|
50 Jaar musical in Nederland
Op
1 oktober 1960 ging in Nederland de
eerste grote, professionele musical in premier, My Fair Lady. In de
hoofdrollen Wim Sonneveld, Johan Kaart en de jonge, nog onbekende actrice
Margriet de Groot als Eliza. De repetitieperiode verliep moeizaam omdat de
aan vrijheid gewende Sonneveld moeilijk kon wennen aan het strenge concept
van de musical waarin geen ruimte was voor improvisatie. Om Nederland warm
te maken voor het fenomeen musical was een groot publiciteitsoffensief
gestart. Bij de première waren de verwachtingen dan ook hoog gespannen. De
recensies na de première varieerden, maar waren overwegend positief. Toch
duurde het even voor het Nederlandse publiek de musical omarmde. Toen het
publiek de weg naar het theater eenmaal had gevonden werd de musical een
groot succes.
Het succes van
de musical inspireerde veel producenten om ook een musical op het toneel te
brengen. Tot midden jaren 60 waren dit voornamelijk musicals uit het
buitenland, zoals Kiss me Kate, Anatevka en Sound of Music (ironisch genoeg
met Johan Heesters, die in de oorlog had opgetreden voor de nazi's, in de
rol van nazi-hatende Kapitein Van Trapp). Midden jaren 60 werd een nieuwe
weg ingeslagen. Annie M.G. Schmidt had geweigerd een musical te vertalen,
met de mededeling dat ze, zolang ze zelf ideeen had, ze niets zou vertalen. Nog diezelfde dag had ze de uitdaging aangenomen zelf een musical te
schijven, met natuurlijk de muziek van Harry Bannink. Beiden werden niet
gehinderd door enige kennis van, of ervaring met het fenomeen musical.
Volgens Bannink was het zoiets als een toneelstuk met muziek, dans en
liedjes. Hoewel nog letter of noot op papier stond was de hoofdrolspeelster
al bekend, Conny Stuart. Nadat een plot was bedacht gingen Schmidt en
Bannink los met teksten en muziek. Ze hadden zoveel inspiratie dat
uiteindelijk flink geschrapt moest worden. Zelfs het titelnummer van de
musical sneuvelde. Heerlijk
duurt het langst was in 1965 het begin van van de Nederlandse
musicalproductie. Het werd een geweldig succes met lange rijen voor de kassa
van het Nieuwe De La Mar Theater. Het succes vroeg om een vervolg en met
enige regelmaat volgden nieuwe musicals van de hand van Schmidt en Bannink, Met man en muis (1969), En nu naar bed
(1971), Wat een planeet (1973), Foxtrot (1977), Madam (1981), De dader heeft
het gedaan (1983) en Ping ping (1984).
In de jaren 80 werd het beeld van de Nederlandse musical bepaald door Jos
Brink en Frank Sanders. Na een aantal
succesvolle cabaretprogramma's met het gezelschap Tekstpierement werd de
stap naar iets nieuws gewaagd, de musical. Ze schreven de musical zelf,
samen met Henk Bokkinga die voor de muziek zorgde. Ze financierde het hele
project en speelden zelf de hoofdrollen. In 1979 ging hun
eerste musical in première, Maskerade. De musical onderscheidde zich van de
andere musicals op dat moment door de vormgeving, de groots opgezette
shownummers en de glamour. Het werd een groot succes bij zowel recensenten
als het publiek. Daarna volgende Amerika Amerika
(1981), Evenaar (1983), Madame Arthur (1985), Musicalman (1986), Max
Havelaar (1987), Revue Revue! (1991) en Zzinderella (1995).
