlijks 200 gulden moest betalen en dat Geertje de spullen die ze van Rembrandt had gekregen niet meer mocht verkopen omdat deze aan Titus behoorden. Geertje werd hysterisch bij het horen van dit vonnis. Nadat ze toch spullen had verkocht lukte het Rembrandt om haar, met de hulp van haar broer en neef, op te laten sluiten in het spinhuis, een tuchthuis voor vrouwen.
De problemen voor Rembrandt waren hiermee niet voorbij. Ondanks de vele opdrachten, de goed lopende verkoop van etsen en zijn leerling-gelden begonnen de financiële problemen grote vormen aan te nemen. Door zijn eigenzinnige manier van leven en werken raakte hij uit de gratie bij de burgerij. Rembrandt kwam niet altijd zijn prijsafspraken na. Dikwijls vroeg hij het dubbele van de afgesproken prijs! Dit heeft hem waarschijnlijk een slechte naam bezorgd. Hij gaf meer geld uit dan hij had aan kunst en curiositeiten. Hij werd gesommeerd de restschuld van zijn huis te betalen en moest hiervoor bij vrienden grote bedragen geld lenen. Hij probeert het huis als moederlijk erfdeel van zijn zoon Titus te laten vastleggen om te voorkomen dat ze het huis zouden kwijtraken. In 1654 werd Hendrickje Stoffels voor de raad van de gereformeerde kerk gedaagd omdat ze in zonde leefde met Rembrandt. Dit viel niet meer te ontkennen want ze was zes maanden zwanger van de schilder. Ze kreeg een officiële berisping van de kerk. Rembrandt kon niet met Hendrickje trouwen omdat hij daarmee zijn erfdeel van Saskia zou verspelen en mat alle financiële perikelen kon hij zich dat niet veroorloven.
Ondanks de officiële berisping bleven Hendrickje en Rembrandt bij elkaar. Een paar maanden later bevalt ze van een dochter, Cornelia. Hendrickje kon ook goed overweg met Titus. Samen probeerden ze de financiële problemen van Rembrandt in goede banen te leiden. Ze konden echter niet voorkomen dat in 1656 een faillissement moest worden aangevraagd. Het huis en de kunstcollectie moesten worden geveild. De opbrengst was onvoldoende om alle schulden af te lossen. Ze weken uit naar een kleinere huurwoning aan de Rozengracht waar Hendrickje en Titus een kunsthandel begonnen en Rembrandt in dienst namen. Op deze manier probeerden ze hem tegen de schuldeisers te beschermen.
De nieuwe liefde in zijn leven zorgden ervoor dat de schilderijen weer groter werden. Ook de kleuren werden feller en de penseelstreken krachtiger. Hiermee nam Rembrandt afstand van eerder werk en van de heersende mode, die juist meer en meer neigde tot fijn, gedetailleerd werk. Hij gebruikte nog steeds veel bijbelse thema' s, maar de nadruk lag nu niet meer op groepen maar meer op intieme portretachtige figuren. Hendrickje en Titus waren regelmatig model voor Rembrandt.
Rembrandt kreeg in deze tijd ook nog altijd opdrachten voor portretten en historiestukken. Hij kreeg opdracht voor een groot schilderij voor het nieuwe Amsterdamse stadhuis. In 1661 leverde hij het schilderij 'De samenzwering van Julius Civilis ' af. De burgemeesters wilden het schilderij echter niet plaatsen en Rembrandt kreeg het terug. In 1663 sloeg het noodlot opnieuw toe. De pest waarde door Amsterdam en Hendrickje raakte geïnfecteerd. Ze overleed op 36 jarige leeftijd. In zijn laatste jaren schilderde Rembrandt een aantal zelfportretten die duidelijk blijk gaven van het verdriet en de zorgen die hem ten deel waren gevallen.In februari 1668 trouwde Titus met Magdalena van Loo, maar stierf enkele maanden later op zevenentwintig jarige leeftijd. Zes maanden later in 1669 werd zijn dochter en kleindochter van Rembrandt, Titia, geboren. In datzelfde jaar overlijdt Rembrandt op 4 oktober op achtenzestig jarige leeftijd.Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer 300 schilderijen, 300 etsen en 2000 tekeningen. Van zijn zelfportretten zijn er bijna 100 uitgevoerd als schilderijen, zo' n 20 als etsen.
