achtergronden en ontstaan

terug naar index Billy Elliot (Londen) 2008

Achtergronden

Margaret ThatcherDe mijnwerkersstaking van 1984-1985

De kolenmijnen waren in Engeland een genationaliseerde industrie. Een deel van de geëxploiteerde mijnen was rendabel, maar op het grootste deel van de mijnen moest geld worden toegelegd. Hierdoor was het een industrie die zwaar werd gesubsidieerd. Al in 1981 was geprobeerd 23 mijnen te sluiten, maar de dreiging van een staking zorgde ervoor dat de plannen niet tot uitvoer kwamen. In 1982 werd Ian MacGregor door de leidster van de conservatieve overheid, Margeret Thatcher, benoemd tot het hoofd van de National Coal Board. Hij had de Britse staalindustrie weer levensvatbaar gemaakt (voornamelijk door het personeelsbestand bijna te halveren in een tijdsbestek van slechts 2 jaar) en moest dat nu met de mijnen doen.

 

logo National Union of MineworkersDe vakbond van de mijnwerkers (National Union of Mineworkers, NUM), onder leiding van Arthur Scargill zag het banenverlies aankomen en In 1984 volgde het gevreesde besluit. De afspraken die in 1974 na een staking waren gemaakt tussen de overheid en de vakbond werden door de overheid als verouderd beschouwd. Om de subsidielast te verminderen had de overheid het plan opgevat om 20 mijnen te sluiten. Hierbij zouden 2.000 banen verloren gaan, evenals veel gemeenschappen in het noorden van Engeland en Zuid-Wales afhankelijk waren van de mijnbouw. De overheid had zich goed voorbereid op een eventuele staking door een aantal energiestations om te bouwen zodat ze op olie konden draaien en door het transport van kolen te garanderen, mochten de machinisten zich bij de staking aansluiten.

 

Bang voor de gevolgen van de sluitingen begonnen bij diverse mijnen stakingsacties. Deze acties breidden zich uit na de aankondiging dat vijf mijnen versneld zouden worden gesloten. Op 12 maart 1984 riep Arthur Scargill van de NUM een nationale staking uit. De overheid beriep zich op een net aangenomen wet waarin was opgenomen dat vakbonden pas mogen staken als de leden hierover waren geraadpleegd. Scargill had dit om verschillende redenen niet gedaan, en was ook niet van plan dit alsnog te doen. Zijn voornaamste overwegingen waren:

 

De NUM werd door twee mijnwerkers voor de rechter gedaagd omdat de staking niet legaal zou zijn zonder een stemming. In september werd de NUM veroordeeld tot een boete van £200.000,-. De vakbond weigerde te betalen, waarna beslag werd gelegd op de tegoeden van de vakbond. De vakbond had het geld achter al naar het buitenland weggesluisd.

 

Door de staking niet in stemming te brengen, werd de staking als illegaal bestempeld en hadden de mijnwerkers geen recht op een uitkering. Het grootste deel van de stakende mijnwerkers was daardoor afhankelijk geworden van liefdadigheid. Daarnaast hadden de kinderen geen recht meer op de gratis schoolmaaltijden of een financiële bijdrage voor de aanschaf van een schooluniform. Het zorgde voor grote armoede in de mijnwerkersgebieden. Veel mijnwerkers werden voor een dilemma geplaatst, gaan werken de als verrader worden beschouwd of in armoede verder leven, afhankelijk van donaties. De meeste mijnwerkers kozen voor het laatste.

 

De staking werd niet gesteund de het overkoepelend orgaan van de vakbonden. Sommige vakbonden wilden solidair zijn, maar medewerkers werden bedreigd met ontslag. Andere vakbonden waren tegen de nationale staking. Sommigen werkten zelfs actief samen met de overheid om de staking te laten mislukken.

 

Niet alle mijnwerkers steunde de staking en wilden aan het werk. Zij werden door de stakers gezien als verraders en dat resulteerde in heftige confrontaties die vaak ook met geweld gepaard gingen. Omdat de overheid bang was dat de lokale politie te veel sympathie zou hebben voor de stakers stuurde ze extra politietroepen naar de mijnwerkersgebieden die de stakende en werkende mijnwerkers uit elkaar moesten houden. De politie trad hard op, en meer dan 11.000 mensen werden gearresteerd. Er waren een groot aantal bloedige confrontaties tussen de stakers en de politie waarbij veel stakers ernstig gewond raakten als gevolg van politiegeweld. De stakers daarentegen lieten ook van zich spreken door gewelddadige aanslagen op werkwilligen.