Eind jaren tachtig kwamen de grote buitenlandse musicals weer in de
belangstelling door de uitvoering van de Andrew Lloyd Webber musical Cats
ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van theater Carré. Mede door
het succes hiervan begon Joop van den Ende grootschalige musicals naar
Amerikaans voorbeeld te produceren. Barnum is de eerste musical van de hand
van Joop van den Ende. Daarna volgde nog enkele producties zoals Cabaret
(met Willem Nijholt) en Sweet Charity (met Simone Kleinsma). De doorbraak van Van den Ende als musicalproducent is echter in 1991 met Les
Miserables. In 1992 ging de eerste nieuwe Nederlandse musical van Joop van den Ende
in première, Cyrano de Musical. Met het succes in Nederland op zak beproefde
hij zijn geluk op Broadway met deze productie. Daar had de musical matig
succes en moest als snel de deuren weer sluiten. Het was de start van de
buitenlandse aspiraties van Joop van den Ende dat uiteindelijk resulteerde
in een bedrijf dat in diverse Europese landen en Amerika vele musicals
produceert en ontwikkelt. In Nederland ging het succes van Joop van den Ende
onverminderd door. Met de aankoop van het Circustheater in Scheveningen en
het Beatrixtheater in Utrecht werd het ook mogelijk om in Nederland 'open
eind' producties te maken. De eerste 'open eind' productie speelde in het
circustheater, The Phantom of the Opera.
In 1999
zette V&V Entertainment zijn eerste schreden op het musicaltoneel met de
musical Piaf. De show was een succes en wist in 2000 ook de allereerste
musicalaward voor beste musical in de wacht te slepen. Met kleinschalige
musicals zoals Little Shop of Horrors, Marlene Dietrich en Nonsens wist
V&V-Entertainment zich in plek in het Nederlandse musicallandschap te
veroveren. In 2003 volgde de eerste grootschalige, en tevens eigen
productie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? Daarnaast vond
V&V-Entertainment een niche in de markt met swing-musicals gericht op een
jong publiek, zoals Grease (2006), Fame (2008), Footloose (2009), Hairspray
(2009) en Legally Blonde (2010). V&V-Entertainment
wist geleidelijk uit te groeien tot de grootste musicalproducent van Nederland, na Joop
van den Ende Theaterproducties.
Joop van den Ende had de wens om eigen producties te maken
zeker niet opgegeven en in 1997 zag de grootschalige musical Joe, de musical het levenslicht.
De musical ging ten onder aan de grootsheid en de vele technische
hoogstandjes. In 2001 volgde de kleinschalige productie Rex. Net als Cyrano
waren deze musicals geschreven en gecomponeerd door Ad en Koen van Dijk (geen
familie). Voor de volgende eigen productie kregen nieuwe creatieven een kans
met Paul Eenens (Dramaturg en later regie), André Breedland (script) en de
gebroeders Bolland (Liedteksten en muziek). Zij waren in 2003
verantwoordelijk voor De 3 Musketiers. In 2007 werd door het deels zelfde
creatieve team (Eenens en Breedland), aangevuld met Maurice Wijnen (scriptbewerker) en Henny Vrienten
(muziek), het oer-Hollandse Ciske de Rat ontwikkeld. Met Danny de Munk (de
Ciske uit de film uit de hitfilm uit 1984) in de rol van Cis de man werd de
musical was een
groot succes in de Nederlandse theaters. De musical zou met 698
voorstellingen in ruim 2 jaar de langstlopende oorspronkelijke Nederlandse
musical worden. Na het succes van Ciske de Rat werd hetzelfde creatieve team
ingezet om een musical te maken rond Chantal Janzen. Dit keer werd ook het
verhaal zelf bedacht en dat resulteerde in de musical Petticoat die in 2010 in
première
ging.
Evenals Joop van den Ende Theaterproducties zoekt ook V&V-Entertainment
een balans tussen het brengen van buitenlandse producties en nieuwe, zelf
ontwikkelde
musicals. De zelf ontwikkelde musicals betroffen veelal
musicals gebaseerd op Nederlandse TV-series, bekende persoonlijkheden of het
muziekrepetoir van een band, zoals Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen
meneer (2003), Als op het Leidseplein (2005), Ti-ta-tovenaar, de musical
(2005), Doe Maar (2007), Billie Holliday (2007), Sprookjesboom op Reis
(2008), Ja zuster, nee zuster (2009), Toon, de musical (2010), Daddy cool
(2011) en Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk en Bewonder (2011).
