ACHTERGRONDEN

Coney Island

Coney Island is een schiereiland en was voorheen een eiland in het uiterste zuiden van Brooklyn, New York, in de Verenigde Staten.
 

Tussen 1880 en de tweede wereldoorlog was dit het grootste amusementgebied in de Verenigde Staten. In de periode 1897-1904 opende drie attractieparken de poorten, Steeplechase, Luna Park en Dreamland. Daarnaast stond Coney Island bekend om de in die tijd populaire freakshows. De belangrijkste weg op Coney Island was Surf Avenue


Tot 1920 werd Coney Island vooral bezocht door de rijken en de middenklasse. Zij konden zich de reis naar het schiereiland veroorloven en konden de hotels, badhuizen, restaurants en attracties betalen. Met het gereedkomen van de metrolijn naar Coney Island kwamen ook de arme inwoners van New York naar Coney Island. Het aantal bezoekers steeg enorm van 500.000 bezoekers op een mooi zonnige zondag tot 1.000.000 bezoekers. Daar kwam bij dat in 1923 het strand werd opengesteld voor het publiek (tot dat moment waren de stranden privebezit, afgezet met prikkeldraad). Verder werd Surf Avenue verbreed, waardoor 175 bedrijven weggevaagd werden. Midden jaren twintig begonnen de hoogtijdagen voor de rollercoasters met de Mile Sky Chaser (Luna), The Limit (Steeplechase), de Thunderbolt, de Prior, de Tornado en de wereldberoemde Cyclone. De wachtrijen voor de rollercoasters waren lang en met een prijs van 25 dollarcent per trip waren ze zeer lucratief.

 

Meesurfend op het succes van de rollercoasters ontstonden kinderparken, rondvaarten, botsauto's en reuzenraden. Met de depressie van de jaren dertig liepen de bezoekersaantallen terug en raakte Coney Island in verval.

 

De musical

Andrew Lloyd WebberOngeveer in 1990 dacht Andrew Lloyd Webber voor het eerst aan een vervolg op de succesmusical The Phantom of the Opera. Hij had direct het idee om het verhaal in New York te plaatsen in de periode rond de eeuwwisseling van de negetiende naar de twintigste eeuw. Hij werd in dit idee bevestigd door een gesprek met Maria Björnson, de vormgever van The Phantom of the Opera.

 

Het eerste idee was om de Phantom ditmaal bovengronds te laten leven, sterker nog hoog boven de grond, in het eerste penthouse van Manhattan. Hij liet dit idee deels los na het zien van een documantaire over Coney Island. Webber realiseerde zich dat dit de plaats was waar de man met het misvormde gezicht gemakkelijk kan opgaan in de massa en deel uit kon maken van de gemeenschap.

 

Webber had ook al een paar ideeen voor het plot. Christine zou met haar zoon naar Amerika komen en hij had een idee hoe het stuk moest eindigen. Webber werkte samen met Fredrick Forsyth aan het verhaal, maar het verhaal dat Forsyth voor ogen had zou volgens Webber te moeilijk zijn om in het theater te realiseren. Ook had hij moeite om het plot om te zetten in een goede muziek. Webber stopte de samenwerking, desondanks heeft Forsyth zijn eerste uitgewerkte script gepubliceerd in boekvorm met als titel The Phantom of Manhattan. 
 

Webber had inmiddels andere projecten die om zijn aandacht vroegen, maar kon het project niet helemaal los laten. Toch duurde het tot 2006 voor hij zich weer serieus met het vervolg op de Phantom zou bezighouden. Hij werkte met een aantal schrijvers en regisseurs, maar bleef tegen dezelfde problemen aan lopen. Dat veranderde nadat hij met Ben Elton zijn problemen besprak.

 

Elton gaf aan dat in het originele idee voor een nieuw plot verschillende nieuwe personages voorkwamen, terwijl het vervolg juist zou moeten gaan over de belangrijke personages uit de voorgaande productie. Zo werden de meeste nieuwe personages geschrapt en bleef alleen de rol van Gustav over als nieuw personage. Begin 2007 had Ben Elton een verhaal bedacht waar Webber mee uit de voeten kon. Hoewel Webber zich realiseerde dat in deze productie af en toe iets zou moeten terugkomen van de originele productie besloot hij dat de voornaamste muziek uit de Phantom niet zouden worden gebruikt in de nieuwe productie. Hij maakte hierop slechts één uitzondering.

