|
|
Eerste Acte
Wildernis Alfred, een jonge wetenschapper, begeleidt de wereldberoemde professor Abronsius uit Königsbergt op diens expeditie naar Transsylvanië. Ze verdwalen in een ondergesneeuwde bergwereld.
(HE HO PROFESSOR)
|
|
Gelagzaal in Chagals herberg Dorpsbewoners zingen een loflied over knoflook. Alfred komt met een stijf bevroren professor Abronsius de gelagzaal binnen. Wanneer die weer bij bewustzijn komt valt de enorme hoeveelheid knofllook hem onmiddelijk op. Volgens hem kan dit enkel wijzen op de nabijheid van vampiers. De joodse waard Chagal beweert echter bij hoog en bij laag dat er geen kasteel in de omgeving is waar vampieren zouden kunnen wonen.
(KNOFLOOK)
| |
| Chagals herberg Chagal en zijn vrouw Rebecca zijn gezegend met een wondermooie dochter. Ze heet Sarah en doet niets leiever dan baden. De enige badkamer in huis bevindt zich tussen haar kamer en die van Alfred en de professor. Alfred ziet her per ongeuk in de badkuip zitten en wordt op slag verliefd op haar.
(EEN MOOIE DOCHTER)
| |
| Alfred en Sarah liggen
wakker en dagdromen van elkaar. Chagal sluipt naar Magda, de dienstmeid.
De professor probeert uit te zoeken waarom de vloerplanken kraken, maar
slaat zichzelf daarbij knock-out.
(EEN MEISJE DAT ZO LIEF GLIMLACHT)
| |
| Dan hoort Sarah de
stem van Graaf von Krolock. Hij heeft het over een andere wereld.
(WEES VOOBEREID (GOD IS DOOD))
| |
| Voor Chagals
herberg, de volgende ochtend Koukol, de gebochelde knecht van de graaf, komt kaarsen halen. Hoewel iedereen de waarheid probeert te verdoezelen voelt professor Abronsius overduidelijk de nabijheid van vampiers.
(ALLES IS DUIDELIJK)
| |
| In de badkamer Net wanneer Alfred een bad laat vollopen, duikt Sarah op. Alfred begint al te hopen, maar Sarah wil alleen maar een bad nemen.
(JE BENT ECHT HEEL LIEF)
Wanneer hij, terug in zijn kamer, de verleiding om door het sleutelgat te kijken niet langer kan weerstaan ziet hij Graaf von Krolock die zich over Sarah heen buigt. Alfred slaat Alarm. Abronsius, Chagal en Rebecca snellen toe. Sarah is niet gebeten, maar de verleiding is begonnen.
(UITNODIGING VOOR HET BAL)
| |
| Voor de herberg Koukol verstopt een pakketje dat bestemd is voor Sarah. Ze komt het huis uit om het op te halen. Voor ze het kan openmaken duikt Alfred op en verklaart haar zijn liefde. Ze vindt hem wel sympatiek, maar haar nieuwsgierigheid is groter.
(DAARBUITEN LIGT VRIJHEID)
Nadat ze Alfred heeft weggestuurd opent ze het pakket wn vindt daarin rode laarsjes. Ze trekt ze aan en droomt ervan om op het grote bal van graaf Von Krolock te dansen.
(DE RODE LAARSJES; DANS)
Daarna loopt ze het woud in. Chagal haast zich op weg om Sarah terug te halen.
(GEBED)
| |
|
Gelagzaal van de herberg Chagal wordt binnengedragen, schinbaar doodgevroren. De professor ziet echter onmiddellijk dat Chagal bijtwonden in zijn nek heeft. De dorpsbewoners vluchten weg.
(WOESCHA, BOESCHA (KNOFLLOK, REPRISE))
Om Chagals ziel te redden wil de professor zijn hart met een staak doorboren. Rebecca kan het niet aanzien en steekt daar een stokje voor.
In de nacht sluipt Magda naar de dode. Die wordt wakker en bijt haar in de hals. Daarna verstopt hij haar onder de lijkwade. Abronsius en Alfred komen naar beneden om alsnog een staak door het hart van Chagal te steken en ontdekken wat zich heeft afgespeeld. Ze nemen Chagal gevangen, maar laten hem weer vrij in de hoop dat hij hen naar het kasteel kan brengen.
(DOOD ZIJN IS GRAPPIG)
| |
| Voor het kasteel Ze komen aan bij het kasteel van Graaf van Krolock en doen zich voor als toeristen. Ze worden zeer hoffelijk begroet door Graaf von Krolock. Hij stelt hen zijn zoon Herbert voor en belooft Alfred hem onder zijn hoede te nemen.
(FINALE EERSTE ACTE)
| |
| Tweede Acte
Zaal met familieprotretten op het kasteel Sarah, alleen met een gemoedstoestand die slingert tussen angst en verlangen, wordt gadegeslagen door Graaf von Krolock. Krolock beheerst zich met moeite, aamr hij raakt haar niet aan. Pas op het bal de volgende avond kan haar initiatie beginnen.
