VERHAAL
Proloog
| |
Jezus brengt de boodschap van het geloof: Onze vader die in de hemel zijt Uw naam worden geheiligd Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiedde, Gelijk in de hemel, Als ook op aarde…. Een voor een kiest hij zijn apostelen uit.
| |
| Eerste Acte
|
Jezus is na drie jaar op het hoogtepunt van zijn roem en invloed. Hij is uitgegroeid tot een Messias met een grote groep luidruchtige volgelingen. Dit tot grote zorg van één van zijn apostelen, Judas Iskariot. Judas is bang dat de boodschap door de massa wordt verdraaid en dat Jezus wordt gebruikt als boegbeeld voor de dreigende opstand tegen de bezetters van Israël, de Romeinen. Judas is zich pijnlijk bewust van de dodelijke gevolgen van een dergelijke opstand. De waarschuwingen van Judas worden echter genegeerd door Jezus en de anderen.
(HEMEL IN HUN HOOFD)
| |
De dreigende opstand heeft onder de apostelen en de volgelingen voor veel opwinding gezorgd. Vol ongeduld willen ze van Jezus weten wat de plannen voor de toekomst zijn. Tot ongenoegen van Jezus wordt de toon steeds gewelddadiger als de apostelen vragen naar de triomfantelijke intocht in Jeruzalem. Jezus raakt gefrustreerd van het constante gevraag van de apostelen en de hang naar geweld.
(KOM OP NOU!)
Hij zoekt steun bij Maria Magdalena die hem probeert te kalmeren. Judas spreekt zijn weerzin uit dat Jezus zich inlaat met 'een vrouw zoals zij '. Hij vindt dat Jezus aan zijn reputatie moet denken en zich vlekkeloos moet gedragen. Jezus neemt het op voor Maria. Hij zegt tegen Judas dat hij die zonder zonde is de eerste steen moet werpen.
(ONVERSTANDIG, HOOGST MERKWAARDIG)
Maria komt tussen beide en probeert Jezus te kalmeren. Ze koelt zijn voorhoofd met mirre en balsem. Ook dit weer tot ongenoegen van Judas die vindt dat het geld voor deze dure producten beter aan de armen besteed zou zijn geweest.
(ALLES IS NU VEILIG)
| |
| Ondertussen heeft de hogepriester van de Farizeeërs, Kaiaphas, een overleg met de raad. Een van de leden van de raad is de jonge priester Annas. Ze maken zich zorgen over de groeiende populariteit van Jezus en zijn bang dat volgelingen de toorn van de Romeinen zal opwekken. De raad besluit dat drastische maatregelen noodzakelijk zijn, Jezus moet dood.
(DIE JEZUS MOET DOOD)
|
Jezus en zijn volgelingen maken ondertussen een triomfantelijke intocht in Jerusalem.
(HOSANNA)
Al snel blijkt dat zijn volgelingen een heel eigen idee hebben over de boodschap van Jezus. De jonge apostel Simon Zealotes probeert Jezus te overtuigen om de opstand tegen de Romeinen te leiden en weet hierbij de volgelingen te bewegen tot een aan waanzin grenzende aanbidding van Jezus.
(SIMON DE FANATICUS)
Gefrustreerd en verdrietig zegt Jezus tegen Simon en de volgelingen dat ze de ware betekenis van zijn boodschap niet hebben begrepen. Als de volgelingen zich terugtrekken vertelt Jezus dat er nog moeilijke tijden gaan komen.
(ARM JERUZALEM)
| |
De Romeinse Gouverneur van de streek Judea, Pontius Pilatus, wordt geteisterd door een terugkerende droom. Hij droomt over een man in een kamer vol van woede en van haat. De man wordt gegrepen door de menigte. Aan het eind van de droom ziet hij zichzelf echter de dupe worden van de veroordeling van de man.
(PILATUS DROOMT)
| |
| Jezus komt aan bij de tempel in Jeruzalem. Tot zijn grote woede wordt deze heilige plek bevolkt door handelaars en geldwisselaars die zijn boodschap in de uitverkoop hebben gegooid. Hij drijft iedereen de tempel uit. De vermoeide Jezus wil alleen zijn, maar al snel wordt hij omringd door een menigte zieken en bedelaars die om vergeving van hun zonden vragen en genezing smeken. De groept groeit en ze verstikken Jezus bijna.
(DE TEMPEL)
Maria kalmeert Jezus. De vermoeide Jezus valt in slaap terwijl Maria over hem waakt. Maria denkt ondertussen na over de verwarrende gevoelens die ze voor Jezus voelt.
(ALLES IS NU VEILIG, REPRISE / HOE MOET IK VAN HEM HOUDEN)
|
Ondertussen is Judas er van overtuigd dat de volgelingen uiteindelijk de toorn van de Romeinen zal wekken met alle gevolgen van dien. De enige manier die Judas ziet om problemen te voorkomen is om Jezus aan de Romeinen over te dragen. Hij wendt zich tot de hoge priesters van de raad. Deze grijpen hun kans en proberen Judas over te halen om hen te vertellen waar ze Jezus kunnen vinden, in ruil voor 30 zilverlingen. Judas voelt dat hij vervloekt is als hij Jezus verraadt, maar ook als hij dat niet doet. Het vertelt de raad dat ze Jezus donderdagnacht kunnen vinden in de tuinen van Gethsemane.