 

Dat wilde overigens niet zeggen dat hij voor de nieuwe productie alleen nieuwe muziek componeerde. Het nummer 'Love never Dies' verscheen al eerder op een verzamel-cd onder de titel 'The heart is slow to learn', gezongen door Kiri Kanawa. Hoewel hij het nummer wel had gecomponeerd met in gedachten het vervolg op de Phantom gebruikte hij de muziek in een andere musical, The Beautiful Game. In deze musical was de muziek echter niet op zijn plaats en werd later vervangen door het nummer 'The boys in the photograph'.    
 

Verder is alle muziek gecomponeerd in de periode 2007-2009. Het vervolg liep onverwachte vertraging op door de kat van Webber. Het beestje, Otto genaamd, was op de digitale piano geklommen en had het hierbij voor alkaar gekregen de volledige muziek die Webber tot dan toe had gecomponeerd te wissen.

 

Eind 2007 werd het creatieve team uitgebreid met Jack O'Brien (regie), Glenn Slater (liedteksten) en Bob Crowley (decor/kostuums).

 

De originele titel van het vervolg was Phantom: Once Upon Another Time, later gewijzigd in 'Love Never Dies'. In juli 2008 werd de eerste acte opgevoerd op het jaarlijkse Sydmonton Festival van Andrew Lloyd Webber. De rol van Phantom werd gespeeld door Ramin Karimloo. Nadat de eerste acte voldoende tevreden stemde werd verder gewerkt aan de tweede acte. In een workshop-cyclus eind 2008 werd de tweede acte verder uitgewerkt. Het verloop van de workshops was dermate succesvol dat in december 2008 definitief werd besloten de musical te gaan produceren. Het idee was zelfs om in de herfst van 2009 drie producties in première te laten gaan in zowel Londen, Amerika als het verre oosten (Shanghai). Londen en New York zouden gelijktijdig in première gaan en Shanghai enkele maanden later. Het idee om gelijktijdig in Londen en New York te openen werd snel verlaten. De volgende planning was wereldpremière in Londen, een paar maanden later openen in Toronto en daarna naar Shanghai. Alle drie de casts zouden vanaf augustus 2009 in Londen repeteren.  

 

Op dat moment werd ook gewerkt aan het concept-album met een 80-90 koppig orkest. John Barrowman zong de rol van de Raoul. Nadat het album gereed was en Andrew Lloyd Webber er nog eens naar luisterde besloot hij dat de orkestraties van de tweede acte niet goed waren. Hij besloot nieuwe orkestraties te maken en opnieuw op te nemen. Tegelijk werden de partijen van John Barrowman vervangen door Joseph Millson. Uiteindelijk was het album pas in september 2009 gereed. Als gevolg van de nieuwe orkestraties liep het ontwikkelingsproces een paar maanden vertraging op en werd de première uitgesteld naar het voorjaar van 2010. Ook problemen met de levengrote automaton van Christine leverde technische problemen op die de vertraging mede veroorzaakten. 

 

In de zomer van 2009 werden de belangrijkste leden van de cast bekend gemaakt:

  • Phantom: Ramin Karimloo
  • Christine: Sierra Bogges

Beiden hebben hun respectievelijke rollen ook in Phantom of the Opera gespeeld. Andere belangrijke rollen werden als volgt ingevuld

  • Meg Giry: Summer Strallen
  • Madame Giry: Liz Robertson
  • Raoul: Joseph Millon
  • Fleck: Niamh Perry

Na alle speculaties in de pers werd op 8 oktober 2009 de musical officieel gepresenteerd op een persconferentie in het Her Majesty's Theatre (waar de originele productie The Phantom of the Opera staat). In deze bijeenkomst maakte Webber de planning bekend:

  • 20 februari 2010: start try-outs in Londen
  • 9 maart 2010: wereldpremière in Londen
  • 11 november 2010: première in New York
  • 2011: première in Australië

trailer Londense productie Love Never Dies

 

Het plot van de musical was het best bewaarde geheim tot de start van de try-outs. De repetities begonnen op 4 januari 2010. Als gevolg van technische problemen werd de eerste try-out twee dagen uitgesteld naar 22 februari. Sierra Bogges moest de eerste try-out aan zich voorbij laten gaan door ziekte. In haar plaats ging understudy Claire Moore op als Christine. De wereldpremière was op 9 maart 2010 in het Adelphi Theatre in het Londense West End. De musical werd door de rescencenten en Phantom-fans gemengd ontvangen.
 