In het huidige musicalklimaat kent Nederland naast de twee grote
producenten Joop van den Ende Theaterproducties en V&V-Entertainment een
groot aantal kleinere musicalproducenten. Hierdoor kent Nederland een groot
en gevarieerd musicalaanbod.
De Musical
In 2011 werd in het M-Lab theater in Amsterdam het Festival 50 jaar
musical in Nederland georganiseerd. De programmering was verdeeld over de
vijf decennia musicalgeschiedenis. Per decennium werd een bijzondere,
kenmerkende productie uit die betreffende periode gebracht.
Jaren '60: Maria!, musicalnummers uit de jaren 50 en 60 in een nieuw script
Jaren '70: De Engel van Amsterdam, een van de eerste Nederlandse musicals,
gebaseerd op onze eigen cabarettraditie.
Jaren '80: Broadway in de polder, theaterconcert met werk van Jos Brink,
Frank Sanders en Henk Bokkinga
Jaren '90: Cyrano, de eerste doorgecomponeerde Nederlandse musical
Jaren '00: The Wild Party, internationaal zien we een nieuw musical
sub-genre ontstaan: de kleine, inhoudelijke productie
Daarnaast werd nog een voorstelling gewijd aan de liedjes van Annie
M.G.Schmidt en Harry Bannink.
Maria! is speciaal gemaakt voor het festival 50 jaar musical in Nederland om
de musicalklassiekers uit de jaren '60 te eren en daarnaast om het fenomeen
'jukebox musical' op te hak te nemen. Het resultaat: een
gelegenheidsvoorstelling vol meezingers met een knipoog. Daniel Cohen
schreef het script en verzorgde de regie. Voor de musical werden nummers uit
bestaande klassiekers als Sound of Music, West Side Story, Anatevka, Sweet
Charity en My Fair Lady geselecteerd. De nummers werden deels gebruikt in
hun originele vorm, maar soms ook verweven met andere musicalklassiekers,
zoals de nummers Maria uit West Side Story en
Sound of Music.
Ook werd van een aantal nummers de tekst aangepast om beter aan te sluiten
bij het verhaal. De rollen werden vertolkt door Carolina Mout, Bill van
Dijk, Brigitte Heitzer en Jamai Loman. Het geheel werd begeleid door het
eenmansorkest van Frans Heemskerk op de piano.
Het verhaal werd verteld en gespeeld door twee generaties. De oude
generatie fungeerde grotendeels als de vertellers van het verhaal. De jonge
generatie speelden de scènes waarover de oudere generatie spreekt. Carolina
Mout speelde de oude Maria die terugblikt op haar carrière en haar leven. Ze
krijgt een oeuvre award uitgereikt en denkt dat een boek over haar leven wordt
geschreven. De oudere dame is wat in de war, want ze denkt dat de Tony die
haar zogenaamd helpt met haar boek dezelfde Tony is aan wie ze haar hart is
verloren in haar jeugd. Bill van Dijk speelde de oude Tony die voorwendt een
boek over Maria te willen schrijven, maar eigenlijk, in opdracht van een
roddelkrant, probeert te achterhalen wat precies de reden is geweest
dat de musical West Side Story destijds is afgelast. Maria blikt terug op
haar leven. In deze herinneringen speelde Brigitte Heitzer de jonge Maria en
Jamai Loman haar jeugdliefde Tony. Daarnaast speelden de acteurs een
variéteit aan andere kleine rollen, waarbij een kleine verandering van jas,
hoed of bril duidelijk moest maken dat een andere personage werd gespeeld.
In de musical werden fictieve figuren en verhaallijnen verweven met
bestaande personages en werkelijk gebeurde situaties. Ook bevatte de musical
veel (al dan niet subtiele) verwijzingen naar (belangrijke) aspecten uit de
geschiedenis van de Nederlandse musical, zoals de hoofdrol voor Bill van
Dijk in Cyrano op Broadway, Johan Heesters als Kapitein von Trapp, de
Musical Awards en de publieke zoektochten naar nieuw talent. |