ACHTERGRONDEN
Edith Piaf

Edith PiafEdith Piaf werd op 19 december 1915 in Parijs geboren als Edith Giovanna Gassion. Haar moeder was zangeres in cafees en haar vader was straatartiest. Haar ouders lieten haar al snel achter bij haar grootmoeder van moeders zijde.  Vlak voor haar vader zich aanmeldde om mee te vechten in de eerste wereldoorlog haalde hij Edith daar op en bracht haar naar zijn eigen moeder in Bretagne die een bordeel runde. De hoeren hielpen om voor de kleine Edith te zorgen.

 

Nadat haar vader uit d eerste wereldoorlog was teruggekeerd voegde ze zich weer bij haar vader. Zen hielp hem met zijn acrobatische straatoptredens door met de pet rond te gaan. Hierbij zong ze ook voor het eerst in het openbaar. Op haar zestiende ging ze voor zichzelf werken als straatzangeres. Ze huurde een kamer samen met haar vriendin Simone Berteaut (Momone). Samen zongen ze op straat. Ze ontmoette in deze tijd ook haar eerste liefde, Louis Dupont. Samen kregen ze een dochtertje, Marcelle. De realtie duurde niet lang en Piaf had moeite om voor het meisje te zorgen. Ze liet Marcelle vaak alleen als ze moest werken. Louis nam de zorg voor het meisje over. Op tweejarige leeftijd overleed Marcelle aan de gevolgen van hersenvliesontsteking. Na de breuk met Louis volgde Albert, een pooier. Door geld af te staan dat ze met zingen op straat had verdiend wist ze te voorkomen dat Albert haar zou dwingen om als prostituee te werken.

Louis LepleeIn 1935 werd Piaf op straat ontdekt door nachtclubeigenaar Louis Leplée. Hij gaf haar de kans om op te treden in zijn nachtclub, Le Gerny. Hij had echter problemen met haar naam en gaf haar een artiestennaam. Door haar nervositeit en haar geringe lengte (1,47 meter) vond hij haar op een mus lijken en hij noemde haar Piaf (frans voor mus). Van Leplée leerde ze he ze zich op een podium moest presenteren. Hij adviseerde haar op te treden in een zwarte jurk. Voor haar première bij Le Gerny had Leplée een grote publiciteitscampagne op touw gezet. Hierdoor zaten vele bekenden in de zaal, waaronder Maurice Chevalier. Al snel mocht ze twee platen opnemen.

 

Het geluk duurde echter niet lang. Op 6 april 1936 werd Louis Leplée vermoord. Piaf was een tijd verdacht van medeplichtigheid. De moord was gepleegd door onderwereldfiguren die Piaf in het verleden wel had gekend. Uiteindelijk werd ze vrijgesproken, maar de nasleep van de moord had voor veel negatieve publiciteit gezorg. Om haar imago op te vijzelen nam ze Raymond Asso in de arm (en in haar bed). Hij zorgde ervoor dat de louche vrienden van Piaf van het toneel verdwenen en liet tekstschrijvers nummers schrijven die gingen over haar leven op de straat. Met succes wist hij de carriere van Piaf weer vlot te trekken.

 

In 1940 speelde ze in haar eerste film. Daarnaast ging ze zich meer toeleggen op het schrijven van haar eigen nummers. Ook raakte ze bevriend met vele beroemdheden. Ze werd verliefd op de acteur Meurisse. Samen speelden ze in het voor haar geschreven toneelstuk Le Bel Indifférent en in de film

Montmartre sur scène. Tijdens deze film werd Piaf verliefd op Henri Contet en Meurisse kon vetrekken. Piaf was inmiddels uitgegroeid tot Frankrijks populairste zangeres en begon ook internationaal aan de weg te timmeren. De tweede wereldoorlog brak echter uit.