 

Deze aanslagen waren het begin van het einde van de staking, evenals de hongersnood in Ethiopië die de media-aandacht van de staking afleidde. Door de goede voorbereiding van de overheid had de staking verder geen belangrijke gevolgen gehad voor de rest van het land zoals de uitval van elektriciteit. Daarnaast werd de integriteit van Scargill steeds meer in twijfel getrokken door beschuldigingen over geldtransacties met name de Libanese overheid en de Sovjet Unie. Daarnaast begon de armoede onder de stakers steeds grotere vormen aan te nemen.

 

Uiteindelijk werd op 5 maart 1985 het officiële einde van de staking uitgeroepen. Voor trouwe aanhangers van de NUM een klap in het gezicht want er was niets bereikt. De macht van de vakbonden was gebroken en de sluiting van de mijnen begon. Uiteindelijk werden de resterende mijnen in 1994 geprivatiseerd. De strijd liet diepe wonden achter, met name in het noorden van Engeland en Zuid-Wales waar hele gemeenschappen ten onder gingen. Zes stakers, drie jongeren die kolen stalen in de winter en een taxichauffeur die een werkwillige naar de mijn had gebracht waren in het stakingsgeweld om het leven gekomen.

 

Veel mijnwerkers gezinnen zaten na de staking diep in de schulden. Ze hadden gedurende de staking geen uitkering gehad van de overheid of van de NUM die alleen een stakingsvergoeding betaalde aan de mensen die actief protesteerden. Door de sluiting van de mijnen kregen ook aanverwante industrieën zoals de spoorwegen, elektriciteit en staalindustrie problemen. Het gevolg was een explosieve toename van de werkeloosheid tot soms wel 50%. Veel mensen trokken weg uit de mijnwerkersgebieden, waardoor soms ware spooksteden ontstonden. Een aantal gebieden had gelukkig meer veerkracht en konden de economie ombuigen.

 

Kijk hier naar een uitzending van In Europa over de mijnwerkersstaking van 1984

 

De film

Scenarioschrijver Lee Hall kreeg het idee voor de film Billy Elliot toen hij aan het schrijven was over zijn jeugd begin jaren 80 in het noordoosten van Engeland. Het verhaal was deels geïnspireerd op het book 'The stars look down' van A.J Croning. Het boek speelt zich af tegen de achtergrond van een mijnwerkersstaking en focust op een mijnwerkerszoon die zich uit het beschermde milieu losbreekt. Hall liet zijn verhaal afspelen tegen de achtergrond van de mijnwerkersstaking van 1984-1985, een van de belangrijkste gebeurtenissen in de Britse naoorlogse geschiedenis. Destijds hadden de gebeurtenissen rond de staking grote indruk gemaakt op Hall en had een gevoel van verontwaardiging bij hem achter gelaten. Het beeld van de strijd van een jongetje dat problemen heeft met zijn familie tegen de achtergrond van de strijd van een gemeenschap tegen de grote boze buitenwereld was een grote inspiratiebron voor Hall. Nadat hij de tijd had gevonden om schreef hij dan ook binnen drie weken een eerste concept voor het scenario. Om het scenario beter in te vullen deed hij vervolgens research door op de Royal Ballet School leerlingen te interviewen die net als Billy uit kleine, hechte gemeenschappen kwamen.

 

Greg Bernman die het scenario te lezen kreeg van Hall voelde zich aangesproken door het inspirerende verhaal. Op zijn verzoek werd het scenario met behulp van Tessa Ross verder uitgewerkt, waarna contact op werd genomen met producent Jon Finn. Finn kon zich als kleinzoon van een mijnwerker en zelf opgegroeid in een hechte gemeenschap goed verplaatsen in het verhaal. Brenman en Finn benaderden vervolgens Stephen Daldry om de film te regisseren. Na het scenario te hebben gelezen wist hij dat hij deze film wilde regisseren.

