| Hergé en Kuifje George Remi werd op 22 mei 1907 geboren in Etterbeek (België). Toen hij op veertienjarige leeftijd lid werd van de scouting kreeg hij de kans zijn tekeningen te publiceren in het blad van de scouting. Een paar jaar later nam hij een speudoniem aan, Hergé. Het is de fonetische weergave van zijn (omgekeerdde) initialen. Zijn eerste strip, genaamd Totor, werd in 1926 gepubliceerd in 'Le Boy-Scout'. Op dat moment werkte hij al bij de Brusselse krant 'Le vingtieme siecle' bij de abonnementendienst. Na het vervullen van zijn militaire dienstplicht ging hij bij dezelfde krant aan de slag als verslaggever, fotograaf en tekenaar. Als snel werd zijn talent herkent en werd hij verantwoordelijk voor de jeugdbijlage van de krant, 'Le Petit Vingtieme'. Het was in deze bijlage dat op 10 januari 1929 de eerste aflevering van Kuifje werd gepubliceerd, Kuifje in het land van de Sovjets. De strip was een groot succes en al snel kwam er een vervolg. Hergé wilde Kuifje naar Amerika laten vertrekken, maar zijn baas bij de krant vond Kongo (toen nog een kolonie van België) een betere bestemming. Zo begon Kuifje aan zijn eerste reis naar het Afrikaanse continent. Na Kongo volgden Amerika, Egypte en India. Na India was het plan om Kuifje naar China te laten reizen.
![]() Tot dat moment verdiepte Hergé zich niet erg in de culturen waar hij Kuifje heen liet reizen. Dit resulteerde in zelf gefantaseerde gebouwen, straten, auto' s en dergelijke, maar ook in een stereotype benadering van de culturen en volken die Kuifje op zijn reizen tegenkwam. Het verhaal 'De blauwe lotus' dat zich in China afspeelt bracht hier verandering in. Een Chinese student wilde niet dat de Chinezen in het nieuw album stereotyp zouden worden afgeschilderd en bood Hergé aan hem China te laten zien. Hoewel hij de reis vanwage de naderende tweede wereldoorlog niet heeft gemaakt, zou de ontmoeting met de chinese student een omslag betekenen in de manier van werken van Hergé. De opbouw en de uitbeelding van de verhalen veranderden. Een goed scenario en uitgebreide research vormden de basis van de nieuwe verhalen. Ook ontwikkelde Hergé een eigen techniek van tekenen, de klare lijn. De elementen in de tekening werden duidelijk omlijnd door zwarte lijnen en er was nauwelijks sprake van schaduw of kleurverloop. Het resulteerde in heldere, duidelijke afbeeldingen. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog vluchtte Hergé eerst naar Frankrijk, maar keerde later terug naar Brussel. Omdat 'Le Petit Vingtieme' stopte, ging Hergé werken bij de krant 'Le Soir'. Ondetussen introduceerde hij nieuwe karakters in de strip, zoals kapitein Haddock en professor Zonnebloem. Ook ontmoette hij in deze periode Jacques van Melkebeke en Edgar Pierre Jacobs die bijdragen leverden aan de verhalen en hem stimuleerden nog meer vooronderzoek te doen voor zijn verhalen. Omdat Hergé in de oorlog voor een door de Duitsers gecontroleerde krant werkte en door zijn vermeende antisemtische publicaties ( Het verhaal 'De geheimzinnige ster' dat in de oorlogsjaren werd uitgebracht gaat over een verenigd Europa dat het op neemt tegen een Amerikaanse expeditie, geleid door een Joodse bankier) werd hij, net als andere medewerkers van Le Soir voor het gerecht gedaagd. Hergé werd zelfs vier keer voor het gerecht gedaagd, maar nooit veroordeeld. Desondanks kreeg hij na de oorlog een publicatieverbod opgelegd. Hergé heeftnooit begrepen waarom. In zijn opinie had hij nooit politiek bedreven en alleen neutrale verhalen gepubliceerd. Hij mocht wel zijn oude werk bewerken tot kleurenalbums, maar mocht geen nieuwe verhalen meer publiceren. Zo werden vele zwart-wit albums hertekend, teruggebracht tot 62 pagina' s en ingekleurd. Bij het bewerken van de oude verhalen probeerde Hergé fouten en stereotypen te verbeteren. Hergé maakt met behulp van een verzetsheld echter al snel een comeback. In een eigen blad, Tintin, publiceerde hij het vervolg op zijn tot dan toe laatste verhaal, de zeven kristallen bollen uit 1944. Met De Zonnetempel vervolgde Hergé de verhaallijn die in 1944 was gestopt. De verantwoordelijkheid voor een eigen blad en de uitgebreide resaerch voor de scenario´s rustten zwaar op de schouders van Hergé en meermalen moest de publicatie van een verhaal worden onderbroken. De albums Raket naar de maan en Mannen op de maan vergden bijvoorbeeld een uitgebreide research. Het maken van de twee albums nam 6 jaar in beslag. De rood/wit geblokte raket was gebaseerd op de V-2.