(HEL VOOR ALTIJD / BLOEDGELD)
| |
Tweede Acte
| |
Jezus is met de apostelen bijeen n de tuinen van Gethsemane. Jezus kondigt aan dat zijn einde nabij is. Hij deelt zijn lichaam en bloed met de apostelen in de vorm van brood en wijn. Hij vraagt hen om hem te blijven gedenken. De apostelen beseffen echter niet wat Jezus hen probeert te vertellen. De sfeer slaat snel om als Jezus voorspelt dat Peter hem drie keer zal verloochenen en dat Judas hem zal verraden. Judas haalt uit naar Jezus. Hij zegt dat Jezus alles over zichzelf heeft afgeroepen door zijn ambitie en de uit de hand gelopen adoratie van zijn persoon. De ontzette Jezus stuurt Judas weg.
(HET LAATSTE AVONDMAAL)
| |
In de tuin van Gethsemane zijn de overgebleven apostelen in slaap gevallen en Jezus is alleen. Hij bidt tot zijn vader. Hij is onzeker over het aanvaarden van zijn lot en bang voor zijn dood. Hij vraagt God hem te tonen dat zijn dood niet zinloos zal zijn.
(GETHSEMANE)
| |
Judas komt terug met de farizeeërs en verraadt Jezus met een kus. Jezus wordt weggevoerd voor ondervraging door Kaiaphas en de raad. De achterbeleven apostelen zeggen dat ze voor Jezus zullen vechten. Als Kaiaphas aan Jezus vraagt of hij de zoon van God is antwoord Jezus dat hij is wat anderen zeggen dat hij is. Overtuigd dat dit voldoende is voor vervolging draagt hij Jezus over aan de Romeinen, aan Pontius Pilatus.
(DE ARRESTATIE)
De volgelingen van Jezus worden ondertussen opgejaagd. Als Petrus wordt herkent als volgeling van Jezus ontkent hij tot drie keer toe dat hij Jezus kent.
(DE VERLOOCHENING VAN PETRUS)
De toekijkende Maria is geschokt en vraagt zich af hoe Jezus dat had kunnen voorspellen. Petrus verliest al zijn hoop op een goede afloop.
(MAG HET EVEN OVER)
| |
| Jezus wordt naar Pilatus gebracht. Die vraagt hem of hij werkelijk de koning der Joden is. Jezus geeft geen antwoord. Met zijn droom in het achterhoofd probeert Pilatus onder de veroordeling van Jezus uit te komen door de uit Galilea afkomstige Jezus over te dragen aan de leider van die regio, Koning Herodus.
(PILATUS EN CHRISTUS)
De verwende, maar ook gevaarlijke Herodus is zeer geïnteresseerd in wonderen die Jezus zou hebben verricht. Hij zegt dat hij Jezus vrij laat als die ter plekke een paar wonderen laat zien. De zwijgende Jezus geeft geen reactie. Een woedende Herodus stuurt Jezus terug naar Pilatus.
(LIED VAN HERODUS)
|
Judas wordt gekweld door de consequenties van zijn beslissing. Hij wil de 30 zilverlingen, het bloedgeld, terugbrengen naar de hoge priesters maar die nemen het geld niet aan. Judas ziet geen uitweg meer. Vol met schuldgevoelens wijst hij God als schuldige aan voor zijn lot omdat die hem heeft hem uitgekozen voor de rol van verrader. Judas pleegt zelfmoord.
(DE DOOD VAN JUDAS)
| |
| Jezus is terug bij Pilatus en de rechtszaak begint. Pilatus is verbijsterd door de haat van de omstanders voor deze ogenschijnlijk onschuldige man. Ondanks zijn verzoek om een rechtmatige reden voor een veroordeling en smeekbedes aan Jezus om zichzelf te verdedigen krijgt hij van het publiek alleen de eis om Jezus te kruisigen en Jezus zelf hult zich in stilzwijgen. In een poging om Jezus emotioneel te breken confronteert hij hem met Maria. Jezus breekt niet en keert zijn gezicht naar God.
(HET VERHOOR DOOR PILATUS)
Om de hysterische menigte tegemoet te komen veroordeelt hij Jezus tot 39 zweepslagen. Maria kan het lijden niet aanzien en hoopt dat het een droom is, dat ze de tijd kan terugdraaien. De realiteit is echter anders. De menigte blijft de kruisiging van Jezus eisen en Pilatus bezwijkt onder de druk. Hij veroordeelt Jezus tot de dood.
(DE GESELING / MAG HET EVEN OVER 2)
|
Jezus wordt klaargemaakt voor de executie als de geest van Judas verschijnt. Hij vraagt waarom Jezus alles zo uit de hand heeft laten lopen.
(SUPERSTER)
Jezus wordt gekruisigd. Hij vergeeft zijn martelaars en verraders. Nog eenmaal voelt hij zich verlaten. Dan beseft hij dat zijn taak is volbracht. Hij legt zijn geest in de handen van zijn vader en sterft. Aan zijn zijde is alleen Maria overgebleven.
(DE KRUISIGING)
| |
Na zijn dood komen de volgelingen bijeen in rouw bij een monument van bloemen, waxinelichtjes en knuffels. Tot in de eeuwigheid, Amen!
(JOHANNES 19:41) |