Kenmerkend voor zijn werk is de opmerkelijke beheersing van het spel met licht en donker. Hij zette vaak scherpe contrasten (clair-obscur) neer, om zo de toeschouwer in het schilderij binnen te leiden. Dit leidde tot levendige scènes vol dramatiek en geheel zonder de strakke formaliteit die andere kunstenaars in die tijd vaak hanteerden. Zijn zichtbare betrokkenheid en compassie voor de medemens, ongeacht rijkdom, leeftijd of afkomst, zijn kenmerken die maken dat Rembrandt overal ter wereld begrepen en gewaardeerd wordt.
In 1852 werd ter ere van Rembrandt een door Louis Royer gemaakt standbeeld op de Botermarkt in Amsterdam onthuld door koning Willem II. In 1876 werd de Botermarkt gewijzigd in het Rembrandtplein.
De musical Het idee voor de musical kwam van kostuumontwerper Jan Aarntzen. Tijdens een bezoek aan Rome zag hij het werk van onder anderen Rafaël, Botticelli en Michelangelo. Hij vond het werk prachtig, maar voor bedacht dat Rembrandt voor hem toch de winnaar was. Rembrandt vertelde in elk schilderij een verhaal in een eigen, herkenbare stijl. Hij sprak met Henk van der Meyden over het idee om iets te doen met Rembrandt. Nadat Henk van der Meyden Jan beloofde om hierover na te denken, is hij samen met zijn vrouw Monica een weekendje in de boeken gedoken en besloot de uitdaging aan te gaan. In 2002 legden Henk van der Meijden en Monica Strotmann hun plannen voor een musical over Rembrandt voor aan de directeur Theater Carré, Hein Jens. Aanleiding voor de musical was de vierhonderste geboortedag van Rembrandt in 2006. Hein Jens was direct geinteresseerd. Theater Carre ligt ten slotte op loopafstand van de plaatsen die een belangrijke rol speelden in het leven van Rembrandt. Voor het script verdiepten Henk van der Meyden en Monica Strotmann zich in het leven en werk van Rembrandt van Rijn. Ze lazen zo' n 250 boeken over de schilder om een beeld van zijn leven en van de mens Rembrandt te kunnen vormen. Voor de musical stelden ze de jaren die Rembrandt in Amsterdam woont. De tijd waar hij zijn grootste successen beleefde, maar ook zijn diepste ellende. Volgens het programma boekje waren de teksten geschreven door Anna de Graef. Een foto en biografie ontbraken echter. Henk van der Meijen en Monica Stromann zouden later teogeven dat dit een pseudoniem was voor henzelf. In de tekst is een gedicht uit de gedichtenbundel 'Rembrandt en de engelen' van Simon Vestdijk gebruikt, 'De anatomische les'.Rembrandt was de meester van licht en schaduw. Aan Marc Heinz was de uitdaging om met het lichtontwerp recht te doen aan Rembrandt. Voot het lichtontwerp liet hij zich inspireren door het gebruik van licht en schaduw door Rembrandt. Jan Aarntzen was verantwoordelijk voor de vormgeving van de voorstelling. Bij het technische mogelijk maken van de ideeën van Aarntzen waren twintig Nederlandse en acht Londense technici betrokken. Zij maakten gebruik van onder meer de modernste projectiemogelijkheden zoalsl 3D-projecties. Uit de oplopende vloer verrezen trappen en podia tot 2 meter 40 hoog. De achtergrond toonde de ene keer levensgroot een getekend Amsterdam van de zeventiende eeuw in zwart/wit, de andere keer net zo gigantisch de werken van Rembrandt, soms ook slechts een detail daarvan. Vijftig musea uit de hele wereld hebben daarvoor afbeeldingen van Rembrandts werk beschikbaar gesteld. De kostuums (350 in totaal) werden eveneens gemaakt onder verantwoordelijkheid van Aarntzen en waren geinspireerd op de kleding op de schilderijen. Hij gebruikte hiervoor patronenboeken en