 

Tijdens de tweede wereldoorlag trad ze regelmatig op voor de Duitse troepen. Hierdoor werd ze door velen gezien als een verrader. Na de oorlog gaf ze aan voor het verzet te hebben gewerkt. Door op te treden voor hoge duitse officieren wist ze het recht af te dwingen om met krijgsgevangen op de foto te gaan om hen te steunen. De foto's werden later gebruikt voor valse paspoorten. Ook ging ze tijdens de oorlog een joodse pianist en schreef ze met Monnot een (subtiel) protestlied.  Tijdens de oorlog schreed ze haar levenslied, 'La vie en rose'. In 1944 ontdekte ze de toen nog onbekende Yves Montand. Ze liet hem met haar optreden in de Moulin Rouge en begeleidde hem. Ook speelde ze samen in ene film. Daarnaast werden ze ook geliefden. Toen de roem van Yves Montand bijna net zo groot was als de hare verbrak ze de relatie

 

Edith Piaf en Marcel CerdanNa de oorlog bouwde ze verder aan haar internationale carriere. Ze tourde door Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Amerika was niet direct succesvol. Het publiek vondhaar in eerste instantie minderwaardig, maar een lovende recensie van een bekende recensist zorgde voor de ommekeer.
In Amerika leerde ze ook haar grote liefde kennen, de getrouwde bokser Marcel Cerdan. Hij overleed in 1949 een vliegtuidcrash toen hij op weg was van Frankrijk naar New York om Edith daar te ontmoeten. De kranten stonden vol van hun affaire. Piaf raakte in een zware depressie door de door van Cerdan en raakte verslaafd aan alcohol. Begin jaren 50 pakte ze de draad van haar carriere weer op. Ze ontdekte ze Charles Aznavour die in dienst was als haar secretaris en chauffeur. Ze nam hem mee op tournees door Amerika en Frankrijk. In 1951 waren ze betrokken bij een auto-ongeluk.Ze brak een arm en twee ribben. Ze kreeg morfine als pijnstiller. Dit was een gevaarlijke combinatie met haar alcoholverlaving. In 1952 trouwde ze met Edith Piaf en Theo Sarapozanger Jaques Pills om vier jaar later weer van hem te scheiden. Tijdens hun huwelijk liet hij haar drie maal opnemen in een afkickkliniek, zonder succes. In deze periode treedt Piaf nauwelijks op in het openbaar. Pas in 1955 stond ze weer op een groot podium, het Olympia in Parijs en een jaar later in Carnegie Hall waar ze eerste kleinkunst zangeres was die daar optrad.

 

In 1961, kreeg Edith Piaf de 'prix du disque de l'Académie Charles-Cros' voor haar bijdrage aan de Franse muziek, maar na haar laatste serie concerten in 1962 in het Olympia, raakte ze in coma.

 

In 1962 trouwde ze met de twintig jaar jongere griekse kapper Theo Sarapo. In enkele van haar laatste optredens traden ze samen op. Op 10 oktober 1963 overleed Piaf aan de gevolgen van leverkanker. De katholieke kerk weigerde een mis aan haar op te dragen vanwege haar manier van leven. De rit naar haar laatste rustplaats, Père Lachaise,  bracht tienduizenden mensen op de been om haar de laatste eer te bewijzen en de ceremonie op de begraafplaats werd bijgewoond door 100.000 fans.

 

De musical

In 1978 werd Piaf voor het eerst gespeld in het theater 'The Other Place' van de Royal Shakespear Company. Pam Gems schreef het stuk in 1973 voor een roemeense actrice die in Engeland geen werk kon krijgen en bij de metro liederen van Edith Piaf ten gehore bracht. Daarna werd het stuk snel weer vergeten tot het in 1978 weer naar boven kwam. In het stuk werd het leven van Piaf verteld van het moment dat ze werd ontdekt als straatzangeres tot het moment dta ze sterft op 47-jarige leeftijd. Piaf werd geprotreteerd als destructief, promiscue, alcoholist en junk. Grof taalgebruik en andere verwijzigingen naar haar straatleven werden niet geschuwd. Zo werden sexscènes niet geschuwd, werd er stevig gevloekt en plaste Piaf in een scène zelfs op het toneel (In de scène dat ze probeert te doen alsof ze weet hoe ze zich in een restaurant hoort te gedragen, maar door een ober wordt uitgelachen en gecorrigeerd als ze water drinkt uit het vingerbakje: Je hebt me zien drinken, dan kan je me nu zien pissen).

 

In 1980 werd de musical van het eerst op West End gespeeld in het Piccadilly Theatre en in 1981 volgde de Broadway-première in het Plymouth Theatre. In beide producties speelde Jane Lapotaire de rol van Piaf. In 1993 was Piaf weer in Londen te zien, dit keer met Elaine Paige in de hoofdrol.