Om Hergé te ontlasten werde de Hergé Studio opgericht. De werkwijze was als volgt: Hergé schreef de scenario's en tekende de figuren. De medewerkers in de studio tekenden de achtergronden en kleurden alles in. Prive maakte Hergé een moeilijke tijd door. Hij scheidde van zijn vrouw. Hoewel hij het advies kreeg het rustig aan te doen en zelfs te stoppen met werken kroop hij toch achter de tekentafel. Het resultaat was zijn favoriete Kuifje-album, 'Kuifje in Tibet' (1958). Na deze periode werkte Hergé steeds minder. In de jaren 60 verschenen twee Kuifje-albums. Het leek erop dat dit het einde was van de reeks avonturen van Kuifje, maar in 1975 verscheen nog het album 'Kuifje en de picaro' s'. Dit zou het laatste Kuifje-album zijn. Hergé werkte nog aan een nieuw album, maar kon het niet meer afronden. Op 3 maart 1983 overleed hij aan leukemie. Andere strips die Hergé maakte zijn Jo, Suus en Jokko en Quick & Flupke.
Kuifje, de personages
Naast Kuifje en Bobbie zijn in de loop der jaren nog een aantal andere personages op het toneel verschenen die van blijvende waarden zijn gebleken.
De 7 kristallen bollen (1944) en De Zonnetempel (1946) De inspiratie voor de avonturen van Kuifje in Peru was het boek 'Perou et Bolivie' van Charles Wiener. Het boek beschrijft een expeditie naar Peru en Bolivia. De ruim 1.100 afbeeldingen in het boek waren een belangrijke bron van informatie.![]() De 7 kristallen bollen (Les Sept Boules de cristal) beschrijft het Europese deel van het avontuur. Na hun terugkeer van een expeditie in het Andesgebergte vallen de deelnemende geleerden één voor één in een diepe slaap. Een oorzaak is niet te vinden, maar naast de slachtoffers vindt men telkens kristallen scherven. De laatst overgebleven geleerde is een vriend van Professor Zonnebloem. Terwijl die samen met Kuifje en Kapitein Haddock op bezoek is, valt ook deze geleerde ten prooi aan de geheimzinnige slaapziekte. Dan is Zonnebloem plotseling spoorloos verdwenen... Door een publicatieverbod na de tweede wereldoorlog duurde het tot 1946 voor het mysterie zou worden opgelost.