schilderijen uit de 17e eeuw als voorbeeld, maar moest uit praktische overwegingen natuurlijk wel de vertaalslag naar het theater maken. Veel kostuums moesten met de hand gemaakt worden omdat de patronen onmogelijk met een naaimachine gemaakt kunnen worden. Aarntzen reisde door heel Europa om stoffen als fluweel, goudbrokaat, tweekleurig zijde, apart boorduurwerk en bijzonder kant te vinden die in de Gouden Eeuw gedragen werden. Het grootste deel van de muziek was van de hand van Jeroen Engelbert. Het was voor hem zijn eerste musicalproductie. Hij was alles bij elkaar zo' n twee jaar bezig met het componeren. Zoals gebruikelijk bij veel musicals werd meer muziek gemaakt dan uiteindelijk in de musical is opgenomen. De muziek is voor het grootste deel geschreven op de tekst en het script. Als tijdens het schrijven en repteren van de musical teksten werden gewijzig moesten de muziek en de arrangementen daar weer op worden aangepast. Ook technische aspecten bleken van belang voor het componeren van de muziek. Hoe lang moet het intro zijn tijdens een decorwisseling of verkleding. Hoewel hier vooraf over was nagedacht bleken sommige dingen tijdens de repetities toch niet of anders te werken waardoor de componist ook weer aan de slag moest. De overige muziek, met name de stukken voor de rol van Geertje Dircx werden door Dirk Brossé gecomponneerd.Na drie jaar van voorbereiding begonnen op 26 april 2006 de repetities. Aan regisseur Frank van Laecke de taak om samen met de acteurs de musical van 'papier' op het toneel te krijgen. De repetieperiode werd benut om de rollen verder uit te diepen en vorm te geven en om te leren werken met de techniek worden getest. Op 16 juni 2006 was Rembrandt voor het eerst op het toneel te zien bij de eerste try-out in schouwburg het Park in Hoorn in Hoorn. Na deze try-out periode verhuisde de voorstelling naar Amsterdam. Om het decor te verhuizen naar theater Carré waren bijna dertig trailers nodig die ook nog eens extra breed waren. Om het transport mogelijk te maken moest de Coentunnel tijdelijk worden afgesloten. De productie beleefde op zaterdag 15 juli, de geboortedag van Rembrandt, zijn wereldpremière. De show zou zeven maanden in Theater Carré spelen. Na de speelperiode in Amsterdam volgde een korte verlenging in het Rotterdamse Luxortheater waar de show stond van 19 december 2006 tot en met 7 januari 2007. De rol van Rembrandt werd vertolkt door Henk Poort. De drie vrouwen in zijn leven werden gespeeld door Wieneke Remmers (Saskia van Uylenburgh), Annick Boer (Geertje Dircx) en Maike Boerdam-Strobel (Hendrickje Stoffels). In eerste instantie was Celine Purcell gecast voor de rol van Hendrickje Stoffels. Zij gaf echter de voorkeur aan de rol van Eliza Doolittle in My Fair Lady. Rembrandt werd gespeeld in het Nederlands, maar dankzij het ShowTrans-systeem konden buitenlandse bezoeken een toelichting krijgen in hun eigen taal. De beschikbare talen waren engels, duits, frans, spaans, italiaans en russisch. Het was voor het eerst dat in Europa van deze techniek gebruik werd gemaakt.
|
| Prijzen | |||
| award | jaar | categorie | genomineerd/winnaar |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2007 | mannelijke hoofdrol (Henk Poort) | winnaar |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2007 | vrouwelijke bijrol (Wieneke Remmers) | genomineerd |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2007 | ontwerper (Jan Aarntzen | winnaar |
| CD | ||||
| Castalbums | ||||
![]() |
Originele Nederlandse cast | 1CD | Nederlands | 2006 |