Frank Farian
De
musical is gebaseerd op muziek van Frank Farian. Na een carrière als kok wist Frank Farian
naam te maken in de muziekindustrie. Hij wilde graag een succesvol
solo-artiest worden, maar deze carrière kwam niet van de grond. Als
schrijver en producer had hij daarentegen meer succes. Het eerste
nummer waarmee hij succes boekte was 'Baby Do You Wanna Bump'. Hij
had het nummer geschreven onder het pseudoniem Bony M. en de teksten
zelf ingezongen. Het nummer werd een hit en Farian besloot een team
van dansers en zangers aan te trekken om het nummer bij TV-optredens
te kunnen promoten. Dit was het begin van het succes van de groep
Bony M.. In al de jaren van Bony M. zou Farian zelf de de mannelijke
zangpartijen inzingen op de platen. Alleen in de jaren 80 zou het
mannelijke lid van Bony M, Bobby Farrel zelf enkele nummers
inzingen. Tijdens de optredens zong Farrel wel live. Dit in
tegenstelling tot het voormalige model, Mazie Williams. Tijdens de
live-optredens stond haar microfoon uit. Haar partijen werden
gezongen door andere zangeressen. Met Bony M. scoorde Frank Farian
in Europa vele hits, waaronder Daddy Cool (1976), Sunny (1976), Ma
Baker (1977), Belfast (1977), Rivers of Babylon/Brown girl in the
ring (1978), Rasputin (1978), Mary's boy child, Hooray (1978),
Hoory, it's a holiday (1979), Gotta go home/ El Lute (1979), I've
seen a boat on the river (1980), Malaika (1981).
Frank Farian was ook de producent van Eruption waarmee hij de hit 'One Way Ticket' (1978) scoorde en van Far Corporation met de cover van 'Stairway to Heaven' (1985) . Ook produceerde hij voor Meatloaf ('Blind Before I Stop')
In de jaren 90 was hij producer van Milli Vanilli. Waar bij Boney M er nooit een geheim van gemaakt werd, dat de zangstemmen op de plaat verschilden van die van de personen, die optraden was dat bij Milli Vanilli anders. Milli Vanilli werd voor de buitenwereld gevormd door de dansers Fab Morvan en Rob Pilatus. De platen werden echter ingezongen door Charles Shaw, Johnny Davis en Brad Howell. Het eerste album van Milli Vanilli, 'All or Nothing', werd een groot Europees succes. Het tweede album 'Girl you know it's true' werd een nog groter succes. Op 22 februari 1990 won Milli Vanilli een Grammy Award voor de beste nieuwe artiest. Op 15 november 1990 werd bekend dat de beide gezichten van Milli Vanilli nooit gezongen hadden. Vier dagen later werd hun Grammy ingenomen. Een Amerikaanse rechter bepaalde dat iedereen die het album gekocht had, recht had op terugbetaling.
Hierna ging Farian zich richten op Eurodance-groepen. Hij was
producent van o.a. de groepen La Bouche, No Mercy en Le Clik.
Surinaamse emigratie naar Nederland
Het begin van de musical speelt zich af tegen de achtergrond van de emigratiegolf van Surinamers naar Nederland midden jaren 70. Vanaf de koloniale tijd zijn altijd Surinamers naar Nederland gekomen om zich te vestigen. In die tijd was het vooral de elite, maar vanaf de jaren 20/30 van de twintigste eeuw zochten ook minder gefortuneerde Surinamers hun geluk in Nederland. Ze waren op zoek naar een betere opleiding, werk of een muziekcarrière naar Nederland. De grootste emigratiegolf kwam echter op gang in de periode voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Bijna een derde deel van de Surinaamse bevolking ging op de vlucht voor de onafhankelijkheid. Met de onafhankelijkheid van Suriname wilde de Nederlandse regering meteen een einde maken aan het staatsburgerschap van Surinamers, om extra migratie te voorkomen. De nieuwe Surinaamse regering ging hier niet mee akkoord. Uiteindelijk werd een overgangsregeling van vijf jaar overeengekomen. Van 1975 tot 1980 bleef vrij verkeer van personen tussen Nederland en Suriname bestaan. Deze overgangsregeling leidde tot waar Nederland zo bang voor was: een grote stroom migranten. Surinamers hadden de indruk dat Nederland zijn deuren voorgoed voor hen zou sluiten. Dit deed velen besluiten van de 'laatste mogelijkheid' gebruik te maken, eerst vlak voor de onafhankelijkheid in 1975 en daarna vlak voor het aflopen van de overgangsregeling in 1980. Veel Hindoestanen en Javanen waren bang dat de creolen te veel macht zouden krijgen in de overheid, en dat ze andere bevolkingsgroepen zouden overheersen en onderdrukken. Vaak niet voorbereid op een leven in Nederland, namen ze het vliegtuig naar Nederland. Daarnaast waren er ook veel creolen die geen vertrouwen hadden in de onafhankelijkheid van Suriname, omdat ze dachten dat ze het economisch gezien nooit zonder steun van Nederland zouden gaan redden. In totaal zouden tussen 1970 en 1980 zo’n 300.000 Surinamers emigreren naar Nederland – dat was bijna de helft van de Surinaamse bevolking.