Na veel moeite komen zij allen in een tempel van de Inca' s, die hen onmiddellijk gevangen nemen; echter de Inca' s zien het amulet dat zij bij zich dragen, en zij worden gespaard van directe dood. Zij mogen zelf hun tijdstip kiezen waarop zij sterven, waarvan Kuifje zeer handig gebruik maakt. Hij kiest een zonsverduistering als tijdstip van hun verbranding, een fenomeen wat de Inca' s heilig ontzag inboezemt. Zij denken dat Kuifje de zon kan commanderen en worden onmiddellijk vrijgesteld. Zij krijgen zelf vele schatten en goud mee, en de geleerden worden meteen uit hun trance gehaald. Veel van bovenstaande informatie is afkomstig van het websites van het Hergé Genootschap en www.kuifje.com. De musial op 13 oktober 1999 kondigde de Belgische theaterproducent Tabas&co een nieuwe originele musicalproductie aan. Na de relatief kleine musicalproducties ' Pipi Langkous' en ' Suske en Wiske' hadden ze met Moulinsart een overeenkomst bereikt om een stuk Belgisch cultureel erfgoed te mogen bewerken tot een grootschalige musical. De nieuwe musicalproductie kreeg de naam Kuifje en de Zonnetempel. Om de stripheld naar het theater te brengen werd een creatief team samengesteld rond regiseur Frank van de Leacke, zelf een groot Kuifje-liefhebber. Hij kreeg de vrijheid om zelf een creatief team samen te stellen. Het creatief team dat hij samenstelde bestond uit o.a. Dirk Brossé (muziek), Seth Gaaikema (tekst), Martin Michel (choreografie) en Paul Gallis (decor).
![]() Omdat Hergé zijn werk goed heeft beschermd kon voor de musical geen nieuw avontuur worden verzonnen. Voor het verhaal van de musical moest dus gebruik gemaakt worden van de bestaande verhalen. Tabas&co wilde eerst 'Het geheim van de Eenhoorn' en 'De schat van SCharlaken Rackam' bewerken, maar Frank van de Laecke wist de producenten te overtuigen van de mogelijkheden van het dubbelalbum 'De Zeven Kristallen Bollen' en 'De Zonnetempel'.
De musical volgde het verhaal van de twee strips. De eerste acte stopte bij het eind van 'De zeven kristallen bollen' en de tweede acte begon bij 'De zonnetempel'. Wel waren enkele aanpassingen nodig. Om het verhaal meer vaart te geven werden veel scênes en dialogen uit de strips worden geschrapt. Ook werd de rol van Bianca Castafiore voor de muscial groter dan deze in de strips was en werd ook de plot iets aangepast. In Peru, waar Kuifje het jongetje Zorrino ontmoet, vouwt hij voor hem een bootje uit papier. Later, als Haddock en Kuifje de Inca tempel binnendringen en gevangen worden, zal dit bootje de sleutel bieden tot hun ontsnapping. Het decor van Paul Gallis was een waar huzarenstukje met 68 decorwissels in 2,5 uur. Hoogtepunten waren de Inca-tempel , een echte waterval (32.000 liter water), een reusachtige condor die komt overvliegen en een rond draaiend rad met zeven (kristallen) bollen met acteurs er in. Om alle decorwisselingen mogelijk te maken werd gewerkt met diafragma' s. Hierbij werd het toneel met behulp van doeken en belichting voor een groot deel aan het zicht onttrokken en was alleen een klein vierkant zchtbaar waar de scène zich afspeelde. Behalve dat de decorwisselingen hierdoor aan het zicht werden onttrokken werd ook de illusie stripverhaal gewekt. Een van de hoogtepunten van de belichting was de zonsverduistering.
In februari 2000 begonnen de audities en in mei waren de belangrijkste rollen ingevuld: - Kuifje: Tom van Landuyt - Kapitein Haddock: Henk Poort - Bianca Castafiori: Jacqueline Van Quaille - Janssen & Jansen Chris Van den Durpel en Guido Naessens- Professor Zonnebloem - Frans Van den Aa Op 15 september 2001 ging de musical in Antwerpen in première en oogste veel lof van zowel critici als publiek. De oorspronkelijke einddatum was gepland op 9 december 2001, maar de looptijd van de musical in Antwerpen werd enkele malen wegens groot succes verlengd en trok uitendelijk meer dan 150.000 bezoekers. Om de musical op de planken te krijgen waren achter de schermen zo' n 230 medewerkers actief, waarvan 31 alleen al voor de techniek. Omdat Henk Poort tijdens de speelperiode nog andere verplichtingen had in Nederland werd Johan Verminnen gecast als alternate voor de rol van kapitein Haddock. Na twee voorstellingen bleek hij niet de juiste persoon voor de rol en werd hij ontslagen. Zijn plaats werd overgenomen door Marijn de Valk en later door Rob van der Meule. De show werd opgenomen voor televisie en eenmalig uitgezonden op Canal+. Van de opnames is nooit een DVD uitgebracht.