 

filmtrailer Billy Elliot

Iedereen besefte dat het succes van de film voor een groot deel zou afhangen van de invulling van de rol van Billy. Ze zochten een jongen zie kan dansen en acteren, uit het noord-oosten kwam, ongeveer 13 jaar oud was en ook nog eens het juiste accent had. Meer dan 2.000 jongens deden auditie voor de rol en soms zagen de makers door de bomen het bos niet meer. Uiteindelijk stuitten ze op Jamie Bell, 13 jaar afkomstig uit Billingham. Na een aantal callbacks wisten de makers het zeker, Jamie was hun Billy.

 

Peter Darling, de choreograaf sloot met zijn dansscènes zoveel mogelijk aan op de kwaliteiten van Jamie. Het bekeek veel beelden van dansende  kinderen en bekeek hoe Jamie zich bewoog. Hij bestudeerde de thema's in het scenario om zo spectaculaire choreografiën te maken, zoals de scène waarin Billy tegen een muur op danst. Het was een verwijzing naar het thema 'muren doorbreken'. Ook wilde hij de dansen stoer laten overkomen, niet te vrouwelijk.

Andere belangrijke rollen werden gespeeld door Julie Waters (Mrs. Wilkinson), Gary Lewis (Jackie Elliot) en Jamie Draven (Tony Elliot). De film draaide vanaf 2000 in de bioscopen.

 

De musical

Na het succes van de film volgden plannen om het verhaal als musical op de planken te brengen. De producenten hadden het originele creatieve team al vastgelegd om het verhaal te bewerken voor het toneel. Ze benaderden Elton John voor de muziek. Elton John die na het zien van de film diep onder de indruk was van het verhaal. Niet lang daarna zaten Lee Hall en Elton John aan tafel om de mogelijkheden van een musical te bespreken. Ze besloten de musical chronologisch te schrijven. Het eerste nummer dat ze samen schreven van 'The stars look down' en het was hiermee de eerste liedtekst die Lee Hall ooit schreef. Het nummer was een ode aan het gelijknamige boek van Cronin en inspiratiebron voor het verhaal van Billy Elliot.

 

Net als bij de film was ook het succes van de musical voor een groot deel afhankelijk van de invullen van de rol van Billy. Nu hadden ze niet genoeg aan één Billy, ze moesten er zeker drie hebben. Met de audities van de film nog in het geheugen leek het een onmogelijke opgave. De zoektocht begon in 2003. De jongens moesten kunnen dansen (alle vormen), acteren en zingen. Ze moesten uit het noorden komen. Alle dansscholen werden benaderd. Na drie maanden hadden ze honderden jongens gezien, maar niet een voldeed aan alle eisen. Omdat de zoektocht via de dansscholen te weinig opleverde werd besloten het over een andere boeg te gooien. Ze gingen niet meer uit van jongens die al konden dansen, maar dat ze zelf zouden opleiden. Dit leidde tot nieuwe audities. Na iedere auditieronde werden de jongens geselecteerd die door zouden gaan naar de volgende ronde. Na vele auditieronden bleven nog slechts tien jongens over. Deze jongens volgden 's avonds zang- en danslessen in hun woonplaatsen en in het weekend op volgden ze lessen op een aparte Billy-school in Leeds.

Trailer Billy Elliot Londen

 

Uit de tien jongens moesten uiteindelijk de drie Billy's worden gekozen. Het creatieve team vertrok naar Leeds om een week lang de verrichtingen van de jongens te volgen. Aan het eind van deze week werden James Lomas, George Maguire en Liam Mower gecast voor de rol van Billy. Ook voor de overige kinderrollen werden drie jonge acteurs gecast Michael (Brad Kavanagh, Ashley Lloyd en Ryan Longbottom) en Debbie (Brooke Havana Bailey, Emma Hudson en Lucy Stephenson). Overige rollen in de originele cast werden gespeeld door Haydn Gwynne (Mrs. Wilkinson), Tim Healy (Jackie Elliot), Joe Caffrey (Tony Elliot) en Ann Emery (Oma).

Trailer Billy Elliot Broadway

 

De musical ging op 12 mei 2005 in première in het Victoria Palace Theatre in Londen en was direct een succes. De show werd genomineerd voor negen Laurence Olivier Awards en wist er vier te verzilveren, waaronder die voor beste musical, beste choreografie en geluidsontwerp. De meest unieke award was die voor drie jonge Billy's die samen de Laurence Olivier Award voor beste acteur wonnen. De dertienjarige Liam Mower werd hiermee ook nog eens de jongste winnaar ooit. Een jaar na de première speelden de drie samen hun laatste show.

