| Edith Piaf
Nadat haar vader uit d eerste wereldoorlog was teruggekeerd voegde ze zich weer bij haar vader. Zen hielp hem met zijn acrobatische straatoptredens door met de pet rond te gaan. Hierbij zong ze ook voor het eerst in het openbaar. Op haar zestiende ging ze voor zichzelf werken als straatzangeres. Ze huurde een kamer samen met haar vriendin Simone Berteaut (Momone). Samen zongen ze op straat. Ze ontmoette in deze tijd ook haar eerste liefde, Louis Dupont. Samen kregen ze een dochtertje, Marcelle. De realtie duurde niet lang en Piaf had moeite om voor het meisje te zorgen. Ze liet Marcelle vaak alleen als ze moest werken. Louis nam de zorg voor het meisje over. Op tweejarige leeftijd overleed Marcelle aan de gevolgen van hersenvliesontsteking. Na de breuk met Louis volgde Albert, een pooier. Door geld af te staan dat ze met zingen op straat had verdiend wist ze te voorkomen dat Albert haar zou dwingen om als prostituee te werken.
Het geluk duurde echter niet lang. Op 6 april 1936 werd Louis Leplée vermoord. Piaf was een tijd verdacht van medeplichtigheid. De moord was gepleegd door onderwereldfiguren die Piaf in het verleden wel had gekend. Uiteindelijk werd ze vrijgesproken, maar de nasleep van de moord had voor veel negatieve publiciteit gezorg. Om haar imago op te vijzelen nam ze Raymond Asso in de arm (en in haar bed). Hij zorgde ervoor dat de louche vrienden van Piaf van het toneel verdwenen en liet tekstschrijvers nummers schrijven die gingen over haar leven op de straat. Met succes wist hij de carriere van Piaf weer vlot te trekken.
In 1940 speelde ze in haar eerste film. Daarnaast ging ze zich meer toeleggen op het schrijven van haar eigen nummers. Ook raakte ze bevriend met vele beroemdheden. Ze werd verliefd op de acteur Meurisse. Samen speelden ze in het voor haar geschreven toneelstuk Le Bel Indifférent en in de film Montmartre sur scène. Tijdens deze film werd Piaf verliefd op Henri Contet en Meurisse kon vetrekken. Piaf was inmiddels uitgegroeid tot Frankrijks populairste zangeres en begon ook internationaal aan de weg te timmeren. De tweede wereldoorlog brak echter uit.
Tijdens de tweede wereldoorlag trad ze regelmatig op voor de Duitse troepen. Hierdoor werd ze door velen gezien als een verrader. Na de oorlog gaf ze aan voor het verzet te hebben gewerkt. Door op te treden voor hoge duitse officieren wist ze het recht af te dwingen om met krijgsgevangen op de foto te gaan om hen te steunen. De foto's werden later gebruikt voor valse paspoorten. Ook ging ze tijdens de oorlog een joodse pianist en schreef ze met Monnot een (subtiel) protestlied. Tijdens de oorlog schreed ze haar levenslied, 'La vie en rose'. In 1944 ontdekte ze de toen nog onbekende Yves Montand. Ze liet hem met haar optreden in de Moulin Rouge en begeleidde hem. Ook speelde ze samen in ene film. Daarnaast werden ze ook geliefden. Toen de roem van Yves Montand bijna net zo groot was als de hare verbrak ze de relatie
In 1961, kreeg Edith Piaf de 'prix du disque de l'Académie Charles-Cros' voor haar bijdrage aan de Franse muziek, maar na haar laatste serie concerten in 1962 in het Olympia, raakte ze in coma.
In 1962 trouwde ze met de twintig jaar jongere griekse kapper Theo Sarapo. In enkele van haar laatste optredens traden ze samen op. Op 10 oktober 1963 overleed Piaf aan de gevolgen van leverkanker. De katholieke kerk weigerde een mis aan haar op te dragen vanwege haar manier van leven. De rit naar haar laatste rustplaats, Père Lachaise, bracht tienduizenden mensen op de been om haar de laatste eer te bewijzen en de ceremonie op de begraafplaats werd bijgewoond door 100.000 fans.