De broadway-première, die gepland was voor 11 november 2010 werd in april 2010 uitgesteld tot het voorjaar van 2011. Reden hiervoor waren de post operatieve complicaties na behandeling voor prostaatkanker waardoor Andrew Lloyd Webber niet mocht vliegen. Hierdoor zou hij niet aanwezig kunnen zijn bij de belangrijke audities en het productieproces. De verwachting was dat de show voor de Broadway-première enkele veranderingen zal ondergaan. Ook het voorjaar van 2011 werd niet gehaald. De show op West End had ondertussen wel enkele wijzigingen ondergaan. In november 2010 werd de show zelfs enkele dagen gesloten om de wijzigingen door te voeren. Bill Kenwright en Charles Hart waren verantwoordelijk voor de wijzigingen. Daarvoor waren ook al enkele kleinere wijzgingen doorgevoerd. De belangrijkste wijzigingen waren:

  • De openingscène met Madame Giry die terugkijkt op alle gebeurtenissen is geschrapt. De show opende na de wijzigingen met de Phantom in zijn aerie met het nummer 'Till I hear you sing'
  • daarna volgt de 'Coney Island waltz'. Dit nummer is voorzien van tekst.
  • Christine is naar New York gekomen om voor Oscar Hammerstein te zingen in zijn nieuwe Opera House, in plaats van dat ze een uitnodiging van een onbekende heeft aangenomen. Ze wordt echter opgehaald door de medewerkers van Phantasma die zich voordoen als medewerkers van Mr. H en belandt zo op Coney Island.
  • De Phantom is meer dreigend en dreigt Gustave iets aan te doen als zij niet zijn muziek zal zingen. Christine ziet zich gedwongen mee te werken
  • Als Christine aan het einde van de eerste acte heeft toegegeven dat Gustave de zoon van de Phantom is eist hij dat ze belooft dit nooit aan hem te vertellen.
  • Het nummer 'Heaven by the Sea' is geschrapt.
  • Raoul verlaat Coney Island niet als hij de weddenschap met de Phantom heeft verloren. In de eindscène keert hij terug aan de hand van Gustav en houdt het lichaam van de doodgeschoten Christine vast (in plaats van Meg).
  • De Phantom houdt het masker op in de eindscène.

De eerste productie buiten Londen ging uiteindelijk op 28 mei 2011 in Melbourne in première. Voor deze productie was een nieuwe creatief team samengesteld met Simon Phillips (regie), Gabriela Tylesova(kostuum en decorontwerp) en Tim McFarlane (productie).

Een deel van de door het nieuwe team aangebrachte wijzigingen waren voor de première in Melbourne al in de Londense productie doorgevoerd.

 

Hoewel Love Never Dies het vervolg is van de Phantom of the Opera kloppen een aantal details niet. Love Never Dies zou zich tien jaar na de gebeurtenissen in de Opera van Parijs afspelen. Op basis van de originele cast-cd van de Phantom of the Opera speelt de proloog (de veiling) zich af in 1905 en is Raoul een oude en fragiele man. Het verhaal van de Panthom zelf zou zich dus afspelen in 1861. Love Neder Dies speelt zich af in 1917.

 
Prijzen      
award jaar categorie genomineerd/winnaar
Laurence Olivier Awards 2011 musical genomineerd
Laurence Olivier Awards 2011 vrouwelijk hoofdrol (Sierra Bogges) genomineerd
Laurence Olivier Awards 2011 mannelijke hoofdrol (Ramin Karimloo) genomineerd
Laurence Olivier Awards 2011 bijrol (Summer Strallen) genomineerd
Laurence Olivier Awards 2011 lichtontwerp (Paule Constable) genomineerd
Laurence Olivier Awards 2011 decorontwerp (Bob Crowley) genomineerd
Laurence Olivier Awards 2011 kostuumontwerp (Bob Crowley) genomineerd
What's OnStage theatregoers awards 2011 musical genomineerd
What's OnStage theatregoers awards 2011 vrouwelijk hoofdrol (Sierra Bogges) genomineerd
What's OnStage theatregoers awards 2011 mannelijke hoofdrol (Ramin Karimloo) winnaar
What's OnStage theatregoers awards 2011 bijrol (Summer Strallen) genomineerd
What's OnStage theatregoers awards 2011 bijrol (Joseph Millson winnaar
What's OnStage theatregoers awards 2011 lichtontwerp (Paule Constable genomineerd

 

CD / DVD        
Originele Londense Cast 2 CD Engels 2010
Originele Londense Cast 2 CD+DVD Engels 2010