 

Het stuk op zich werd door recensenten niet hoog gewaardeerd. Te fragmentarisch en de bijrollen te karikaturaal waren meest gehoorde kritieken. Over de acteerprestaties daarentegen was iedereen zeer enthousiast. Met name Jane Lapatoire die de rol van Piaf speelde werd kreeg zeer goede kritieken.

 

In 1999 was Piaf de eerste productie die door V&V-entertainment op de planken werd gebracht. Voor de titelrol werd Nederlands bekendste chansoniere van dat moment gevraagd, Liesbeth List. Ze had twee jaar de tjd om zich op de rol voor te bereiden. Ze las de biografie en bestuurde foto's, video's en luisterde eindeloos naar cd's. Zo leerde ze de motoriek van Piaf en hoe ze het beste de unieke stem van Piaf kon benaderen. Naast Liesbeth List bestond de cast uit nog zes personen (Casper van Bohemen, Metta Gramberg, Hans Cornelisse, Michel Sorbach, Paola Verbij en Jurrian van Dongen) die bijna allemaal dubbelrollen speelden. De regie was in handen van Andy Daal. Ad van Dijk had de muziekale leiding over het driekoppige orkest.

 

De musical ging op de sterfdag van Piaf, 11 oktober, in de Haagse Koninklijke Schouwburg in première. De pers liep niet warm voor de musical, maar het publiek was enthousiast. Liesbeth List won voor haar rol de eerste Musical Award voor beste vrouwelijke hoofdrol (er was nog geen onderscheid tussen kleine en grote musicals). Wegens succes werd de tour een half  seizoen verlengd.

 

In 2008 gingen twee nieuwe bewerking van Piaf in première. Pam Gems zelf bewerkte het stuk voor een serie voorstelling in Donmar Warehouse. Ze kortte het stuk met 30 minuten in tot 90 minuten zonder pauze. De recensies waren wederom kritisch over het stuk zelf, nog altijd fragmentarisch en gehaast. En ook nu weer kon de hoofdrolspeelster, Elena Rogers, rekenen op uitstekende kirtieken. Bij het publiek was het stuk een groot succes. Al voor de première waren de voorstellingen uitverkocht. Na de uitverkochte run in het Donmar verhuisde de productie naar het Vaudewille Theatre in het Londense West End.

 

De tweede bewerking was van de Nederlander Allard Blom voor de nieuwe Nederlandse productie van V&V-entertainment.

Nummers werden geschrapt en nieuwe rollen werden toegevoegd, zoals Maurice Chevalier en de heren van de groep Les Compagnons de la Chanson en andere rollen werden geschrapt, zoals Marlene Dietrich. De grootste wijziging was echter dat de rol van de jongere Piaf door een andere actrice zou worden gespeeld, waarbij een wisselwerking kon ontstaan tussen de oude en de jonge Piaf. 

 

De musical ging op 27 oktober 2008 wederom in de Haagse Koninklijke Schouwburg in première. De meningen van de rescencenten over de bewerking waren wisselend, maar ook nu weer konden de acteurs, met name Liesbeth List en Daphne Flint konden rekenen op goede kritieken.

 

Prijzen      
award jaar categorie genomineerd/winnaar
Tony Award 1981 vrouwelijke hoofdrol toneelstuk (Jane Lapotaire) winnares
Tony Award 1981 vrouwelijke bijrol toneelstuk (Zoe Wanamaker) genomineerd
Drama Desk Award 1981 vrouwelijke bijrol toneelstuk (Zoe Wanamaker) genomineerd
John Kraaijkamp Musical Award 2000 musical winnaar
John Kraaijkamp Musical Award 2000 vrouwelijke hoofdrol (Liesbeth List) winnares
John Kraaijkamp Musical Award 2009 kleine musical winnaar
John Kraaijkamp Musical Award 2009 vrouwelijk hoofdrol kleine musical (Liesbeth List) winnares
John Kraaijkamp Musical Award 2009 vrouwelijke bijrol kleine musical (Esther Roord) winnares
John Kraaijkamp Musical Award 2009 mannelijke bijrol kleine musical (Ara Halici) genomineerd

 

CD / DVD    
Londense Revival Cast1 CDFrans/Engels1994
Originele Nederlandse Cast1 CDFrans1999