De musical In 1978 werd Piaf voor het eerst gespeld in het theater 'The Other Place' van de Royal Shakespear Company. Pam Gems schreef het stuk in 1973 voor een roemeense actrice die in Engeland geen werk kon krijgen en bij de metro liederen van Edith Piaf ten gehore bracht. Daarna werd het stuk snel weer vergeten tot het in 1978 weer naar boven kwam. In het stuk werd het leven van Piaf verteld van het moment dat ze werd ontdekt als straatzangeres tot het moment dta ze sterft op 47-jarige leeftijd. Piaf werd geprotreteerd als destructief, promiscue, alcoholist en junk. Grof taalgebruik en andere verwijzigingen naar haar straatleven werden niet geschuwd. Zo werden sexscènes niet geschuwd, werd er stevig gevloekt en plaste Piaf in een scène zelfs op het toneel (In de scène dat ze probeert te doen alsof ze weet hoe ze zich in een restaurant hoort te gedragen, maar door een ober wordt uitgelachen en gecorrigeerd als ze water drinkt uit het vingerbakje: Je hebt me zien drinken, dan kan je me nu zien pissen).
In 1980 werd de musical van het eerst op West End gespeeld in het Piccadilly Theatre en in 1981 volgde de Broadway-première in het Plymouth Theatre. In beide producties speelde Jane Lapotaire de rol van Piaf. In 1993 was Piaf weer in Londen te zien, dit keer met Elaine Paige in de hoofdrol.
Het stuk op zich werd door recensenten niet hoog gewaardeerd. Te fragmentarisch en de bijrollen te karikaturaal waren meest gehoorde kritieken. Over de acteerprestaties daarentegen was iedereen zeer enthousiast. Met name Jane Lapatoire die de rol van Piaf speelde werd kreeg zeer goede kritieken.
De musical ging op de sterfdag van Piaf, 11 oktober, in de Haagse Koninklijke Schouwburg in première. De pers liep niet warm voor de musical, maar het publiek was enthousiast. Liesbeth List won voor haar rol de eerste Musical Award voor beste vrouwelijke hoofdrol (er was nog geen onderscheid tussen kleine en grote musicals). Wegens succes werd de tour een half seizoen verlengd.
De tweede bewerking was van de Nederlander Allard Blom voor de nieuwe Nederlandse productie van V&V-entertainment. Nummers werden geschrapt en nieuwe rollen werden toegevoegd, zoals Maurice Chevalier en de heren van de groep Les Compagnons de la Chanson en andere rollen werden geschrapt, zoals Marlene Dietrich. De grootste wijziging was echter dat de rol van de jongere Piaf door een andere actrice zou worden gespeeld, waarbij een wisselwerking kon ontstaan tussen de oude en de jonge Piaf.
De musical ging op 27 oktober 2008 wederom in de Haagse Koninklijke Schouwburg in première. De meningen van de rescencenten over de bewerking waren wisselend, maar ook nu weer konden de acteurs, met name Liesbeth List en Daphne Flint konden rekenen op goede kritieken. |
| Prijzen | |||
| award | jaar | categorie | genomineerd/winnaar |
| Tony Award | 1981 | vrouwelijke hoofdrol toneelstuk (Jane Lapotaire) | winnares |
| Tony Award | 1981 | vrouwelijke bijrol toneelstuk (Zoe Wanamaker) | genomineerd |
| Drama Desk Award | 1981 | vrouwelijke bijrol toneelstuk (Zoe Wanamaker) | genomineerd |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2000 | musical | winnaar |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2000 | vrouwelijke hoofdrol (Liesbeth List) | winnares |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2009 | kleine musical | winnaar |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2009 | vrouwelijk hoofdrol kleine musical (Liesbeth List) | winnares |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2009 | vrouwelijke bijrol kleine musical (Esther Roord) | winnares |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2009 | mannelijke bijrol kleine musical (Ara Halici) | genomineerd |
| CD / DVD | ||||
![]() | Londense Revival Cast | 1 CD | Frans/Engels | 1994 |
![]() | Originele Nederlandse Cast | 1 CD | Frans | 1999 |