(TOTALE DUISTERNIS)
| |
| Slaapkamer Alfred
en de professor Alfred en de professor liggen te slapen, maar Alfred wordt geplaagd door kwade dromen. Hij heeft een visioen waarin hij Sarah verliest aan de schepsels van de nacht.
(CARPE NOCTEM)
| |
|
Alfreds nachtmerrie verdwijnt wanneer hij wordt gewekt door Koukol. Zijn
hartstocht voor Sarah geeft hem vleugels. Ook de professor die goed is
uitgeslapen is klaar voor de strijd. Samen gaan ze op zoek naar de
grafkelder.
(EEN GOEDE DAG)
| |
| De grafkelder van
het kasteel Al snel vinden ze de grafkelder. Wanneer ze afdalen blijft de professor aan de trapleuning hangen. Nu rust alle verantwoordelijkheid op Alfreds schouders. Hij moet beide pronkkisten openen waarin Von Krolock en zijn zoon liggen en beiden een staak door het hart steken. Alfred kan het echter niet over zijn hart verkrijgen. Onverrichter zake keert hij terug en bevrijdt de professor uit zijn benarde positie. Nadat ze de crypte hebben verlaten gaat een vurenhouten kist open. Chagal en Magda kruipen er uit. Zelfs in de dood is Chagal zijn vrouw ontrouw. Koukol jaagt ze terug de kist in en sleept ze uit de grafkelder naar buiten.
(DE GRAFKELDER)
| |
| De bibliotheek van
het kasteel Na het verlaten van de grafkelder komen Alfred en de profesoor langs de bibliotheek. De professor gaat zo op in het bestudren van de boeken dat hij niet merkt hoe Alfred verdwijnt.
(BOEKEN)
| |
| Badkamer van het
kasteel Alfred vindt Sarah in een prachtige badkamer in het kasteel. Tevergeefs smeekt hij haar om samen met hem weg te vluchten. Sarah wil niet gered worden, ze wil naar het grote bal.
| |
| De bibliotheek van
het kasteel Terug in de bibliotheek merkt Alfred op dat die een merkwaardige verandering heeft ondergaan.
(BOEKEN, REPRISE / WANNEER JE VOL LIEFDE ZIT 1)
| |
| Spiegelbadkamer Alfred keert terug naar de badkamer, waar tot zijn grote verrassing Herbert, de zoon van de graaf, hem staat op te wachten. Herbert loopt naar Alfred toe. Die probeert hem te ontwijken. Door een blik in de spiegel slaat Alfred in paniek. Herbert heeft geen spiegebeeld!. Abronsius kan Alfred op het nippertje redden.
(WANNEER JE VOL LIEFDE ZIT 2)
| |
| Toren/Kerkhof bij
het kasteel Op de kantelen van het kasteel lopen Abronsius en Alfred de graaf tegen het lijf. Hij bedreigt hen en verdwijnt.
(HE HO PROFESSOR)
Ze zien hoe de wampiers uit de graven komen. Uit de leegte van het kerkhof gaan ze af op de glans van de balzaal.
(EEUWIGHEID)
Wanneer ze verdwenen zijn verschijnt Graaf von Krolock, die zich beklaagt over zijn lot.
(HET ONSTILBARE VERLANGEN)
| |
| Balzaal van het
kasteel Alfred en Abronsius slagen er in twee vampiers te overmeesteren en zich in hun kostuums onherkenbaar onder de gasten te mengen.
(EEUWIGHEID)
Graaf von Krolock stelt Sarah voor. Ook voor de vampiers heeft hij dit keer een bijzondere lekkernij, de twee onderzoekers die gevangen zitten in het kasteel. De graaf danst met Sarah en bijt haar in de vrijmoedig aangeboden hals.
(DANSZAAL)
Bij het volgende menuet slagen Alfred en Abronsius er in om met Sarah in contact te komen. Ze heeft welliswaar veel bloed verloren, maar leeft nog. De dansende vampieren anderen de spiegelwand en merken plots dat enkel Alfred, Abronsius en Sarah een spiegelbeeld hebben. De graaf beveelt de vampieren hen leeg te zuigen. Tenauwernood kunnen ze vluchten.
(MENUET)
| |
| Wildernis De drie zijn onder de helderen sterrenhemel kunnen ontkomen. De geliefden vallen elkaar inde armen, terwijl professor Abronsius zijn aantekeningenboekje bovenhaalt en zich toelegt op wetenschappelijke aantekeningen.
(DAARBUITEN LIGT VRIJHEID, REPRISE)
Hij merkt niet wat achter zijn rug gebeurt..
(NASPEL HIER EN NU)
(DE DANS DER VAMPIEREN) |