Relatief veel Surinamers kwamen terecht in de Amsterdamse wijk De Bijlmer. De Bijlmer was ooit bedoeld voor de middenklasse, maar die koos voor andere plekken, zoals Purmerend. Hierdoor was het moeilijk de woningen te verhuren, en moesten de huren worden verlaagd. De oplevering van woningen viel samen met de grootschalige emigratie van Surinamers naar Nederland. Door de lagere huren en de beschikbaarheid van de woningen (en de ruime opzet van de wijk) kozen veel Surinamers ervoor om in de Bijlmer te gaan wonen.
De musical
In de slipstream van de jukebox-musicals die sinds het succes van Mamma Mia! het licht zagen kon een musical met de hits Boney M. niet achterblijven. De musical Daddy Cool was een initiatief van Frank Farian en producent Robert Macintosh (broer van Cameron Macintosh).
Farian had eerst het idee om het verhaal in New York te plaatsen, maar Macintosh wist hem te overtuigen dat muziek beter tot zijn recht zou komen in een verhaal over de multiculturele tegenstellingen in oost en west Londen. Het script werd geschreven door Stephen Plaice en Amani Naphtali. Uitgangspunt voor het schrijven waren de nummers van Bony M., aangevuld met nummers van andere groepen van Frank Farian zoals Milli Vanilli en No Mercy. Geïnspireerd door de musical 'West Side Story' schreven zij een verhaal over twee rivaliserende 'crews' dat zich afspeelde in het huidige (2006) multiculturele Londen.
De musical vertelt het verhaal van Sunny die op Trinidad bij zijn oma (Ella) woont. Zijn moeder (Pearl) wil dat hij naar Londen komt. Sunny ziet dat niet zitten, maar heeft weinig keus. Jaren later is Sunny in Londen lid van de Subsonics, een muziekgroep geleid door Shake. Bij een opnamesessie met Rasputin komen ze een rivaliserende muziekgroep tegen, de Blades. De Blades worden gerund door Benny Baker, zoon van Ma Baker.
Op een feestje komt Sunny Rose tegen, de dochter van Ma Baker. Als Ma Baker hoort dat haar dochter uitgaat met Sunny zoekt ze hem op. Ze geeft hem een jas die ooit van zijn vader, Johnny Cool is geweest. Sunny vraagt zijn moeder om uitleg. Pearl vertelt hem dat Ma Baker de danspartner was van Johnny en dat zij hem van haar heeft afgepakt toen ze zwanger was van Sunny.
Na een battle tussen de Subsonics en de Blades schiet Benny Shake neer. Als Sunny de kans krijgt wraak te nemen doet hij dit niet. Hierdoor wordt hij door de andere leden van de Subsonics uit de groep gegooid en verbreekt hij zijn relatie met Rose. Rasputin vertelt hem dat hij het goed moet maken met Rose. Voordat hij daarvoor de kans krijgt wordt hij gearresteerd voor de moord op Shake. Hij is in de val gelokt door Benny en Ma Baker. Bij de carnaval-optocht in Notting Hill verschijnen Shake, Rose, Asia en Sunny. Het blijkt dat Naz, de beste vriend van Benny, een verklaring tegen hem heeft afgelegd.