Na Antwerpen verhuisde de show in 2002 naar Charlois waar het onder de naam Tintin -Le Temple Du Soleil in het frans werd gespeeld, als voorbereiding op een speelperiode in Parijs. De vertaling naar het Frans werd gedaan door Didier van Cauwelaert. De rol van Kuifje (Tintin) werd gespeeld door Vincent Heden en Kapitein Haddock door Frayne McCarthy. Jacqueline Van Quaille speelde ook in de Franstalige productie de rol van Bianca Castafiori.
Dit was niet het einde van Kuifje, de musical. De nieuwe musicalproducent Musical Dreams pakte de draad op, en in 2007 ging de musical na vijf jaar dan eindelijk de grens over, naar Rotterdam. Ter gelegenheid van het Hergé jaar ging de musical op 22 mei 2007, de honderdste geboortedag van Hergé, in het Nieuwe Luxor Theater in première. Het creatieve team was hetzelfde als in 2001, de cast werd echter voor het grootste deel opnieuw ingevuld. De rol van Kuifje werd ditmaal vertolkt door Jelle Cleymans. Henk Poort nam wederom de rol van Kapitein Haddock op zich en Miranda van Kralingen kroop in de huid van de diva Bianca Castafiore. Na Rotterdam verhuisde de musical naar Oostende. Hierbij werd de cast ook deels gewijzigd. Na de succesvolle speelperiode in Oostende werd besloten de productie nog een keer in Antwerpen op de planken te brengen waar de musical op 18 oktober 2007 van start ging. Ten opzichte van de originele productie werden enkele wijzigingen doorgevoerd. Het rad met de zeven kristallen bollen bleef in het magazijn achter. De constructie voor het rad paste niet in de theaters in Rotterdam en Oostende. Ook werd meer gewerkt met projecties. De legendarische waterval werd in de versie van 2007 niet meer gecreëerd met echt water, maar met een projectie en rook. Om de vaart in het verhaal te houden werd een deel van de reis in Peru door middel van een tekenfilm geprojecteerd. Verder sneuvelde de Professorenwals die oorspronkelijk was bedoeld om de tijd voor een decorwisseling op te vullen. Jansen en Janssen en Kuifje kregen daarentegen weer een extra nummer. |
| Prijzen | |||
| Award | jaar | categorie | genomineerd/winnaar |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | musical | genomineerd |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | regie (Frank Van Laecke) | winnaar |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | mannelijke hoofdrol (Jelle Cleymans) | winnaar |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | vrouwelijke hoofdrol (Miranda van Kralingen) | genomineerd |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | mannelijke bijrol (Steve de Schepper) | genomineerd |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | aanstormend talent (Jelle Cleymans) | genomineerd |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | ensemble | genomineerd |
| Vlaamse Musical Prijs | 2007 | creatieve prestatie (Paul Gallis) | genomineerd |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2008 | vrouwelijke hoofdrol (Miranda van Kralingen) | genomineerd |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2008 | liedteksten (Seth Gaaikema) | genomineerd |
| John Kraaijkamp Musical Award | 2008 | compositie / arrangementen (Dirk Brosse) | genomineerd |
| CD | ||||
Castalbums | ||||
![]() | Originele Vlaamse cast | 1CD | Nederlands | 2001 |
![]() | Originele Charlois cast | 1CD | Frans | 2002 |
![]() | Originele Parijse cast | 1CD | Frans | 2003
|
![]() | Originele Vlaams/Nederlandse cast | 1CD | Nederlands | 2007 |
Overigen | ||||
![]() | Studio cast | 1CD | Nederlands | 2001 |