 

 

Na Londen volgde in november 2007 een Australische productie en in november 2008 ging het oerbritse verhaal op Broadway in première. Bij de Drama Desk Awards werden de acteurs die Billy speelden niet genomineerd omdat het bestuur van deze awards de drie acteurs niet als één wilde beoordelen. Bij de Tony-awards werd dit niet als een probleem gezien.

 

 

 

Prijzen      
Award Jaar Categorie Genomineerd/Winnaar
Evening Standard Theatere Award 2005 musical winnaar
Laurence Olivier Award 2006 musical winnaar
Laurence Olivier Award 2006 vrouwelijke hoofdrol (Haydn Gwynne) genomineerd
Laurence Olivier Award 2006 mannelijke hoofdrol (James Lomas / George Maguire / Liam Mower) winnaars
Laurence Olivier Award 2006 bijrol (Tim Healy) genomineerd
Laurence Olivier Award 2006 regie (Stephen Daldry) genomineerd
Laurence Olivier Award 2006 choreografie (Peter Darling) winnaar
Laurence Olivier Award 2006 lichtontwerp (Rick Fisher) genomineerd
Laurence Olivier Award 2006 decorontwerp (Ian MacNeil) genomineerd
Laurence Olivier Award 2006 geluidontwerp (Paul Arditti) winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 musical winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 mannelijke bijrol (Gregory Jbara) winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 vrouwelijke bijrol (Haydn Gwynne) winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 vrouwelijke bijrol (Carole Shelley) genomineerd
Outer Critics Circle Award 2009 bijzondere prestatie (David Alvarez, Trent Kowalik, Kiril Kulish) winnaars
Outer Critics Circle Award 2009 score winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 regie (Stephen Daldry) winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 choreografie (Peter Darling) winnaar
Outer Critics Circle Award 2009 decorontwerp (Ian MacNeil) genomineerd
Outer Critics Circle Award 2009 kostuumontwerp (Nicky Gillibrand) genomineerd
Outer Critics Circle Award 2009 lichtontwerp (Rick Fisher) winnaar
Tony Award 2009 musical winnaar
Tony Award 2009 script (Lee Hall) winnaar
Tony Award 2009 score (Elton John / Lee Hall) genomineerd
Tony Award 2009 mannelijke hoofdrol (David Alvarez, Trent Kowalik, Kiril Kulish) winnaar
Tony Award 2009 mannelijke bijrol (David Bologna) genomineerd
Tony Award 2009 mannelijke bijrol (Gregory Jbara) winnaar
Tony Award 2009 vrouwelijke bijrol (Haydn Gwynne) genomineerd
Tony Award 2009 vrouwelijke bijrol (Carole Shelley) genomineerd
Tony Award 2009 regie (Stephen Daldry) winnaar
Tony Award 2009 choreografie (Peter Darling) winnaar
Tony Award 2009 orkestraties (Martin Koch) winnaar
Tony Award 2009 decorontwerp (Ian MacNeil) winnaar
Tony Award 2009 kostuumontwerp (Nicky Gillibrand) genomineerd
Tony Award 2009 lichtontwerp (Rick Fisher) winnaar
Tony Award 2009 geluidontwerp (Paul Arditti) winnaar
Drama Desk Award 2009 musical genomineerd
Drama Desk Award 2009 mannelijke bijrol (Gregory Jbara) genomineerd
Drama Desk Award 2009 vrouwelijke bijrol (Haydn Gwynne) genomineerd
Drama Desk Award 2009 regie (Stephen Daldry) genomineerd
Drama Desk Award 2009 choreografie (Peter Darling) genomineerd
Drama Desk Award 2009 muziek (Elton John) genomineerd
Drama Desk Award 2009 script (Lee Hall) genomineerd
Drama Desk Award 2009 orkestraties (Martin Koch) genomineerd
Drama Desk Award 2009 lichtontwerp (Rick Fisher) genomineerd
Drama Desk Award 2009 geluidontwerp (Paul Arditti) genomineerd
Drama League Award 2009 musical winnaar
New York Critics Circle Award 2009 musical winnaar
Laurence Olivier Award 2010 publieksprijs langlopende musical genomineerd
 

 

Media        
Castalbums artiest 1CD/2CD/DVD Taal Jaar
media Originele Londense Cast 1 CD Engels 2005
media Originele Londense Cast 2 CD Engels 2005