Om de muziek te laten aansluiten bij de setting in 2006 werden nieuwe arrangementen gemaakt en werden rap-teksten in de muziek verweven. De orkestraties werden verzorgd door Steven Sidewell. De regie was in handen van Andy Golgberg en de choreografie was van Sean Cheesman. Het decor en de kostuums werden ontworpen door Jon Morell.
Oorspronkelijk
zou de musical op 16 mei 2006 in première gaan, maar dit werd
uitgesteld om meer tijd te hebben voor het creatieve proces.
Uiteindelijk ging de show op 21 september 2006 in het Shaftesbury
Theatre in London in première, met rollen van onder andere Michelle
Collins (Ma Baker), Michael Harvey (Shake), Javine Hylton (Asia
Blue), Dwayne Wint (Sunny) en Camilla Beeput (Rose). De show speelde
daar tot 17 februari 2007. Tijdens de Try-out periode hadden de
producenten het plan om de show eenmalig op te voeren in Berlijn, de
bakermat van Bony M. Deze voorstelling, op uitnodiging van de
Burgemeester van Berlijn zou plaatsvinden op 17 september 2006, maar
werd afgelast om het logistiek niet mogelijk bleek de musical in
zo'n korte periode te verplaatsen.
Tijdens de looptij van de show zijn nog enkele wijzigingen doorgevoerd:
- Oorspronkelijke bevatte de carnaval scène meer dialoog tussen de leden van de Subsonics. Dit werd vervangen door de 'Calender Song'.
- In de eerste weken was niet Naz die een verklaring tegen Benny aflegde, maar Asia
- De gigantische papegaai die boven het publiek hing werd in de eerste weken tijdens de finale naar beneden gelaten. Later werd dit niet meer gedaan,
- De scène waarbij een beatboxer van de Subsonics uit het
niets begint te beatboxen en andere leden van de Subsonics
invallen met rap-teksten is geschrapt.
Nadat de show in Londen was gestopt, was de show nog enkele maanden te zien in Berlijn. Dit had de aftrap moeten zijn voor een wereldtour, maar deze is tot op heden niet van de grond gekomen. Wel is de musical in 2009 nog enkele weken in Denemarken te zien geweest.
Voor de Nederlandse versie werd de musical geheel bewerkt. Het verhaal werd verplaatst naar Nederland. Het 'West Side Story'-concept van een wedstrijd tussen twee rivaliserende groepen werd behouden, maar in plaats van een zang/rap wedstrijd werd in de Nederlandse bewerking gekozen voor een danswedstrijd. Het script werd geschreven door Allard Blom, die tevens verantwoordelijk was voor de Nederlandse liedteksten. Hij plaatste de show tegen de achtergrond van de Surinaamse emegratiegolf in het midden van de jaren 70. De dans van choreografen Gerald de Windt en Kim Willecke werd gekenmerkt door urban en streetdance invloeden. Hiermee werd ingespeeld op de populariteit van TV-shows als So You Think You Can Dance en bijbehorende dansshows in het theater.
Voor het decor koos ontwerper Luc Peumans voor een virtueel decor, met LED-verlichting en gelaagde projecties. Met een combinatie van schermen die achter elkaar hangen en het gordijn, werd een ruimtelijk effect gecreëerd. Ook was het mogelijk om door de projecties supersnel van locatie te wisselen. De musical moest een beetje aandoen als een videoclip.
In de Nederlandse versie was ook een plek ingeruimd voor de winnaars van het RTL4 programma 'My Name Is ..' Isabel Commandeur en Kiki Heusschen gaven in de huid van respectievelijk Christina Aguilera en Natasha Bedingfield in de tweede akte een gastoptreden in Club Rasputin.
| Prijzen | |||
| Award | Jaar | Categorie | Genomineerd/Winnaar |
| Whatsonstage Award | 2006 | musical | genomineerd |
| Whatsonstage Award | 2006 | choreografie (Sean Cheesman) | genomineerd |
| Whatsonstage Award | 2006 | bijrol (Micheal Harvey) | genomineerd |
| Media | ||||
| Castalbums | artiest | 1CD/2CD/DVD | Taal | Jaar |
![]() |
Originele Londense Cast | 1 CD | Engels | 2007 |
![]() |
Originele Nederlandse Cast | 1 CD | Nederlands | 2011 |

